Kerst

Is de bijbel een atheïstisch boek? Ja. Maar als mensen met dat idee in aanraking komen kijken ze me soms aan of ze het in Keulen horen donderen. En toch is het zo.
Israël, waar de bijbel het voortdurend over heeft, is een volk dat is ontstaan temidden van grote eeuwenoude culturen, zoals van Mesopotamië, Assyrië, Egypte, Babylonië, met al hun mythische verhalen. Oorsprongsmythen die vertelden van afstamming en status. Godenzonen, helden waren het. Met machtige oppergoden die het al bestierden. En temidden daarvan vertelt Israël een eigen afkomstverhaal (Exodus)… Wij stammen niet af van de goden, wij zijn slechts gevluchte slaven van oorsprong. Niet om hoog van op te geven, dus. En met almachtige goden willen wij niets meer te maken hebben. Die werken verslavend. Daar zijn we juist uit weggetrokken, uit zo’n diensthuis, zo’n godsdiensthuis.
Maar goed, wij waren nou ook weer niet van die flinke jongens en stoere meiden. Er was “iets” dat ons de moed gaf om “neen” te zeggen tegen de Farao en zijn verslavende goden en weg te trekken. Wel, dat wat ons die moed gaf, dat willen wij dan nog wel “god” noemen, maar al het andere niet. Wij hebben niks met al die goden. Nietsen zijn het. Wij luisteren naar een stem. Een stem die ons heeft geleerd: maak geen beeld van me, geen godenbeeld. Ook niet in je denken, een denkbeeld. En kniel niet voor de vele achterlijke goden die er zoal zijn. Dien ze niet. Laat ze vallen en vier de sabbath, een vrije dag waarop niemand hoeft te slaven en te sloven en waarop je tegen de slavenhouder kunt zeggen: ik ga vandaag even helemaal niets doen en uitrusten.
De schrijvers van het Nieuwe Testament zijn zulke kinderen Israëls, opgegroeid in de traditie van die profeten. En zij schrijven een wonderlijk verhaal over de god waar zij in geloven. Die niet hoog in de hemel is, waar we als mensen nog maar moeten zien te komen… Nee, zij schrijven een kerstverhaal over een god die niets liever wil dan op de aarde zijn, onder de mensen. En die dat ook werkelijk dóet en zich laat zien als een mens-wordende God. En zo is het kerstverhaal een geëngageerd verhaal. Twee dingen worden er over deze bijzondere geboorte gezegd, -over dat vluchtelingenkind, want dat was het: Hij is geboren uit een maagd, en: hij is de zoon van God. Dat zijn geen kerkelijke dogma’s maar dat is een vorm van… verzét! De Caesar was namelijk ook uit een maagd geboren, zo werd verteld in het Romeinse Rijk. En hij werd “de Zoon van God” genoemd.
Dus in Israël werd gezegd: jullie god zorgt voor verslaving, onze god zorgt voor bevrijding. Jullie god is geboren in een paleis, tussen de welgestelden, de onze in een stal, tussen het schorriemorrie. Jullie god is hoog verheven in een hemel, waar hij alleen die mensen toelaat die in zijn ogen deugen. Onze god is bij de mensen die in jullie ogen niet deugen.
De Romeinen hebben zich groen en geel geërgerd aan Joden en Christenen die een stroming binnen het jodendom van die dagen vormden. “Het zijn “atheoi” (atheïsten)!” zeiden de Romeinen. Want als je geen beeld hebt van god, ook niet in je denken, dan heb je geen god, en dan ben je atheïst. En dat is eigenlijk nog zo…
Kerst is een mooi feest, wanneer je een beetje afziet van die boom met die ballen en die piek, van de kerstkransjes en de kalkoenen; en je leert te vieren dat er in Israël iets heel bijzonders aan de orde is: Christus (waar het woord “kerst” een verbastering van is) die is gekomen, van boven naar beneden, van hoog naar laag, om daar onder en tussen de mensen te zijn, als bevrijder. Een stem, een beweging, een kracht die in de bijbel wordt aangeduid met de titel: God! Wonderlijk!

Share This!

Leave a Reply