Piraten

Wat zijn piraten, en waarom houden we ervan?

Als wij of onze kinderen worden uitgenodigd voor een piratenfeest en we verkleden ons, dan is het meestal niet zo’n probleem wat we aan zullen doen. Slobberbroek, gestreept t-shirt, lapje voor het oog, een haak, een houten been. Ik weet vrijwel zeker dat er geen vader of moeder is die besluit zijn of haar kind naar een piratenfeest te sturen met een AK47 en een rubberboot. Of gewoon in alledaagse kleren maar dan met een plastic zak vol zelfgebrande dvd’s.

Zodra iets is aangekondigd als piratenfeest… gáán we als een zeeman uit de 18e eeuw. Maar in plaats van te blijven steken in de 18e eeuwse scheeps-toestanden, kunnen we piraten ook aantreffen op internet, of zien we piraten als radiozenders zoals Veronica en Radio Noordzee, of lopen we aan tegen software-piraten.

Piraten hebben hun Jolly Roger-logo zien verschijnen op zowat alles: T-shirts, sleutelhangers, stropdassen, sieraden, kinderspeelgoed, en zelfs op onderbroeken.

Wat zijn piraten en waarom zijn ze zo populair? Zijn ze alleen maar markante figuren in kinderboeken? Of zijn het gewelddadige dieven en rovers? En als ze dat laatste zijn, waarom verkleden we onze kinderen dan zo makkelijk als piraten en vinden het leuk als ze dat doen? Want onze kinderen worden nooit uitgenodigd voor straatrover-feestjes.

Het eerste wat opvalt is: waar we piraten zien, daar zien we een systeem dat het één of andere probleem oplevert. Economisch, politiek, spiritueel, cultureel. De aanwezigheid van piraten is een symptoom. Er is iets dat gemeenschappelijk zou moeten zijn maar dat in handen van enkelingen is gevallen en aan de gemeenschappelijkheid is onttrokken.

Wat je in het begin van de jaren 1700 ziet is dat landen als Spanje, Frankrijk, Engeland, Nederland, alles op alles zetten om de nieuwe “Amerika’s” te veroveren. Het is de tijd waarin er een wereldwijd kapitalisme ontstaat. De motor van deze beweging is: het schip. En de brandstof in deze machines zijn de zeelieden. Maar zij staan onder enorme druk. Ze worden gewelddadig behandeld en misbruikt. Ze worden geslagen, krijgen slecht voedsel zoals rottend fruit, ze worden op een onmenselijke manier uitgebuit. Zeelieden toentertijd worden slecht betaald en raakten vaak ernstig gewond. Iemand schreef in die dagen dat zeeman te zijn iets is als: gevangen genomen zijn in een machinerie waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. Het was een kwestie van deserteren of: een wisse dood. Zeeman zijn op de koopvaardij was: rakelings dicht bij de dood leven. Het merkteken dat werd gebruikt om de dood van een zeeman in het logboek van een schip te noteren was een schedel met gekruiste botten.

Zeelieden stapten over op piraterij, omdat ze het helemaal zat waren zo te worden mishandeld in handen van die kapiteins. Het leven van een zeeman was per definitie heel erg kort, dus waarom dan geen vrolijk leven? Wanneer zeelieden overstapten op piraterij, leefden ze een totaal ander leven dan normaal was op zee. Piraten kozen allereerst hun eigen officieren! Verder zorgden ze ervoor dat ze goed konden eten en drinken. Piraten werden gecompenseerd uit de door hen ingestelde gemeenschappelijke pot aan boord, wanneer ze gewond raakten. Maar het belangrijkste was: piraten deelden onderling de verdiensten van hun inspanningen aan boord van het schip.

Het gebruikelijke misverstand is namelijk, dat piraten gewoon dieven en rovers zijn. Maar wat dan wordt vergeten is dat in die tijd werkelijk iedereen aan het roven was! De Nederlandse marine van de Spaanse (Piet Hein, met zijn zilvervloot!), de Spaanse van de Franse, de Franse van de Engelse, en allemaal van het land. Op zee werd geroofd van het “nieuwe” land.

Het is erg belangrijk om te begrijpen dat piraten niet gehaat werden omdat ze roofden. Nee, ze werden gehaat omdat ze het geroofde niet wilden afstaan aan de koning! Ze werden gehaat omdat ze pretendeerden méér te zijn dan enkel “schuim”.

Dat is wat de vrolijke “Jolly Roger”, de vlag waaronder ze dan gaan varen, roept: “Mishandeling, onmenselijke arbeid, geen beloning, we zijn er klaar mee!”

Piraten doen zich voor als: zeelieden die zichzelf nieuw weten te definiëren. Piraterij als een daad van emancipatie dus. Het is het uitstappen en weglopen vanonder een onmenselijk en onderdrukkend systeem. Een Exodus. Het is een echte bevrijdingsbeweging.

En dáárom verkleden we onze kinderen graag als piraten. Om hen te laten proeven van de vrijheid. Waarvan we overigens zelf vaak alleen maar dromen…

Piraten uit de achttiende eeuw vertellen ons een belangrijke boodschap. Iets dat gemeenschappelijk geldig is en wel: telkens wanneer de levens-bronnen ten behoeve van de velen, worden weggenomen om dienst te doen voor de happy few, staan piraten op, breken dat af, en leggen de geprivatiseerde rijkdom weer terug in de handen van de velen.

In culturele zin kun je dit zien in de vijftiger jaren bij zoiets als de officiële omroep. Die ontwikkelde een absoluut monopoly in het radio-zenden; en zendt hoofdzakelijk klassieke muziek uit. Hooguit één uur per week popmuziek. En wat vind je dan al snel in zo’n gesloten systeem: piraten! Veronica, Radio Noordzee. Piraten duiken dan op om de muziek van het publiek terug te geven aan het publiek.

Het is niet erg raadzaam om piraten te demoniseren. Want de opkomst van piraten wijst ons erop dat zaken die de gemeenschap ten goede zouden moeten komen, ontoegankelijk zijn geworden ten behoeve van private winst. We leven in een absurd geprivatiseerde wereld. We rijden rond in onze privé auto’s. We maaien onze privé gazonnetjes en leven volgens wetten die allereerst bedoeld zijn om privé bezit veilig te stellen. Maar heeft ons dat gelukkiger gemaakt? Of meer vrijheid verschaft? Neen.

Het hebben van gemeenschappelijk bezit, zoals beschreven in Handelingen 2: 44 en 45 laten daarom als het ware een christelijke vorm van piraterij zien. Piraten doen ons herinneren aan de schoonheid en de kracht van een gebod als dat van het Jubeljaar, zie Leviticus 25: 10. Na zeven sabbatsjaren volgde het vijftigste jaar, een Jubeljaar, waarin alles -maar dan ook alles- wat erop leek dat iets wat eerst gemeenschappelijk bezit was, en werd omgewerkt tot privé-bezit, weer aan de gemeenschap moest worden teruggegeven.

 

Share This!