Over Paulus en de oecumene

Het landelijke thema van de PKN is dit jaar: “Een goed gesprek”
Wat valt daarover te zeggen?
Een poging:

Er spoelt een man aan, na een schipbreuk, op een onbewoond eilandje. Helaas voor de man ligt het eiland in een eenzaam gedeelte van de Oceaan ver verwijderd van alle scheepvaartroutes.
Na lange tijd komt er bij toeval toch een schip voorbij en de man weet de aandacht van de kapitein te trekken. Die zet onmiddellijk een sloep uit en vaart naar het eiland toe. De man is daarmee gered. En de kapitein is benieuwd hoe deze man het daar zo lang heeft uitgehouden. “Kom maar mee, dan zal ik het u laten zien”. En hij neemt de kapitein mee naar een open plek midden op het eiland. Daar heeft de man van hout -uit het bos op het eiland- drie gebouwen neergezet. “Dit is mijn huis”, zegt de man.”Ja, mooi, en dat? Wat is dat dan?” “Dat is de kerk, waar ik elke zondagmorgen heen ga.” “En dat derde gebouw, waarom heb je dat dan gebouwd?” “Dat is ook een kerk”, “Eén huis en twee kerken?” “Ja, maar daar zet ik geen voet over de drempel,dat zijn zulke rare mensen daar!”
Als mensen in Drachten rondkijken, en ze weten van niets, zouden ze dan ook denken dat christenen niet alleen een kerk nodig hebben om naar toe te gaan, maar ook een kerkgebouw nodig hebben om níet naar toe te gaan? -en dat de Protestantse Gemeente in Drachten om die reden zoveel kerkgebouwen heeft? We weten het niet, wat mensen allemaal denken. Allemaal verschillende dingen denk ik. En het is ook niet zo interessant. Als we maar weten wat we zelf denken!
Maar ja… wat denken we zelf? Ooit zijn de vele kerkgebouwen gebouwd omdat er veel kerkgangers waren in de verschillende wijken van Drachten. Dat zou nooit in één gebouw passen. Maar vandaag de dag heb je de eigenaardige situatie dat mensen weleens tegen me zeggen -geen kerkmensen hoor maar mensen die van niets weten, zeg maar- “Die Bethelkerk is toch eigenlijk veel beter? Daar komen namelijk méér mensen”. Voorheen begon ik dan dapper uit te leggen dat de bezoekers van de Bethelkerk uit heel Friesland komen en uit Groningen. Uit Noord Nederland, zeg maar gerust, zelfs tot aan Zwolle toe, en dat je eens moest zien als je uit dat gebied alle protestanten in één kerkgebouw zou samenbrengen… Maar dat durf ik niet meer, het kost al veel moeite om in Drachten alle protestanten in één gebouw samen te brengen…
Wat is dat toch? Ik weet het niet hoor, ik stel alleen maar de vraag… Niet zo lang geleden was ik op cursus in Hydepark, het seminarium van de Protestantse Kerk in Doorn. En ik kwam ‘s morgens aan het ontbijt. Allemaal dominees. Het was mooi weer. De vogels floten fraai in de takken van de beukenbomen. En ik zei: “Eigenlijk moet je -als rechtbesnaarde- protestant elke morgen als je opstaat even het raam uit kijken, Gods wijde wereld in, de lucht insnuiven, en je dan afvragen: “Is dit nu de dag dat ik als Protestant kan terugkeren tot de moederkerk?” Want als je je dat niet elke morgen afvraagt, ben je dan eigenlijk wel protestant?”
En als de hereniging met de moederkerk eenmaal een feit is dan wacht er nóg een brug te gaan. De breuk met de synagoge te helen. Dat zal niet meevallen allemaal. Maar dat is geen reden om er niet naar te verlangen. Paulus heeft de breuk in de synagoge tussen de joden van geboorte enerzijds en de niet-joodse volgelingen van Jezus Messias anderzijds willen voorkomen… Dat is dus duidelijk níet gelukt. Maar moeten wij dan, ná die breuk, ná dat smartelijke schisma, niet op herstel daarvan hopen? En als we dáár niet om bidden, waar bidden we dan nog wel om? Ik bedoel: wat bidden we dán? Wat is dán ons gebed dat we tot de hemel richten zónder dat we bij Adonai, de God van Israël, Onze Vader in de hemel, op zere plekken drukken?
Nou ja, tijd voor een goed gesprek dus! Goed, maar hoe moeten we dat doen? Wat ís dan een goed gesprek? Wat is daarvoor nodig? Wat mag dan niet ontbreken?
In de kerk hebben we het dan al snel over: (wie?) liefde!
Nou dat woord vinden we uitgebreid in 1 Corinte 13 en daar wil ik met u eens goed naar kijken. Ik lees u het gedeelte voor dat ik met u wil uitpakken.1 Korinthe 13: 6. Ik lees het eerst in de vertaling van 2004, een moderne vertaling, die imiddels in de kerk vaak wordt gebruikt.
Paulus heeft het over de liefde, en zegt daar dan op een gegeven moment, aan het eind van zijn betoog, dit van, twee zinnen:
De liefde…
Ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
Oudere gemeenteleden klinkt het misschien een beetje vreemd in de oren, en daarom lees ik het ook nog een keer voor, maar dan in de vertaling die wij -als senioren- in ons hoofd hebben, die van het NBG uit 1951. Ook een moderne vertaling trouwens.
Ze is niet blij over ongerechtigheid, maar ze is blij met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
Er is wat mee gerommeld, merkt u wel? Het was: Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij. Maar dat is veranderd in: Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. En ik zal u uitleggen hoe dat komt.
Het woord “verdragen”, dat in 1951 als vierde wordt gebruikt wordt nu in 2004 vooraan gezet. En omdat het woord verdragen nu dus al is gebruikt is er op de opengevallen vierde plaats een nieuw woord ingevoegd: in alles volhardt ze. Welk woord is nu weggevallen? Het woord bedekken. “Stégoo” in het grieks.
Het betekent: bedekken, inderdaad. Maar je merkt dat de vertalers daar moeite mee hadden en toen -uit nood geboren- maar het woord “verdragen” hebben gebruikt. Dat komt door de zin die eraan voorafgaat: De liefde is niet blij met onrecht maar blij met de waarheid.
De liefde is blij met de wáárheid!
Een goed gesprek in liefde, daarin kun je elkaar de waarheid zeggen. En omdat Paulus wel wist dat er niet één waarheid bestaat…
O ja, wist Paulus dat? Ja wat dacht u lieve gemeente! Hij die eerst Jezus heeft vervolgd en daarna als zijn Heer heeft aangenomen. Hij die heel goed weet dat er onder de leerlingen van Jezus Joden van geboorte zijn, maar ook geroepen heidenen, die géén joodse moeder hadden. Allemaal met hun eigen kijk op de wereld en op wat daar gebeurt. Allemaal met hun eigen waarheid dus.
Moet je je laten besnijden? Paulus zou zeggen: ja. Als Jood moet je je laten besnijden. Dat is volgens de wet. Moeten niet-Joden zich dan ook laten besnijden? Paulus zou zeggen: nee, als niet-Jood hoef je je niet te laten besnijden. Dat is volgens de wet. Moet je kosher eten? Ja, dat is volgens de wet. En als je bij je buurman zit en die zet je iets voor dat niet kosher is? Dan moet je het gewoon beleefd en smakelijk opeten… En wij als niet Joden, moeten wij ook kosher eten? Nee hoor, dat hoeft helemaal niet. Maar als je joodse buurman zich er enorm aan stoort, dan doe je het wél.
Hoort u? Er is volgens Paulus niet één waarheid. En die staat ook niet vast, die is veelmeer voortdurend in beweging.
Maar Paulus vindt het voor een goed gesprek wel nodig dat je zegt wat je op je hart hebt. Jóuw waarheid. En dat je luistert en de ander de ruimte krijgt om zijn of haar waarheid te mogen zeggen. In liefde kan dat.
En moet er dan iets worden bedekt? Dat woord bedekken dat is toch raar in dit verband? Als de liefde blij is met de waarheid wat moet er dan worden toegedekt? Dat woord bedekken zit ons dwars…Daar is ook ons gezegde vandaan gekomen dat je van alles en nog wat “met de mantel der liefde zou moeten bedekken”. Dat het van liefde zou getuigen als je iets stil zou houden… Dat vonden ook de vertalers blijkbaar vreemd en zij hebben er daarom voor gekozen om voor het woord “bedekken”, waarmee het vierhonderd jaar lang is vertaald, voortaan het woord “verdragen” te gaan gebruiken. Want ja, het is wel een ellende, als er verschillende waarheden zouden bestaan en ieder zijn of haar waarheid in liefde zou mogen uitspreken. Dat is dan wel een kwestie van verdragen…
Maar dat bedoelt Paulus helemaal niet!
Nou, nu gaan we er nog een keer doorheen, en dan zal ik u laten horen hoe Paulus het heeft opgeschreven.
Even een opmerking tussendoor… Het woord dat Paulus voor liefde gebruikt is: agapè. Agapè is niet dat je elkaar lief of aardig vindt. Dat vinden we ook niet, namelijk. Ds Buskes heeft zich er zich eens van een Amsterdamse kansel hardop over verbaasd: Kijk nu eens rond wat een vreemd bij elkaar gezocht gezelschap zo’n gemeente is. Mensen zelf zouden dat niet bij elkaar zoeken!
Agapè is dat je voor elkaar instaat. Door dik en dun, ik zal je nooit laten barsten. Je kunt op mij rekenen, op dood en leven.
Nou nu gaan we er nóg een keer doorheen en dan zal ik u laten horen hoe Paulus het heeft opgeschreven. Een goed gesprek is een gesprek in liefde, agapè, en liefde is blij met de waarheid. En die mag worden gezegd. En de ander luistert. Nu is het volgens rabbijnse wijsheid zo, dat luisteren alleen zin heeft, wanneer je bereid bent te veranderen. Als je niet bereid bent te veranderen heeft luisteren geen enkele zin en is een goed gesprek uitgesloten. Dat is één. Blij met de waarheid. Jouw waarheid, en de uwe, en de mijne. En daarom voegt Paulus eraan toe: De agapé bedekt alles. Maar het woord dat Paulus gebruikt betekent juist níet: toedekken. Het is een woord dat in het oorspronkelijke grieks uit de wereld van de bouw komt. Het betekent eigenlijk: dakdekken. Je zou dus -maar dat is geen mooi Nederlands- kunnen vertalen: De agapè bedákt alles. Brengt verschillende mensen, ieder met hun eigen uitgesproken waarheid, onder één dak bij elkaar. Ze kómen niet bij elkaar, nee ze worden bij elkaar gebrácht, onder één dak. Door de agapè. Dat is wat Paulus zegt. Althans, zo begrijp ik hem.
De liefde is blij met de waarheid en brengt allen bij elkaar onder één dak.
Een goed gesprek is dus wel een liefdevol gesprek, maar dan liefde als: agapè. Hoe anders jij ook bent en hoe anders jouw waarheid ook mag zijn, jouw manier van leven, jouw geaardheid, jouw wijze van kijken naar de dingen… Je kunt op mij rekenen. Waarom? Omdat je zo lief en aardig bent? Nee! Je kunt op me rekenen omdat ook jij -door Gods agapè- onder dit dak bent samengebracht, jij net als ik.
Dát is de basis, gemeente van Drachten. Daar is het om begonnen. In hetzelfde schuitje zitten we. Hetzelfde Arkje.Vanmorgen dan. En wij weten, of zouden dat heel snel moeten léren te weten: Dat wij elkaar gegéven zijn.
Het is niet óns initiatief.
En op grond van de agapè die niet blij is met ongerechtigheid en ook niet blij met de lieve vrede of met de alles-bedekkende “mantel der liefde”, maar blij met: de waarheid. -op grond van de agapè, weten we óók: In de buurt van Jezus worden geen zoete broodjes gebakken, en wie zoete broodjes wil bakken komt niet in de buurt van Jezus.
Zo blijven dan: geloof, hoop en agapè. Maar de agapè, dat is de drijvende kracht. Die ons geschonken is. Wonder van God dat ons doet bestaan.
En opstaan. En gáán.

Share This!