Sterk of zwak het nieuwe jaar in?

De kerstdagen zijn voorbij…

Misschien is het tijd voor een min of meer ingrijpende gedachte? In de tijd van de geboorte van Jezus werden Joden, dus ook Jezus zelf, want hij was een geboren Joods jongetje -besneden op de achtste dag- maar ook zijn eerste leerlingen, uitgescholden voor “atheoi”. Hoe kon dat gebeuren? De Grieken redeneerden als volgt: als je geen beeld van God hebt, niet van hout of steen of zelfs niet in je denken, dan ben je een atheïst.

Niet te snel schrikken, lieve mensen. Denk even met me mee. Ik zou namelijk de stelling willen wagen dat het voor de kerk goed zou zijn om die oorspronkelijke positie weer te kiezen. Dan zijn we dichter bij Jezus dan wanneer we dat niet zouden durven of willen. Maar ja… of dat nog lukt? Ik vermoed dat we er inmiddels te westers, te Grieks voor zijn gaan denken. Het beeld van god dat we wel degelijk hebben, in ons hoofd, heeft welbeschouwd veel weg van de griekse god Zeus.

Zeus was en is namelijk de almachtige, afgebeeld als een oudere man met baard boven de wolken, de oppergod in het Pantheon, die alles bestuurt en beschikt. We willen hem niet graag meer afstaan, lijkt het wel, of inleveren tegen de bijbelse profetie. Bijbelse profeten zijn het die elke beeldvorming afraden, ja zelfs verbieden (Exodus 20: 4). In de Bijbel wil God vrij blijven van alles, echt álles, wat wij ervan vinden.

De ellende is dus dat wij meer hebben leren vertrouwen op de almacht van Zeus dan op het lijden van de jood Jezus. Almacht vinden we sterk. Lijden zwak. Een fatale vergissing is dat. Zolang we blijven “hangen” in Zeus-achtige gedachten zal het voor de kerk niet meevallen om een krachtige plaats in de samenleving in te nemen. En zullen we juist met een almachtige god in gedachten toch zwak blijven staan. Steeds zwakker.

Of wellicht uiteindelijk ten onder gaan. En dán is het nog maar de vraag of dat erg is, of juist niet… Misschien zijn er elders op de wereld wel initiatieven gaande (emerging) die dichter bij de bijbelse profetie blijven dan onze kerk durft of wil, met méér verzet tegen de heersende religie (die de religie van de heersenden is) dan in onze kerk gangbaar is.