Waarom de regenboogvlag teveel met alle winden meewaait

Preek 180113, gehouden op 13 januari in De Arke te Drachten

 

Om te beginnen heb ik een vraag aan u: Een vader en een zoon gaan samen autorijden. Het noodlot wil echter dat ze een frontale botsing maken tegen een boom waarbij de vader omkomt, maar de zoon het overleeft, zij het levensgevaarlijk gewond. De zoon wordt met spoed naar het ziekenhuis gereden en op de OK gebracht. Dan komt de in allerijl opgeroepen chirurg binnen, ziet de patiënt op de operatietafel liggen en zegt dan, tot verbijstering van iedereen rond de patiënt… “Ik kan niet opereren. Het is mijn eigen zoon. Ik kan niet mijn zoon opereren.” Wat is hier aan de hand?

De chirurg is zijn moeder! Dit gaat over heel traditionele rollen, namelijk die van man en vrouw en wat een man behoort te doen en een vrouw behoort te laten. Zo traditioneel dat we er soms niet eens aan denken dat iemand die zegt “het is mijn zoon” net zo goed de moeder kan zijn. Als de vrouw in het raadsel zo snel buiten beschouwing wordt gelaten… Is ze dan niet uitgesloten? Mag ze er eigenlijk wel zijn? Ja, wel in de keuken met een aardappelschilmesje maar niet op een OK met een scalpel in haar hand. En áls zij dat in onze gedachten is: uitgesloten, hoe kómt dat dan? Is het niet onze cultuur die dat ons láát denken?

Ooit heb ik drie weken in een ziekenhuis verkeerd met een kind, waarvan we dáchten dat het een jongetje was maar waarvan dat nog niet vast stond. En gezien de levenskansen ook niet te hopen was, omdat bij de aandoening waarom het ging meisjes een iets grotere overlevingskans hebben dan jongetjes. Ik heb gezien, in dat kinderziekenhuis, dat het niet wáár is dat er óf jongetjes zijn, óf meisjes, maar dat daar nog een hele wereld tussen zit.

Nu is er in ons land veel ophef over een verklaring, overgenomen van een conservatieve Amerikaanse club in Nashville en in het Nederlands vertaald en ondertekend door zo’n 250 predikanten, ook van PKN – huize. Ik zal maar gelijk met de billen bloot: ik vind die verklaring vreselijk.

Hij wordt gepresenteerd als een verklaring tegen homo’s en transgenders. Maar waarom zou je daartegen zijn? Wat is het diepste oergevoel van mensen om zulke dingen te bedenken? En er dan zoveel mogelijk handtekeningen bij te verzamelen. Als een statement. Tegenover wie? God? De wereld? De homo’s en transgenders in eigen gelederen?

Het zou kunnen dat mensen denken: dit is wat God wil: dat je je verzet tegen homoseksualiteit en tegen -zoals zij dat noemen met een hele vreemde term- genderisme, als dé grote bedreigingen die de kerk schade berokkenen. Dit is wat God wil en dat heeft hij glashelder duidelijk gemaakt in de Bijbel. Die wij “onverkort”, dus zonder er ook maar iets buiten te laten, beschouwen als: de geopenbaarde wil van God. Maar blijkbaar niet duidelijk genoeg openbaar, dus daar willen we God dan wel in bijstaan.

Wat mij altijd een heel overmoedig pogen lijkt. Gedachtig het plotselinge einde van Uzza, die, zoals we in de profetie kunnen lezen, de Ark, de woonplaats van God, een handje wil helpen, omdat die, op het moment dat de runderen uitglijden, van de wagen dreigt te kukelen. Zijn hand uitsteekt om hulp te bieden en prompt door de bliksem wordt getroffen. Een heftig verhaal, dat in elk geval wil bewerkstelligen dat mensen niet allerlei opvattingen de wereld in kunnen sturen om de zaak van De Heere, met drie of met vier e’s, te ondersteunen.

Laten we een aantal dingen samen benoemen, uit de bijbel en uit ons gezonde (nou ja…) verstand en dan concluderen dat er meer aan de hand is dan dat je door een regenboogvlag te laten wapperen de geest die naar mijn idee uit de fles is er nog in kunt krijgen. Allereerst wil ik uw aandacht vestigen op het feit dat Paulus in zijn brief aan de Galaten drie splijtende conflicten noemt. Conflicten die het leven van mensen ernstig ontwrichten, en shalom onmogelijk maken. Daarbij is het bijzondere van Paulus dat hij allesbehalve een idealist is, zo van: “we zouden eigenlijk moeten, maar ja, dat is niet zo eenvoudig…” Geen idealist, geen appèl doet op mensen, maar een bestáánde situatie vaststelt. Ben je in Christus, dan ben je één, dan ben je “zaad van Abraham”.

Die drie splijtende conflicten die hij noemt zijn Joden en Grieken: Joden en Grieken verkeerden in een situatie van regelrechte oorlog. De Joodse en de Griekse cultuur botsten kei- en keihard op elkaar en de Joden bereidden een bloedige opstand tegen de Romeinen voor, de griekse machthebbers in Rome.

Het tweede front dat de humaniteit verwoestte was dat tussen slaven en heren. Slavernij, dé maatschappijvorm van het Romeinse Rijk, was in de ogen van de Joden zó verwerpelijk dat daar alleen maar een uiterste verzet tegen mogelijk was en geen enkele consideratie. Paasfeest, Pesach, was een Joods feest; hét feest waarbij gevierd werd dat er een God zich bemoeid had met Israël die zich allereerst bekend maakt met déze zin: “Ik ben adonai, jullie God die jullie heeft bevrijd uit Egypte, uit de slavernij.” Het eerste wat God zegt!

De God van de Bijbel is een God die het per se voor slachtoffers van slavernij opneemt. En hoe erg slavernij is weten we inmiddels wel, of kúnnen we weten. We hebben de slavernij niet voor niets afgeschaft.

En dan het derde front, dat de humaniteit volgens Paulus verpest is: “mannelijk en vrouwelijk”. Zo noemt hij het. Dus: In Christus is noch Jood noch Griek, noch slaaf nog slavenhouder, noch mannelijk en vrouwelijk. Niet: man en vrouw. Niet: ‘andros’ en ‘gunaikos’, maar: ‘arrèn’ en ‘thelus’, mannelíjk en vrouwelíjk.

Paulus zag dus de vrede, de shalom, want daar was het hem om te doen, niet als een te bereiken ideaal maar als een consequent gevolg van een werkelijk bestaande situatie. Ben je in Christus één, dan ben je dat als zaad van Abraham. De redenering is als volgt: Abraham is de vader van alle gelovigen, maar dat was hij als, let wel, ónbesnedene. Toen Abraham tot vader van de volkerenwereld werd uitgeroepen had zijn besnijdenis namelijk nog niet plaatsgevonden. Dat moest nog komen. De vader van alle volkeren is dus een onbesnedene.
En ten aanzien van heren en slaven geldt dat wie zich op de God van de Bijbel beroept, zich beroept op een God die de slavernij rigoureus afwijst. Dus wie die slavernij wil voortzetten kan dat nooit doen op bijbelse gronden.

En dat derde: dat ‘mannelijk en vrouwelijk’? Dat derde front dat het leven van mensen verwoest? Eigenlijk is dat derde het meest fnuikende conflict van de drie. Want méér nog dan Jood of Griek te zijn, of slaaf of slavenhouder, is het een “natuurlijke” zaak om een man of een vrouw te zijn. Van een kind dat wordt verwacht wordt namelijk altijd gevraagd: wordt het een jongetje of een meisje? Er is niets zo basaal als die derde kwestie, die dan ook het moeilijkst te hanteren is.

We worden allemaal als jongetje of meisje geboren, zou je zeggen. Daar is nog veel op af te dingen. Want zo heel duidelijk als de kleuren rose en blauw van de geboortekaartjes het suggereren is het allemaal niet. Maar hóe worden we een man of een vrouw? Dat gaat niet vanzelf. We worden het met pijn en moeite. In de psychoanalyse zijn castractie-angst en penisnijd heftige drempels onderweg naar een volwassen-mens zijn. Het hele verhaal van seksualiteit -wat een beetje een moderne uitvinding is- is géén natuurlijke aangelegenheid. Je bént niet man of vrouw, maar je wórdt het. Volgens Freud zijn beide seksen in psychologisch opzicht biseksueel en eist de maatschappij dat de ene sekse een overwicht aan vrouwelijkheid en de andere sekse een overwicht aan mannelijkheid verwerft. Man en vrouw worden in de cultuur gemáákt.

En de bijbel dan? We moeten daarin oppassen met termen als ‘natuur’ en ‘tegennatuurlijk’. Want het woord “natuur” betekent in de antieke oudheid iets heel anders dan bij ons. Als Paulus het heeft over natuur dan bedoelt hij: zoals de dingen in het openbare leven gáán. Morele codes. Hoe hoort het? Dat geheel van hoe je je hebt te gedragen, wat wij dus “cultuur” zouden noemen, dat noemt hij: “natuur”. De voorbeelden die hij beschrijft gaan dan ook meestal over hoe je je kleedt en of je je haren knipt of lang laat groeien.

Dus man en vrouw als maatschappelijke rol is door de cultuur vastgelegd. En daarmee niet Gods idee of schepping. En ook geen scheppingsorde. Daar staat de Nashville-verklaring echter ból van, Dat slaat dus feitelijk echt nergens op. Er is eigenlijk geen enkele opvatting in de Nashvilleverklaring waarvan je met enig recht kunt zeggen dat die bijbels zou zijn. En dat komt omdat de schrijvers van die verklaring op de klank af gaan en denken dat het in de cultuur van de bijbel op dezelfde manier over dezelfde dingen zou gaan als hier in het westen anno 2019.
Schepping in de bijbel is niet hetzelfde als: natuur, of biologie, gelukkig niet zou ik zeggen. En ons woord natuur betekent iets heel anders dan in de bijbelse tijd. Schepping, dan gaat het over zoiets als: een God die mensen maakt, naar zijn beeld; en niet andersom: mensen die zich een God voorstellen.

Mensen naar zijn beeld. Zo schiep God de mens, staat er dan. “Mannelijk en vrouwelijk” schiep Hij de mens. Er staat dus niet dat God mannetjes en vrouwtjes schiep maar dat de mens een beeld van God is en zowel mannelijke als vrouwelijke aspecten heeft. Beide zijn aspecten van het mens zijn. Je moet dus zeggen vanwege dat “naar mijn beeld, op mij gelijkend” dat in God beide aspecten gelijkelijk aanwezig zijn. Zonder hiërarcie. Dát is bijbels.

Overigens is de toevoeging: weest vruchtbaar en wordt talrijk ook meer een mentale, geestelijke kwestie dan één van procreatie. Althans dat mag je hopen, want als er één ding deze aarde bedreigt dan is het wel de ongebreidelde voortplantingsdrift van het mensdom. Dat kun je toch moeilijk in overeenstemming brengen met Gods wil?

Het is dus niet zo makkelijk te zeggen wat bijbels is en wat niet. Abraham had een aantal vrouwen. En Salomo ook, en veel meer figuren in de bijbel. Je zou dus met recht kunnen zeggen dat poly-amorie of polygamie “bijbels” is. En dat je als kerk monogamie tot afwijking van de norm en dus tot zonde moet verklaren. Dat zullen de Nashville-ondertekenaars onzin vinden. En dat is het ook. Maar het is exact dezelfde onzin als die zij zelf hanteren.

Dus de rollen van man en vrouw zijn cultureel bepaald en vastgelegd. Maar daarmee begint ook de ellende. Er worden namelijk ook steeds mensen geboren die het níet lukt om zich in deze maatschappelijke orde van seksualiteit te schikken. Onvrouwelijke vrouwen zeg maar, of onmannelijke mannen. Het zijn déze mensen die ervoor zorgen dat de heersende orde problematisch blijkt te zijn. Het zijn dan ook deze mensen die vanouds als heksen of als sodomieten te vuur en te zwaard worden vervolgd. Vervolgd, mishandeld, en als het moet óók vermoord.

Of de ondertekenaars van Nashville dat beseffen weet ik niet, je mag hopen van niet, maar het gaat over leven en dood. De geschiedenis van deze strijd is nog niet, of niet erg uitvoerig, geschreven. Wat we kunnen weten, hoewel de kerk daar tamelijk naief in lijkt te zijn, is dat het een strijd is die openlijk of verhuld permanent wordt gevoerd en inmiddels ontelbare slachtoffers heeft gemaakt.

In 1789 brak de burgerlijke revolutie uit die een einde maakte aan de macht van de adel en van de Roomskatholieke Kerk. De leus van de revolutie luidde: “vrijheid, gelijkheid”, “liberté, egalité” en als derde, heel eigenaardig: “fraternité”, “broederschap”. Een mannelijke term dus! Kan dat nog goedkomen? Nee dus.

Napoleon maakt een einde aan de revolutie vooral met zijn Concordaat van 15 juli 1801, waarbij alles tussen wereldlijke overheid en kerkelijke overheid geregeld werd en waarbij nadrukkelijk werd vastgelegd, heel opvallend, dat een kerkelijke huwelijksinzegening alleen gegeven mocht worden aan wie eerst een burgerlijk huwelijk had gesloten.

De burgers, eenmaal aan de macht, hadden er niet meer zoveel belang bij dat onvrijheid en ongelijkheid werden beschouwd als: onrecht. En de burgerij gaat er steeds meer toe over om de feitelijke ongelijkheid, ten aanzien van arbeiders, vrouwen, kleurlingen, asielzoekers, niet meer te beschouwen als onrecht, maar te vereeuwigen tot “natuurlijke ongelijkheid”. Als iets “natuurlijk” is dan heb je van je geweten niet meer zoveel last. Dan kan jou namelijk geen onrecht worden aangewreven. En wat is er “natuurlijker” dan de “orde van de seksualiteit”?
Niets was dus geschikter om tegen een al te radicaal vrijheidsstreven te worden ingezet dan de in die orde besloten ordeningen van: huwelijk en gezin. Zo werd het gezin de “hoeksteen van de burgerlijke samenleving”. Een kerk en een overheid die samen aan de macht wilden blijven hadden dat gewoon nódig.

Het is eigenlijk de geschiedenis door steeds zo, sinds Constantijn zich als keizer tot het christendom bekeerde, dat de kerk de orde van de wereld veel meer onderschrijft dan dat ze zich ervan distantieert. De orde in de kerk lijkt dan ook veel op die in de wereld. Die orde is hiërarchisch. De man vertegenwoordigt de sfeer “van het boven” en de vrouw die “van het onder”. Wijze en erotisch zelfstandige vrouwen worden voor ze het weten heks of hoer. Dat merk je ook in de taal. Een man begaat hooguit een misstap, maar blijft altijd op mde been terwijl een vrouw steevast een gevallen vrouw is.

De reformatie heeft dan wel de Papa, een uiterst mannelijke kerkelijke vorst, afgeschaft en ook de madonnacultus, ze bestrijdt echter te vuur en te zwaard wat de orde van de seksualiteit ondermijnt.

Ik heb me afgevraagd hoe dat kan? Ik denk dat het te maken heeft met een gevoel van: hoe moeten we leidend zijn in de samenleving op het vlak van politiek en maatschappij? Het is ook allemaal zo ingewikkeld, zo moeilijk, er zitten overal zoveel kanten aan. Hoe kan je als kerk je nu staande houden tussen en met de grootmachten van deze wereld en zo zelf ook een machtsfactor van belang blijven? Hoe dóe je dat? Ethisch gezien is het allemaal zeer gecompliceerd en kun je niet makkelijk je morele gelijk botvieren, behalve daar waar het gaat om het meest “natuurlijke” wat er is: de seksualiteit. De hele ontwikkeling van dat begrip seksualiteit is dan ook opgekomen als antwoord op de vraag: hoe blijven we als kerk aan de macht?

Door mensen in te persen in een seksuele tweespalt kon trouwens ook een begrip als ‘homoseksualiteit’ ontstaan. Dat komt dus uit onze cultuur, machtscultuur, en komt als zodanig niet uit de bijbel.

Pervers. Dat is de seksualiteit die afwijkt van wat heteroseksuele mannen de norm vinden. Die vinden namelijk hun eigen geaardheid de norm en alles wat daarvan afwijkt is dan: zonde. Soms noemen ze die niet eens geaardheid maar “gerichtheid”. Alsof er iets te kiezen zou zijn…
Waar heteroseksuele mannen, en zij hebben en houden steeds de macht, moeite mee hebben, daar zou God dan tegen zijn. Homoseksualiteit is dus een historische categorie.

Nu terug naar Paulus. Bij hem gaat het -als u het mij vraagt- om niet minder dan om de opheffing van de seksualiteit, om een maatschappij, niet zonder seks, zeker niet, lees bijvoorbeeld het boek Hooglied eens, dan merk je dat de bijbel veel minder preuts is dan wij zijn. Het gaat Paulus om een maatschappij waar mensen ménsen nodig hebben, zonder dat die mensen eerst passend bijgeschaafd zijn, en zonder dat de contacten die ze maken en de manier waarop: hun strelingen, hun kussen, hun knuffels, vooraf gecategoriseerd zijn.

Nu heb je twee bewegingen die botsen en die steeds harder zullen botsen. Mensen die graag willen dat de kerk aan de macht is, of blijft, zullen homoseksualiteit en gender issues openlijk aan de kaak stellen als afwijking van Gods orde. Want die Nashville verklaring is behalve negatief over homseksualiteit nog veel vijandiger tegen wat zij noemen transgenderisme. Vreemd woord, alsof het een beetje overspannen hobby zou zijn. Alsof transen en biseksuelen en mensen met een interseksualiteit hun geaardheid kiezen en daarmee ten strijde trekken tegen de gevestigde orde. Terwijl het omgekeerd is: de gevestigde orde wil niet dat ze er überhaupt zijn. Zijn, zoals ze geboren zijn.

En verbiedt het ook expliciet om het voor hen op te nemen want ook iemand die dat doet wordt in de Nashville verklaring tot zondaar en afvallige gemaakt. Het lijkt niet alleen oorlog, feitelijk ís het dat. Dat is wat we nu zien gebeuren.

En dat is met heel veel sympathiek gewapper van een regenboogvlag niet meer zo makkelijk te dempen. Die vlag waait namelijk te makkelijk met alle winden mee. Hier is denk ik wel wat meer verzet geboden. Aanhoudend verzet en hand in eigen boezem en zo. Er is namelijk ook een hele enge -althans dat vind ik- verbinding te zien van dominees die de verklaring ondertekenen en politieke figuren uit kringen van -bijvoorbeeld- Forum voor Democratie. Die komen vrijelijk -om zo te zeggen- bij elkaar over de vloer. Waarbij steeds de ene kant van die drieslag van Paulus wordt gekozen: De grieken bóven de Joden: het borrelt bij hen vaak van anti-judaïsme en zelfs antisemitisme. Maar ook van heren bóven de slaven: “grenzen moeten dicht”, roept men dan. Houdt ze buiten. Muren worden opgetrokken. En -dat dan óók- het mannelijke bóven het vrouwelijke…

Aan de andere kant van het conlfict heb je mensen die ervan overtuigd zijn dat de kerk niet tegen de macht moet aanschurken, maar per definitie in de marge van de samenleving thúishoort. Zij zullen zich veelmeer herkennen in Messias Jezus, die ergens zegt: “Mijn ideaal is het dat er niet wordt gehuwd en niet ten huwelijk wordt genomen”. En zij zullen ook inzien dat de maagdelijke geboorte niet zozeer gaat over de vulva van Maria maar over het feit dat aan het leven van deze Jezus geen mannelijke inbreng te pas is gekomen.

Hoe ging het verder na de bestorming van de Bastille? Vrouwen lieten zich niet onbetuigd en eisten meer en meer rechten op. Ook al kostte hen dat vaak de guillotine. In eerste instantie via wetten en regels: zoals kiesrecht. De eerste feministische golf, maar er zou later nog een tweede volgen.

In antwoord op die lastige strevingen destijds schreef Abraham Kuyper in 1914 een brochure met de titel: “De erepositie der vrouw” De vrouw wordt daarin niet genegeerd maar op een voetstuk geplaatst. Dat voetstuk is echter wel: “de positie die door God aan de vrouw is toegewezen.” En die positie stemt overéén met wat we volgens Kuyper kunnen leren van wat hij dan aanduidt als: “de historie en de ervaring”: “Er is een tweeërlei leven. Een leven in het gezin, in de familie, met de kinderen en bijna geheel daarbuiten een ander leven in Raden en Staten, op de vloot en in het leger”, die: “samen blijkt te vallen met het soortverschil tussen man en vrouw.”

Dat is wat er steeds gebeurt, ook in en ná de Franse revolutie: De complicatie van de burgerlijke ideologie die mensen van nature vrij en gelijk verklaart -liberté en egalité- maar tegelijk meent dat “natuurlijk” de mannen het voor het zeggen hebben! God zelf roept vrouwen tot de orde, de orde van de seksualiteit, en die orde wordt opgewaardeerd tot haar roeping. Zo los je dat theologisch op. Door dat wat allereerst cultureel is bepaald naderhand te dúiden als: de wil van God. Dat is nou precies wat er in die vreselijke Nashvilleverklaring feitelijk gebeurt en dus niet andersom zoals zij graag willen doen geloven.

Er is nu in onze dagen een tweede feministische beweging. En die gaat meer in op de taal die we gebruiken. Als je God namelijk ziet als een man dan vind je bewust of onbewust het mannelijke al snel ook: goddelijk en het vrouwelijke niet. Of minder. Het eigenaardige is dat het bijbelse gegeven waar de opstellers van de Nashvilleverklaring gebruik van maken: de schepping van het mannelijke en vrouwelijke uit Genesis, precies omgekeerd is bedoeld dan wat zij ervan maken. Ij denken aan God als een man, die dan ook een man schept. En pas in tweede instantie komt er een vrouw bíj. In twede instantie. Als rib uit zijn lijf.

De mens is echter in Genesis een beeld van God en niet andersom. Mannelijk en vrouwelijk schiep God de mens. Dat zijn in de tekst van Genesis twee aspecten van het ene mens zijn en dus is God -in die manier van spreken- zowel mannelijk áls vrouwelijk! Als ze dus in Nashville zouden hebben gelezen wat er staat zouden ze nooit tot deze verklaring hebben kunnen komen.

Welnu, we komen tot een afronding maar zonder de hele situatie die zich voordoet volledig uit de doeken te kunnen doen. De meest welwillende houding van kerken, ook van de PKN, is: homo’s en bi’s en lesbiënnes en transen zijn welkom. Wij bieden hen een veilige plek, wij, hetero’s. Dat klinkt heel vriendelijk en is het ook. Maar ik zou verder willen gaan.

Jezus wilde deze wereld omgekeerd. Het engelse woord voor omgekeerd is: queer. Jezus wilde dus in feite zoiets als: queer… Daarom zou ik het anders willen stellen: Wie heet nu eigenlijk wie welkom, in de gemeente van Christus? En wie biedt aan wie een veilige plek? Kan het ook omgekeerd? Moeten hetero’s niet ook uit de een of andere kast komen? Of onder een deksels dogma vandaan. En bekennen dat ze niet alleen ín de wereld maar ook met huid en haar ván de wereld geworden zijn, en daar graag van zouden willen verlost, maar hoe? En dat ze niet goed om weten te gaan met al die andere vormen van seksualiteit dan hun eigen? Dat ze dat verrekte moeilijk vinden?

En dat dus -omgekeerd- LHBTQ-christenen veelmeer hén welkom heten? Hén willen leren hoe het is om gemarginaliseerd te zijn. En hoe je dáár in de marge Jezus zult ontmoeten. De Jezus die niet in Rome op de troon wilde zitten maar onder die mensen wilde zijn waar de samenleving van destijds -en die van nu- nog geen stuiver voor over had?

Dát zou pas shalom zijn!

Amen

Share This!

One thought on “Waarom de regenboogvlag teveel met alle winden meewaait

  1. Prachtig stuk. Van begin tot eind met volle aandacht gelezen. Jammer dat het geschreven moest worden. Maar ik ben er van overtuigd dat het tijd voor ‘ons’ hetero’s de tijd is aangebroken om uit de kast te komen.
    Well done Jurgen.

Leave a Reply