Crisis? What crisis? N.a.v. Psalm 1: 5a

Zo luidt de titel van een LP van Supertramp uit 1975. Daar moest ik aan denken vanwege dat twee keer voorkomende woord: Crisis. Crisis is grieks en komt vaak voor in de bijbel, veel in het Nieuwe Testament, maar ook bijvoorbeeld in de Septuaginta, de griekse vertaling van Psalm 1. Daar staat het voor het hebreeuwse woord “misjpat”. Een spannende regel in deze Psalm is vers 5: “Daarom houden de goddelozen geen stand in het gericht”. In de vertaling van NBG 1951 waar het woord “gericht”wordt gebruikt. Vertalingen lopen erg uiteen. De Bijbel in Gewone Taal (BGT) vertaalt dat er van slechte mensen niets over blijft wanneer God recht spreekt. Het lijkt alsof God wraak oefent. Straft. Maar is dat zo?

Drie begrippen vragen om enige uitleg. Allereerst die in de Psalm voorkomende goddelozen, wie zijn dat? Zijn dat ongelovigen? Onkerkelijken? Zij die niets hebben met zoiets als: god?
In het hebreeuws wordt het woord “rasha” gebruikt. Rasha is een woord waarin geen verwijzing naar god voorkomt, en waarmee diegene wordt aangeduid die volledig gericht is op kwaad, destructie en vernietiging. De etter. De schoft. Die het leven van kwetsbare mensen ónmogelijk maakt. Het tegenovergestelde van de “tsaddiek”, de rechtvaardige. De tsaddiek doet “tsedaka” (recht) en dat leidt tot “mishpat”, gerechtigheid. Crisis in het grieks. Op dat begrip mishpat/crisis kom ik zo meteen.

Het tweede wat eerst uitleg behoeft is de zinsnede “geen stand houden”. Een verwarrende vertaling, want het hebreeuws heeft daar het woordje “qoem”, wat betekent: opstaan. In het grieks wordt dan ook vertaald met: anistèmi. Het woord dat in het Nieuwe Testament zo’n grote rol speelt: opstanding. Sta op, en ga!

Hoe ver zijn we nu? “De goddelozen zullen geen stand houden in…”, zou ik dus liever vertalen met: “de schoften zullen niet opstaan in…” Ja, waarin? In het hebreeuws staat er: mishpat. Het doen van recht. Je kunt ook vertalen: gericht, zolang je dat maar niet verstaat als: straf-expeditie of: wraak-oefening, maar als: de zaken worden récht gezet. De slachtoffers komen tot hun recht. De doden, waarmee de bijbel vooral de vermoorden bedoelt, degenen die zijn omgebracht en van wie het bloed uit de akker roept, zoals het bloed van Abel, -de doden staan op. Dat heet: mishpat. Er wordt recht gedaan.

Dat woordje mishpat is dus in het grieks: crisis. En dat is níet een negatief woord, maar hoopvol, positief en vol van belofte. Althans… voor de slachtoffers van onrecht en geweld, slavernij en uitbuiting. Zíj zullen opstaan in de mishpat, de crisis. De schoften niet.

Crisis is een positief woord! Op de hoes van de LP van Supertramp zie je een mannetje onder een parasol in een desolaat, vervuild, vergiftigd, doods landschap. Daar heeft “crisis” een negatieve klank. In de bijbel is dat niet zo. Daar is het juist omgekeerd: de zaken worden voorgoed rechtgezet. Het is: leven wordt mogelijk gemaakt. Dat wat omgevallen is wordt rechtop gezet. Dat wat mis is komt goed. Wat vuil is wordt rein. Wat gedood is komt tot leven.
Crisis is een positief woord! Niet in ons spraakgebruik, maar wel in de mond van Jezus bijvoorbeeld. Hou dat alstublieft goed vast. Zo kan Jezus zeggen: Zie toe dat gij niet onder het oordeel valt. Met de klemtoon op het laatste woord. Zie toe dat gij niet onder de mishpat, de crisis, vált, want die is niet bedoeld om onder te vállen, maar om daarin óp te staan! Het wordt schepping. Licht en Leven.

Behalve de schoft. Wees niet bang. Het duistere kwaad dat u de keel doorsneed of in de gaskamers wierp, -die staat níet op.