Helaas is er níets onschuldigs aan…

Er is een discussie in de kerk (PKN) gaande over de vraag of HBO opgeleide kerkelijk werkers voorganger of predikant kunnen worden. Deze vraag komt op uit de vraag of mensen in zogenoemde “pioniersplekken” de taak en de positie van voorganger op zich zouden kunnen nemen. Vaak gerechtvaardigd met het motto: pioniersplekken zijn plekken waar “de bekende boodschap” in nieuwe vormen wordt gevat. En, verder denkend: wanneer leken, die niet academisch geschoold zijn, voorganger in een pioniersplek kunnen worden, kunnen dan annex daaraan ook HBO-opgeleide werkers predikant worden in kleine kerkelijke gemeenten die geen dominee meer kunnen betalen? Eigenlijk gaat het over de ambtsopvatting binnen de PKN, want predikant is feitelijk geen beroep, zoals kerkelijk werker, maar een ambt.

Onder die vraag zitten een aantal andere vragen verborgen waar ik het over zou willen hebben.

Het kan er niet om gaan van de kwaliteit van HBO-opgeleide kerkelijk werkers af te doen. Dat zou onzinnig zijn. Ook kan het niet zo zijn dat academisch gevormde predikanten een meer waardevolle inbreng hebben in de kerk, want wat maken ze van die academische vorming waar? Soms maar heel weinig is mijn idee. Vaak ook nog daartoe gedwongen door gemeenteleden die met academische theologie niet veel op hebben maar veel meer met wat ik hen dan hoor noemen:  “geloof uit het hart”. Wat is er dan aan de hand?

Binnen de PKN heerst de -op zich- vreemde idee dat het bedienen van de sacramenten: doop en avondmaal, aan predikanten voorbehouden moet zijn. Althans tot nu toe. En dat het uitleggen van de bijbel minder belangwekkend is, en minder riskant ook, en daarom heel goed aan niet-theologen kan worden toevertrouwd.

Dat lijkt me een misvatting. En de argumenten die door sommige HBO-opgeleiden worden aangevoerd in deze discussie sterken mij in die overtuiging. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat je geen theologie hoeft te hebben gestudeerd omdat Paulus en de andere apostelen zelf ook geen theologen waren. Dat op zich is reeds een pijnlijke onderschatting van de rabbijnenopleiding van Paulus, die als Farizeese schriftgeleerde grondige studie heeft gemaakt van Tora en Nebiim (wet en profeten) en die stellig ook een groot kenner van Talmoed is geweest. Maar daarnaast is het een ernstige overschatting van de mogelijkheid om als westers denkend mens zomaar, zonder de talen te kunnen lezen of de geschiedenis van de teksten te kunnen onderscheiden, toegang te krijgen tot deze oude Joodse literatuur waarover we het hebben.

Ook hoor je weleens opperen dat theologie studeren tot gevolg heeft dat je daardoor minder gaat geloven en dat daarom HBO-opgeleide kerkelijk werkers beter in staat zouden zijn voor te gaan, predikantswerk te doen, omdat zij meer zouden geloven dan academici.

Naar mijn overtuiging moeten we dieper proberen te peilen en is de kerk reeds lang een wissel gepasseerd waarachter we helaas niet of niet makkelijk meer terug kunnen. De overtuiging namelijk dat leken wel de woordbediening kunnen behartigen maar niet die van de sacramenten. Om brood te delen en wijn te schenken of om een dopeling te dopen is echter minder theologische academische know-how noodzakelijk dan om de bijbel uit te leggen.

Ook is voorgaan in de sacramenten naar mijn idee veel minder riskant dan de woordbediening. Afgelopen zondag is daar een navrant voorbeeld van.

Op het rooster stond blijkbaar het verhaal van Thomas, uit Johannes 20. Het gaat me even -bij wijze van voorbeeld- om dat wat Jezus tegen de “ongelovige (Jood) Thomas” zegt (Johannes 20: 27). De meeste moderne vertalingen, die ook het meest gebruikt worden in kerkdiensten, vertalen iets als: “Blijf niet ongelovig maar wordt gelovig”.

Niet onschuldig, maar stellig onbedoeld, is het frame dat in vele preken op die manier ontstaat. Joden zijn “ongelovig” maar worden door Jezus opgeroepen daarmee te stoppen en “gelovig” te worden. Vaak wordt dat frame impliciet versterkt door het over “wij” te gaan hebben. Men koppelt dan dat “Zalig zij die niet zien, etc” zonder meer en zonder enige vraag aan: wij christenen, die niet zien en “toch” geloven.

(Je hoeft maar een paar maanden Grieks te hebben gedaan om te zien dat zowel voor “ongeloof” áls voor “geloof” het werkwoord “ginomai”, geldt, wat “worden” betekent. Het een, ongeloof, is dus niet iets wat wás terwijl het ander, geloof, iets is wat zíjn moet.)

Ik zal daar niet licht de staf over breken want zo zit dat verhaal in ons hoofd! Naïef antisemitisch zou ik het willen noemen. En dat dat in ons hoofd zit, breed, wordt bewezen door het feit dat het ook zo wordt vertaald in moderne vertalingen, want het zit ook in het hoofd van christelijke vertalers. De bekende boodschap dus. En het maakt niet veel uit in welke vormen je die bekende boodschap giet. Sterker: ik zou graag willen dat die niet in al te aantrekkelijke vormen wordt gegoten, omdat ik niet het atheïsme -het “ongelovig” zijn- maar het antisemitisme een grote bedreiging vindt.

Daarom moet er mijns inziens een academische theologische vorming blijven bestaan. Niet alleen buiten, maar vooral ook bínnen de kerk. En doet de kerk er volgens mij goed aan om in te zien dat de vernieuwing niet zit in de vormen, hoewel aandacht daarvoor belangrijk en nuttig is, maar dat de werkelijke vernieuwing zit in de uitleg van de bijbel. De bijbel die niet en nooit “de bekende boodschap” is of mag worden, niet de bekende stem van onze Joods-Christelijke cultuur (sic) maar een vreemde onbekende kritische Joodse stem. Niet van maar in onze cultuur.

De bijbel typeren als “de bekende boodschap”, waarvoor niet veel nodig is om die uit te leggen, is vragen om moeilijkheden. En die moeilijkheden zijn, zonder dat ik angst wil zaaien, in een cultuur waarin antisemitisme weer meer en meer de kop opsteekt werkelijk levensgevaarlijk.

 
Become a Patron!

1 thought on “Helaas is er níets onschuldigs aan…

  1. (Je hoeft maar een paar maanden Grieks te hebben gedaan om te zien dat zowel voor “ongeloof” áls voor “geloof” het werkwoord “ginomai”, geldt, wat “worden” betekent. Het een, ongeloof, is dus niet iets wat wás terwijl het ander, geloof, iets is wat zíjn moet.

    dit heb ik nog nooit gehoord van een predikant. Ik ben benieuwd naar een preek van jou over dit gedeelte.

Comments are closed.