Jezus als koning?

Waarom was Maria een maagd? Omdat Jezus “uit de hoge” moest komen. Zo eenvoudig is het nu eenmaal. “Nu zijt wellekome, Jesu Lieve Heer, Gij komt van alzo hoge van alzo veer.”

Voordat we nu al te snel instemmen, waar we goed in zijn als bijbellezers, en zouden gaan roepen: “Ja! Ook Ceasar was geboren uit een maagd en ook Farao kwam uit de Hoge; dat is namelijk de enige afkomst die bij koningen, keizers en machthebbers past!” -voordat we snel instemmen, heeft het zin om te bedenken dat de schrijvers van het evangelie, joodse vertellers, nakomelingen van slaven in Egypte, die hun afkomst nooit verloochenen, dit kind tekenen als: een vluchtelingenkind! Waarop wordt gejaagd om het te doden. Dóór de Koning. En de Keizer!

Volgens Emmanuel Levinas, de Franse filosoof van pools-joodse afkomst (Litouwen), wordt een mens pas lévend doordat er ogen zijn die hem aankijken. Die hem vragen: zie je mij? Ogen van de Ander. Ogen van vluchtelingenkinderen. Ogen van hen die hulp nodig hebben. En wanneer een mens ingaat op de vraag die die Ander stelt, is die Ander niet de hulpbehoevende, of de hulpeloze, de kansarme in de laagte, maar is het de Ander die -zo zegt Levinas het- “uit de hoge komt”!

Jezus wekt ons niet tot leven als machthebber, en al helemaal niet als ‘almachtige’, maar als vluchtelingenkind, als gehangen slaaf, die ons dagelijks toeroept: “Ontwáák! jij die slaapt, en sta op uit je dood; treedt uit dat geïsoleerde prachtige leven dat je denkt te leiden!” Jezus wekt ons tot leven als arme onder de armen, als minste onder de mensen, en kijkt ons aan. Met de ogen van de Ander.