3 september (over hemel en hel, deel 2)

Als u al een hemel op aarde had wat zoekt u dan hier?

Allemaal weer terug van vakantie? Een aantal van ons zijn waarschijnlijk op reis geweest. Vertel eens waar is de reis naar toe gegaan?

…..

In elk geval daarheen waar alles anders is. Er eens uit!

Voor de vakantie had ik beloofd om verder na te denken over de vraag die we op de laatste zondag van het vorige seizoen aan de orde hebben gesteld. Als er sprake is van behouden worden, op grond waarvan dan?

Is het iets wat we zeggen, wat we doen, wat we zijn, wat anderen voor ons doen? -denk aan die vier mannen die dat matrasje laten zakken.

Er is niet één bijbels antwoord te geven, hebben we gezien. Er zijn vele antwoorden mogelijk. Maar hoe zit dat dan met de hemel, en -al of niet in het verlengde daarvan- met de hel?

Vandaag wil ik de hemel met u behandelen en volgende week, bij het avondmaal gaan we dan de hel uitkammen, samen. Spannend…

Eerst maar even een plaatje laten zien: schilderij. Hier ziet u duizenden mensen in het vuur verdwijnen en een gering aantal gaat over een soort brug en komt in een verlichte stad terecht.

Je komt het vaak tegen, in verschillende variaties. En apart beeld. Wat is het eigenlijk? In elk geval is het ergens ánders, want dat wat u hier ziet, dat kunt u zich nergens op deze aarde voorstellen, lijkt mij. Je kunt ook zeggen: ach, het is slechts om mensen bang te maken, maar het is maar een beeld dat je uiteindelijk gerust weer kunt vergeten.

Zo gaat het vaak in de geloofsopvoeding, maar ik denk dat dat niet zo goed is. Wat met Sinterklaas werkt werkt niet in het christelijk geloof, is mijn idee. Of zou daar niet zo móeten werken… Kinderen opvoeden betekent hen zo min mogelijk dwingen om later weer van alles te moeten afleren. Daar krijg je maar lege kerken van.

Nog even over dat plaatje. Dit schilderij vertelt een verhaal! Het verhaal is dus allereerst: dit gebeurt ergens ánders! Veel mensen menen dat bovendien dat dit het christelijke verhaal is… Een grote stroom die naar de hel gaat en een kleinere stroom die naar de hemel gaat. Om wat te doen?

Als de meeste mensen zullen zijn verdwenen, wat gaan we, stel even dat we daar zullen zijn -wat gaan we daar dan dan doen, onder elkaar? Ik heb eens een preek gehoord waarin werd gezegd dat het leven in de hemel lijkt op een eeuwigdurende kerkdienst. Ik was nog een puber. Het leek me de hel.

Ik moet ook denken aan een lied van Stef Bos: Papa. Een mooi lied. Niet zijn mooiste trouwens… Maar er komt een opvallend zinnetje in voor: “Jij gelooft in God dus jij gaat naar de hemel. En ik geloof in niks dus we komen elkaar na de dood nooit meer tegen. Maar papa ik hou steeds meer van jou.”

We moeten de vraag durven stellen: Zijn er andere manieren om over de hemel te denken en te spreken?

In Lukas 18 vanaf vers 18 vraagt een rijke man: Goede leraar, wat moet ik doen om deel te hebben aan het eeuwige leven? Het is een vraag waar wij in elk geval iets in herkennen. Deze vraag geeft Jezus dus de uitgelezen kans om hét bekende christelijke antwoord te geven. Ten eerste: eeuwig leven is niet iets om te verdienen, je hoeft er niets voor te doen, namelijk. En vervolgens zou Jezus hebben kunnen zeggen dat de man moet geloven, zich moet bekeren, zijn zonden belijden, bidden, en meer van die dingen.

Jezus doet dat echter níet!! Jezus gaat een heel andere weg op. Hij zegt tegen de man: “Als je het leven wilt binnengaan, houdt je dan aan de geboden”.

Het leven binnengaan???

Jezus typeert het verlangen van de man als: “het leven binnen willen gaan”. En zegt dat je dat alleen kunt doen door de geboden te houden. Dat was eigenlijk niet wat Jezus had moeten zeggen… Hoe loopt dit af? De man wil vervolgens weten wélke geboden Jezus dan bedoelt En Jezus noemt er vijf. Eer uw vader en u moeder. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken. Het zijn vijf geboden van de tien die iets zeggen over hoe we om moeten gaan met de mensen om ons heen. De andere geboden gaan over God, namelijk.

Maar het valt op dat Jezus één gebod weglaat. Dat van de begeerte namelijk.

En dan ontwikkelt er zich een gesprek met als resultaat dat de man de gemeente van Jezus achter zich laat. Diep bedroefd. Hoe kan Jezus dit gesprek zo laten mislopen? Hij jaagt de mensen de kerk uit… 😉

Lieve mensen, het geheim zit ‘m in de vráág. Wanneer de man vraagt naar “eeuwig” leven vraagt hij niet of hij in de hemel mag komen na zijn dood. En wat hij dáár dan voor moet doen of laten. Dat kan van alles zijn en we zijn dat de vorige keer allemaal langs gegaan…

In de hemel mogen komen na zijn dood was namelijk geen zorg voor deze man, gelooft u mij. Daar zat men toen namelijk helemaal niet mee. En wat belangrijker is, het was ook nooit de zorg van Jezus. Jezus leert ons ook nergens om ons dáárover zorgen te maken; eerder het omgekeerde, maar dat komt straks, aan het einde van de preek.

En omdat het voor Jezus geen item is spreekt Jezus ook niet over het in de hemel komen. Hier niet en ergens anders in het evangelie ook niet. Dat was niet wat Jezus is komen doen op aarde…

Hemel was -voor Jezus- verbonden met: déze eeuw en de kómende eeuw. Hoe zit dat?

Het woordje “eeuw”, “aeon” in de taal van het nieuwe testament, het grieks, betekent namelijk niet zoiets als: “voor altijd”. Dat is niet wat wij bijvoorbeeld denken bij “voor altijd”: een klok die noot meer stopt met tikken.

Volgens Jezus is er deze eeuw, waar zij -en wij- in leefden én de komende eeuw. Ook wel: de komende wereld. Of kortweg: eeuwig leven.

Het heden en de toekomst te zien als twee eeuwen, twee standen van zaken, is bovendien niet typisch iets van Jezus zelf. Die manier van spreken stamt uit een ver verleden en vinden we bij de profeten van Israël. Zij geloofden dat de geschiedenis een doel had. Niet alleen de hunne, of die van hun volk, maar de geschiedenis van het universum. Omdat ze geloofden dat God de wereld niet verlaten had en dat er daarom een nieuwe dag, een nieuwe eeuw, een nieuw tijdperk zou komen.

Jesaja schildert die komende eeuw als een tijd waarin de volkeren zullen optrekken naar Jeruzalem en God ze zal onderwijzen en zij hun zwaarden om zullen smeden tot ploegscharen en speren tot snoeimessen en kalashnikows tot harken en schoffels. Zoals wij zouden zeggen: vrede op aarde.

Jesaja zei dat iedereen dan zal wandelen in het licht van de Heer en dat zij, de volkeren, niemand kwaad zullen doen en niets meer vernietigen.

Ezechiel zegt dat mensen graan zullen geven en fruit, en nieuwe harten en nieuwe geesten.

En Amos zegt dat alles zal worden hersteld en gerepareerd en herbouwd en dat nieuwe wijn van de bergen zal stromen, mmm! Leven in de komende eeuw. Als dat klinkt als: de hemel op aarde dan klopt dat, want dat is het!

Laten we er nog een paar dingen van zeggen: Allereerst spreken de profeten over alle natiën, alle volken. Dat is dus iedereen! Alle huidskleuren, alle talen, en dialecten, al die verschillende soorten voedsel, alle verschillende gewoonten, klederdrachten, patronen, tradities, seksuele geaardheden, manieren van vieren, kortom: multicultureel.

Een racist zal zich miserabel gaan voelen in de wereld die komt.

Ten tweede: het valt op hoe nadrukkelijk áárds alles wordt geschilderd. Wijn en oogst en graan en mensen en feesten en gebouwen en huizen. Het is HIER waar de profeten van Israël over spreken. Deze wereld die wij kennen en toch niet kennen want: gered, getransformeerd, vernieuwd.

De ploegscharen en snoeimessen slaan op cultivatie. Ploegen en snoeien slaan op aandacht voor de natuur. Klei onder je nagels. Druiven geperst onder je blote voeten. Kleverige vingers vanwege het verse fruit.

Leven in de wereld die komt. Het is vooral aards en groen.

Ten derde: veel van deze visie op de wereld die komt was bijbels gezien niet nieuw. Adam en Eva werden immers al aangemoedigd om vooral iets met de áárde te doen?

In elk geval: voor nieuwe wijn moet iemand de druiven persen en om een stad te herbouwen moet iemand de oude panden slopen en de rommel opruimen. Om niet langer oorlog te maken moet iemand het zwaard nemen en lang genoeg in het hete vuur houden totdat het smelt. Deze deelname is belangrijk. God zoekt medewerkers.

En Jezus staat dus in die profetische traditie die zich ervan bewust is dat God mensen zoekt. Mensen die hun verantwoordelijkheid nemen op een liefdevolle en betrouwbare manier.

God laat niet varen het werk van zijn handen, en dat werk van zijn handen dat is: scheppingswerk.

Er is een God die van binnenuit in de schepping werkt; een god die kan wat mensen niet kunnen: een god die nieuwe harten geeft en nieuwe geesten en nieuwe toekomsten.

Het belangrijkste punt in de bijbelse profetie is dat een aantal zaken die in deze wereld kunnen overleven en zelfs uitstekend gedijen, niet in staat zullen zijn in de komende wereld voet aan de grond te krijgen: zoals oorlog, verkrachting, graaien, onrecht, geweld, trots, scheiding, uitbuiting, vernedering.

De profetische beschrijving van de komende wereld is spannend én ontspannen tegelijk. Want als de aarde vrij zal zijn van een aantal zaken zullen er beslissingen moeten vallen. Oordelen uitgesproken. En daarom spreken de profeten van een reinigende, beslissende, vernieuwende dag waarop God deze oordelen velt. En zij noemen dat: de dag des Heren. (dus niet: zondag)

De dag dat God zegt: Genoeg! Nu is het mooi geweest. Of: lelijk geweest, eigenlijk en nu moet het mooi wórden.

God zegt dan “nee” tegen onrecht. Dat is belangrijk om te weten als u weer eens iemand tegenkomt die niet kan geloven in een oordelende God. Dat kan namelijk wel! Iemand die iets van een geweten heeft en die het lijden en het onrecht waar mensen onder gebukt gaan aan het hart gaan, die kan juist wél geloven in een oordelende God.

Net als met woede. Een woedende God, daar kunnen mensen, zeggen ze, vaak ook niet in geloven. Maar dat kunnen ze wel. Hoe zou God reageren wanneer een kind in de prostitutie wordt gedwongen? Hoe zou God reageren wanneer een land wordt verscheurd door Warlords die de voedselvoorziening de vernieling in helpen? Wat voor God wordt niet kwaad op een financieel systeem dat miljoenen beroofd van een menswaardig bestaan? Dat moeten de Goden van dat systeem zelf zijn. Maar de bijbelse God wordt daar kwaad om, ja.

Ik denk dat er in de hemel regelmatig hard wordt gevloekt…

De belofte van de profetie is eigenlijk dat in de komende eeuw God handelend optreedt, en dan beslissend ten gunste van alle mensen die geplet zijn door de machinerie, uitgebuit, verkracht, vergeten, mishandeld.

God maakt dáár een einde aan. Genoeg!

Het geheim ervan is, dat dit geloof, deze verwachting, dit verlangen in ons hart, aan ons een rol te spelen geeft in deze wereld! Dit verlangen brengt iets teweeg in ons handelen in ons engagement. Maar opent dus ook de mogelijkheid dat we het laten afweten.

Elke keer namelijk als we wegkijken van situaties en gebeurtenissen waar mensen te lijden hebben. De schreeuw om hulp langs ons heen laten gaan.

Lieve mensen, luister, als we over het leven na dit leven spreken, of over het hiernamaals of hoe we het ook noemen, dan is het belangrijk dat we bekend zijn met de categorieën en verlangens die mensen bezig hielden in de wereld van Jezus zelf, de joodse wereld van de eerste eeuw.

Zij hadden het niet over een toekomstig leven ergens ánders, want zij leefden toe naar een nieuwe wereld, hier, waar shalom zou zijn. Vrede op aarde.

Niet een nieuw leven ergens anders maar een ander leven hier.

Dus wanneer die man vraagt naar het leven in de komende eeuw, is Jezus niet verrast, of geschrokken, of verbaasd, want dit was exact dat waarmee joodse mensen in de eerste eeuw bezig waren. Het leven op de aarde zoals dat kómt: hoe pas ik daar in? Hoe maak je deel uit van dat nieuwe, dat God op aarde tot stand zal brengen? Hoe word jij iemand aan wie God verantwoordelijkheid toekent, in de wereld die komt, Zíjn wereld?

Het standaard antwoord was: houd je aan de geboden. God heeft je laten zien hoe je moet leven. Probeer dan zo te leven. Maar Jezus is er zich blijkbaar van bewust dat er iets niet helemaal honderd punten is bij deze man. Jezus pakt het verlangen van de man -naar het leven later- op en maakt dat tot een kwestie van het leven nú. Jezus trekt dus de toekomst het heden binnen.

Dat brengt ons bij de vraag: wat bedoelt Jezus als hij het woord ‘hemel’ gebruikt?

Allereerst was er in die dagen een geweldige eerbied en ook terughoudendheid bij het gebruik van het woord God. Sommigen zochten andere, vervangende woorden. “De heer” bijvoorbeeld. Maar ook had men het wel over het “koninkrijk der hemelen” als men het “koninkrijk van God” bedoelde. Zo kon je zondigen tegen de hemel. Dat is dus: zondigen tegen God.

Ten tweede, en dat is voor vandaag vooral van belang: Jezus heeft het over de hemel als een werkelijke plaats. Een ruimte. Een dimensie van Gods schepping. Hemel is daar waar Gods wil wordt gedaan! Hemel is daar waar de dingen zijn zoals God wil dat ze zijn!

Op aarde worden vele willen gedaan. Die van u en die van mij en nog vele andere. Op dit moment, laten we daar niet onduidelijk over zijn, op dit moment zijn hemel en aarde niet één. “This is not heaven”. Het gaat er niet aan toe zoals God het wil.

Wat Jezus leerde is dat wat de profeten al leerden, waar de hele Joodse traditie op koerste: de dag dat de hemel en de aarde met elkaar verenigd zouden worden. De dag dat Gods wil zou gaan geschieden. Zoals dat nu in de hemel het geval is, maar dan óók op aarde. De dag dat de hemel en de aarde één en dezelfde ruimte zullen zijn, dus. De hemel die naar de aarde komt. Dat is het eigenlijke doorlopende verhaal van de bijbel. Dit verhaal is het wat Jezus heeft gelééfd en geloofd. “Gods tent is nu bij de mensen en hij zal bij hen wonen!”, luidt een heftig verlangen in het boek Openbaringen.

Eeuwig leven is in de taal van Jezus dus: het leven in de eeuw die komt. Het leven in de komende eaon. Daarom zegt Jezus dat deze man, als hij zijn bezittingen deelt met anderen, een beloning zal hebben in de hemel.

Dat is allemaal toch wat anders dus dan veel mensen vaak bij de hemel denken: Zij schilderen villa’s, en Ferrari’s, want op gouden straten hoort een Ferrari, alsof het beste waar God mee kan komen een soort “Bij ons in de PC” zal zijn maar dan niet in Amsterdam maar ergens in de lucht. Kelder in de hemel. Belastingvrij, uiteraard en zonder de stank van uitlaatgassen.

Maar dat zijn platte en ook verstarde beelden. Als deze man dat wat hij bezit zou delen met wie het nodig hebben, dan is er: beweging. En het is precies die beweging, die hem de mogelijkheid biedt om vreugde en voldoening en vrede, kortom om zin te beleven aan het leven in de komende eeuw, aan wat de hemel op aarde zal zijn.

Dus de manier waarop we over de hemel denken en spreken heeft onmiddellijk invloed op de manier waarop we vandaag omgaan met de dingen en de mensen om ons heen.

Invloed op onze aandacht, onze energie, onze vermogens, onze tijd. Jezus moedigt ons aan om zo te leven dat we scheppen en niet slopen.

De hemel serieus nemen betekent: het lijden van deze wereld serieus nemen.

We doen dat niet vanwege een mythe dat, als we maar genoeg tijd zouden hebben, en technologie en de juiste verkiezingsuitslagen, wij zelf, op eigen kracht, de aarde kunnen volmaken en de hemel dus overbodig, maar we doen dat omdat we vertrouwen hebben dat God de aarde niet verlaten heeft. Hij niet, en daarom wij ook niet.

Ongeveer een miljard mensen in de wereld heeft geen toegang tot schoon drinkwater. Mensen zullen toegang tot zuiver water hebben, staat er, en daarom is het werken aan eerlijke watervoorziening nu een vorm van deel krijgen aan het leven van de eeuw die komt. Zo zit het aan elkaar vast. Dat is wat er gebeurt als de toekomst in het heden wordt getrokken.

Zo kan Jezus zeggen: het Koninkrijk is niet ver, het is dichtbij, het is onder u… Maar soms zegt hij ook: gij zijt nog ver verwijderd van het koninkrijk…

Vaak lijkt het zo te zijn dat degene die veel nadenkt over het naar de hemel gaan straks na de dood, relatief weinig bezig is met het naar de aarde toe laten komen van de hemel nu.

Tegelijkertijd is het vaak zo dat de mensen die bezig zijn met het bestrijden van onrecht en lijden weinig bezig zijn met het in de hemel komen na de dood.

Ik geloof dat Jezus is erop uit is om die twee bij elkaar te brengen. Dat is naar mijn idee de kern van het hele verhaal.

Mensen die dus zeggen: hij is een evangelikaal, die dominee van De Arke, hebben dus wel gelijk, maar slechts voor de helft!

Er ruist langs de wolken een lieflijke naam die hemel en aarde verenigt tesaam… dat is mijn lied.

Wat we geloven aangaande de toekomst vormt en bepaalt de manier waarop we nu leven. Als je gelooft dat je de wereld voorgoed verlaat en het ergens anders eeuwig mag voortzetten, waarom zou je je dan nog al te druk maken over het lot van de aarde?

Een zuiver spreken over de hemel maakt mensen niet los van de aarde maar maakt ze er juist aan vast. Jezus zegt dus tegen de man dat hij, als hij nu zijn bezittingen en de greep die zijn bezittingen op hem blijken te hebben zou loslaten, dat hij dan met meer plezier en voldoening en levensgeluk zal kunnen leven in de komende eeuw. Gewoon omdat hij er dan beter in pást. Thuis hoort, zich thuisvoelt. Dát is de “beloning”, het resultaat, zeg maar.

Maar er is ook een keerzijde. De hemel troost maar de hemel confronteert óók. Want wat Jezus de man wil leren is dat er leefwijzen zijn die niet zullen standhouden in de komende eeuw. Wat mensen in de komende eeuw niet zullen begeren is dat wat een ander toebehoort. Maar deze man zit inmiddels zo vast aan zijn begeerte dat als Jezus hem uitnodigt om deel te nemen aan het leven zoals dat zich zal voortzetten in de komende eeuw, hij dat niet kan. En dan ook bedroefd vertrekt.

Jezus brengt de man hoop, maar het is wel hoop die ook een oordeel in zich bergt.

Paulus schrijft dat de komende eeuw alles aan het licht zal brengen en dat al onze werken beproefd zullen worden. Als door vuur gelouterd. En dan zullen er werken zijn die in die komende wereld van shalom niet meer van pas komen. Nu eigenlijk ook niet, maar dan zijn ze werkelijk godsonmogelijk geworden.

Sommigen blijken dan energie gestoken te hebben in iets wat niet zal voortduren. Hun werken zullen opbranden, smelten, verdwijnen. Verterend vuur in de hemel. De hemel heeft dus tanden en vlammen en scherpe randen.

Sommigen denken bij de hemel aan wie er wel en wie er niet in mág. Maar daar is Jezus helemaal niet mee bezig. Hij probeert mensen zo te leren leven dat ze de hemel kunnen “handelen”, om het modern te zeggen. Dat ze zich erin kunnen bewegen.

Stel, je bent een racist, en je zult daar maar zijn, tussen al die mensen bij wie je voor geen goud zou willen wezen… bij hen die wat jou betreft moesten opkrassen.

Sommigen van u denken nu misschien: maar dan kan niemand… wie kan dan…?

Dat is niet vreemd hoor dat u dat denkt. Want dat is het eerste wat de discipelen ook zeiden: “wie kan dan behouden worden?” Maar daar geeft Jezus een troostvol antwoord op. Mensen denken dat dat niet kan, maar God ziet altijd veel méér mogelijkheden dan mensen. Alleen zal het hiernamaals niet een hiernanogmaals kunnen zijn waar alles nog eens dunnetjes overgedaan wordt.

Daarom roept Jezus ook op om leerling te worden. Want we zouden nog aan de spanning kunnen ontsnappen door te menen dat we allemaal in één oogwenk van gierige vrekkelingen in altruïstische heilige boontjes zullen worden omgetoverd. Maar u voelt wel aan, dat is zelfbedrog. Zo gaat het niet werken. We worden door God wel serieus genomen. Ook in wat we doen en de keuzen die we maken.

Denk eens aan een alleenstaande moeder, die haar kind probeert op te voeden, meerdere baantjes heeft, en de zorg voor haar kind draagt, los van de vader, die haar nogal eens sloeg. In weerwil van de omstandigheden geeft zij de moed niet op dat haar kind uit de cirkel van het niets, van het misbruik, van de schande zal kunnen breken. Ze gaat niet uit, heeft geen vakantie. Een cirkel van werken, eten koken, de was doen, met rekeningen tobben… Met wat haar gegeven is is ze betrouwbaar omgegaan. Ze heeft karakter en geeft niet op.

Zonder zo’n situatie te willen romantiseren, integendeel juist, -zij is te vertrouwen. Is zij niet die laatste waarvan Jezus zegt: de laatsten zullen de eersten zijn?

Kan zo’n moeder in een huisje aan de rand van Tripoli niet méér worden vertrouwd dan Khadaffi in zijn domein?

Denk aan die vrouw en dan aan de vrouwen en mannen die ons aanstaren op de voorkanten van al die glossy’s die je tegenkomt bij de C1000 vlak voordat je gaat betalen. Dat zijn allemaal well-to-do-people met witte tanden en volle haardossen die het stuk voor stuk gemaakt hebben of het aan het maken zijn. Geld, charme, schoonheid, landleven en zwitserlevengevoel…

Of zien we dan de eersten waarvan Jezus zegt: zij zullen de laatsten zijn? Let wel: Jezus zegt niet dat zij er níet zullen zijn in de komende eeuw.

Maar vele eersten zullen wel de laatsten zijn.

Beste mensen, ik heb dat al vaker gezegd: alle speculatie over wie er niet mogen komen, over wie afvallen, over de veroordeelden, het is heel interessant en houdt je van de straat maar brengt je mijlenver bij Jezus uit de buurt.

Er hangt een man naast Jezus aan het kruis en die vraagt niet of hij in de hemel mag komen. Hij vraagt of Jezus aan hem wil denken, later, in het koninkrijk. En Jezus geeft hem niet waar hij om vraagt. Hij geeft deze gehangene veel meer: Jezus zegt dat hij er zelf bij zal zijn, bij dat leven in dat koninkrijk. Vandaag!

Dat had de man niet gevraagd, hij had gevraagd: later… Wilt u aan mij denken op de dag dat… Maar Jezus heeft het over vandaag. Nu. Eeuwig leven begint niet als we dood gaan. Eeuwig leven begint nu. Hier. En het houdt niet op. Oók niet als we doodgaan. Dát is wat Jezus duidelijk is komen maken.

En vanuit die duidelijkheid zijn wij in staat ons eigen schilderij te schilderen. En de verf en de kleuren zijn de mogelijkheden die we hebben om ons in te zetten voor anderen. En we hebben elkaar daarbij nodig.

Een gemeente van Christus kán geen vrede hebben met verdeeldheid. Want verdeeldheid hoort bij deze wereld. Niet bij de komende. Kom daarom volgende week dan vieren we het avondmaal. Samen.

Amen

Leave a Reply