11 maart

Wat is eigenlijk een roversnest?

Veel mensen denken, -ik ook vaak trouwens- dat de bijbel vooral gaat over allerlei problemen op het gebied van de moraal. Zorgwekkende moraal dan. Over hoe het hoort. En hoe dus niet. “Dat hoort niet hoor…!”
Maar dat is toch wel de vraag, lieve mensen. Wel de vraag…

Wim de Bie zei eens jaren geleden: Er groeit nu een generatie op, die permanent achter een PC-scherm zit, en die, eenmaal volwassen geworden, heel veel heeft gezien maar vrijwel niets heeft meegemaakt. En De Bie vond dát zorgwekkend. En misschien is het dat ook.

Zien, dat wat we met onze ogen doen, is een aparte sensatie. Beelden komen door het oog naar binnen en nestelen zich in je kop. Als je dag in dag uit op je scherm zit te kijken en daar steeds maar weer in hoge snelheid mensen plat rijdt en doodschiet, only for the fun, om er punten mee te verdienen, of zelfs geld, -als je steeds zo op je schermpje staart raak je daaraan gewend. Het komt telkens door je oog naar binnen…

Idem dito met de TV. Je ziet Geert Wilders met de grootste minachting voor iedereen in de kamer opereren; en in het begin denk je: dit kan niet waar zijn. Vervolgens blijkt het waar te wezen en daarna wordt het ongewone gewoon. Zelfs wanneer Job Cohen opstapt om die reden, een man die uit was op verbinden en op een toekomst van recht en gerechtigheid, -zelfs als zo’n man opstapt zijn Nederlanders niet massaal verontwaardigd. Maar doen inmiddels alsof dat heel normaal en begrijpelijk en vanzelfsprekend is. Tja, zo gáán die dingen. Terwijl het naar mijn idee één van de meest dramatische momenten uit onze huidige parlementaire geschiedenis zal blijken te zijn. Ach, wordt er schouderophalend gezegd, het was geen felle debater, die stuntel van een Cohen. En we bedoelen: het was geen straatvechter.

Zijn er grenzen? Neem pornografie. Komt ook door je oog naar binnen. Eerst is een uitdagende pose de moeite van het bekijken waard maar al snel is je brein daaraan gewend en mag er wel meer. Uit. Raak je gewend. Of afgestompt. Wat is het? Overigens van alle moderne morele kwesties is porno één van de weinige woorden die in de bijbel voorkomen. Ik kom daar zo nog op terug, op die kwestie van de porno.

In elk geval, onze grenzen lijken te vervagen, in ons hoofd. Ik heb dat bijvoorbeeld ook met hongerende kinderen, eerst schrik je je een ongeluk als je ze op TV ziet. Met die vliegen in hun ooghoeken, maar je raakt er onmiskenbaar aan gewend. Hoe vaker zo’n beeld op je netvlies valt. De beelden van een brandend en stervend Homs laten ons ogenschijnlijk steeds meer koud. Althans ik zelf merk dat het je grenzen verlegt. Steeds verder verlegt. Je ogen en wat er door die kijkers naar binnen valt persen de grenzen in je hersens steeds verder naar achteren.

Maar dat hoeft niet voor u allemaal te gelden natuurlijk. Het zegt iets over mij. En of ik helemaal normaal ben weet ik niet. Ik ben in elk geval niet de norm. Ik ben ook maar een mannetje van het stof.

Maar nu een cruciaal punt: Als we in de Bergrede lezen lijkt het alsof Jezus dit soort dingen bedoelt: De lamp van het lichaam is het oog… En als het oog onzuiver is, dan is het lichaam duister… Blote vrouwen, geweld, grofheid. Als je daar alleen al naar kijkt bederf je je lichaam.

En toch is dat niet zomaar het geval. Hier doet zich namelijk het probleem voor dat niet alles waar wij in ons leven tegenaan lopen door Jezus ook als probleem wordt geduid. En omgekeerd, dat wat Jezus als probleem aanwijst door ons niet altijd als probleem wordt gezien. Misschien zelfs ontkend.

We moeten eerst even proberen dat woord lichaam beter te begrijpen. In het grieks is dat soma. En het komt vaak voor in het Nieuwe Testament. En op alle plaatsen betreft het een meervoud. Het is niet het lichaam van een individueel mens. Dat komt omdat de bijbel is geschreven in een tijd dat men helemaal geen idee had bij een individu. De mens is in de bijbel altijd een collectief. Maakt altijd deel uit van een gemeenschap. Positief of negatief, maar nooit: niet. Mensen behoorden tot een lichaam, een gemeenschap. Zo beleefde men dat in Oosterse culturen. Dat is in de bijbel precies zo. Jullie vormen een lichaam, zegt Paulus tegen de verschillende gemeenten. Een lichaam met vele leden, staat er dan bij. Geen ledematen, want dat zijn er maar vier, maar vele leden. Vele leden vormen samen één soma. Dat is het griekse woord. Soma betekent altijd een gemeenschap van mensen die samen ergens voor staan. En tegen zijn leerlingen zei Jezus, toen hij brood brak en wijn schonk dit, deze groep om mij heen, die mijn weg wil delen dit, jullie hier, met gedeeld brood in de hand, dit hier is mijn lichaam. Waar brood gebroken wordt en gedeeld, daar is het lichaam van de Heer present. Daar is de Heer aanwezig op aarde onder Zijn hemel. “Soma Christou”, werd dat genoemd, in de oudheid. De delende gemeente als lichaam van Christus.

Het woord soma slaat in de bijbel dus op een bijzonder lichaam, een bijzondere gemeenschap. En de weg van Christus gaat niet over de hoge toppen van de roem en het succes, de welstand en de weelde, maar door de diepte van lijden en duisternis. Dus ook de weg van het lichaam van Christus, zijn gemeente, is een weg door de diepte heen, een pad onderlangs. Want gaat ze boven langs, dan houdt zo’n gemeente feitelijk op de gemeente van Christus te zijn.

“De lamp van het lichaam is het oog”, zegt Jezus. Ik denk nu, dat daarmee wordt bedoeld, met die lamp: de leiding van de gemeente. In het Grieks staat daar namelijk een woord voor dat met “zien” te maken heeft. “Zien” en “leidinggeven” hebben iets met elkaar te maken.

Leiders als: opzieners, wordt ook wel gezegd in het Nederlands. Dat is dan een vertaling van het in het Nieuwe Testament meermalen gebruikte woord episkopos. Epi-skopos. Skopos is: ‘visie’ of ‘zicht’ en met ‘epi’ ervoor betekent het dan: overzicht, of doorzicht. Degene die de visie ontwikkelen, modern gezegd.

En ook ons in de moderne tijd vaak gebruikte woord ‘visie’ heeft duidelijk met ‘zien’ te maken. Het komt er dus op aan dat degenen die leiding geven aan de gemeente de juiste weg zien, vóór zich zien. Visionairs heb je nodig. Altijd.

Daarom ware het voor ons land beter geweest wanneer Geert een nieuwe job had gezocht…

Wat voor een gemeenschap in het algemeen geldt, -zoals de Nederlandse samenleving- geldt ook voor een bijzondere gemeenschap: de christelijke gemeente. Want als daar de opzieners duistere wegen gaan dan gaat zo’n hele gemeente de duisternis in. Maar als de opzieners de weg van Christus in het oog houden dan is het licht in de gemeente. Licht in de gemeente, terwijl die weg van Christus door de diepte heen gaat.

Goed, maar wat is dan die weg van de duisternis? Jezus noemt heel duidelijk een heel gevaarlijk aspect. En dat is de Mammon. Mammon was de God van het geld, de macht. De welstand en de luxe; de weelde. En tegelijkertijd de God van zekerheid, de bestaanszekerheid van het je-veilig-wanen. Je bent zogezegd “binnen”. Een zwitserlevengevoelgevende god, zou je kunnen zeggen.

En nu kun je vreselijk gaan loensen, als het ware. Je zegt dan dat je de weg van Christus volgt, door de diepten heen, maar met je andere oog loens je naar de lonkende en lokkende wereld van de macht en het geld. Daar in de hoge. Net zo lang tot de gemeente er als het ware scheel van ziet, zeg maar.

En dan waarschuwt Jezus: Je kunt niet God dienen en de Mammon. Waarom heeft Jezus het zo snel over geld? Wanneer hij over het oog spreekt, en over de zuiverheid van het lichaam? Wel, eigenlijk wás hij daar al over begonnen. Jezus begint namelijk met een uitspraak die we allemaal wel kennen: “Verzamelt u geen schatten op aarde. Want daar roest alles en je opgepropte klerenkast wordt vooral door de motten aangevreten. Die hebben er dan nog plezier van. En bovendien: wat betekent zo’n opgepropte klerenkast in een wereld waar mensen geen dak boven hun hoofd hebben en geen kleren aan hun lijf? Verzamelt u geen schatten opm aarde, zegt Jezus dan. Want waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn. Dat is het eerste wat Jezus zegt. Dan volgt onze tekst over de lamp van het lichaam. Om tenslotte uit te monden in een waarschuwing tegen Mammon. Je kunt niet twee Heren dienen, je kunt niet God dienen en de Mammon. Zegt Jezus. Daar gaat het om, in de Bergrede.

En verderop in de Bergrede wordt dan vooral uitgelegd hoe je je tegen Mammon kunt verzetten. Door je geen zorgen te maken bijvoorbeeld. Over eten of drinken of waarmee je je zult kleden. Dat geldt dus de gemeente van Christus hè? Die zich moet leren verzetten tegen de macht van Mammon. “Maak je geen zorgen over eten of drinken of waarmee je je zult moeten kleden.”

Dat mag een kerk natuurlijk niet meenemen, zo’n opmerking van Jezus, -meenemen en in een vliegtuig stappen en in driedelig pak, of behangen met goudbrokaat(!), in de derde wereld gaan lopen rondtoeteren; Dat zíj zich dáár geen zorgen zouden mogen maken over eten of drinken of hoe ze zich moeten zien te kleden.

Hoewel zij wel zelfstandig, -gevaarlijk wat ik nu zeg omdat ík het zeg, namelijk… -Hoewel zij wel zelfstandig maar dan niet in gehoorzaamheid aan het rijke westen maar in verzet tégen dat Westen, tot dat besluit zouden kunnen komen: “Wij hoeven jullie eten niet en jullie afgedankte kleren en jullie zogenaamde ontwikkelingshulp. Hou je rotzooi maar. En je luizige fooien. Wij verrekken nog liever, dan dat onze armoede en de vertederende filmpjes van onze kinderen met die mooie grote ogen waar veel vliegen op passen alleen maar dienen om jullie geweten te bevredigen…”

Durft de kerk wel te zeggen wat er werkelijk aan de hand is? Want wat gebeurt er feitelijk…? Wat is er gaande, vandaag de dag? In deze wereld? En hoe kan de bijbel daar licht op werpen?

Tja, als nu één ding duidelijk is geworden de laatste tijd dan is het wel dat we geregeerd worden door de snelle jongens met het grote geld die bonus na bonus opstrijken en ondertussen iedereen doodsbang maken. En die politiek gezien geen strobreed in de weg wordt gelegd. Omdat anders de boeven naar het buitenland “vluchten”. Bankiers die de bevolking een bankencrisis -want dat is het- als een economische crisis -letterlijk- áánpraten. Verkondiging is het. Ge-preek. Van een hele valse en vileine variant.

Ik heb toch met verbazing een dag of wat geleden naar Pauw en Witteman zitten kijken. Daar zat Frits Bolkesteijn en tegenover zich Frits Wester. En zij hadden het over wat de heren in het Catshuis de komende weken zouden moeten gaan doen. En Dolf Jansen zat er ook en die was eerst verbaasd, van: wat zullen we nou hebben? maar die kreeg later iets van… het zal wel aan mij liggen, dan. Want de Fritsen beweerden glashard, en werden niet lastig gevallen door de anders zo behendige lastige vragen van Pauw of Witteman, -beweerden glashard dat er echt nergens anders op te bezuinigen valt dan op ontwikkelingssamenwerking. Want elke andere bezuiniging brengt schade toe aan de economie. De economie! Dat is al lang niet meer economie maar pure Mammon.

En tot voor kort kenden de priesters van Mammon nog enige gêne. Je kunt toch niet met goed fatsoen arme landen laten verrekken ten behoeve van de bonussen van de snelle jongens met het grote geld hier in het Rijke Westen? Maar nu is alle gêne blijkbaar overwonnen. Als er niet genoeg geld vrij beschikbaar is om de gênante gokspelletjes van de bankiers te blijven financieren, dan halen we dat gewoon bij mensen in de derde wereld weg… Zonder fratsen aldus de Fritsen.

Dat kan nu eenmaal niet anders! …dat is religieuze taal, hè? “Dat kan nu eenmaal niet anders.” “Dat moet nu eenmaal zo.” Dat is wat de bijbel onder godsdienst verstaat. Dat we denken dat iets “nu eenmaal” zo moet en niet anders kan. Want er is niets dat nu eenmaal zo moet en nu eenmaal niet anders kan. Daarom spreekt Jezus de Bergrede uit. Want het is allemaal nog erger dan we al denken. We hebben niet eens een vrije keus tussen God en Mammon, want Mammon regeert. Mammon regeert niet denkbeeldig, maar feitelijk! Die is werkelijk aan de macht. Dát is wat Jezus bedoelt. En je zult dus moeten zoeken, als gemeente van Christus, naar wegen van verzet. Hoe verzet je je tegen de macht van Mammon? Die er feitelijk is en die de wereld beheerst?

Volgens Jezus nog het beste door je onmacht te radicaliseren. “Eis je mijn bovenkleed: hier heb je ook mijn onderkleed.” Ik zal laten zien dat je met je bezuinigingen niet alleen mij in mijn hemd zet maar mij volledig hebt uitgekleed. Pres je mij een mijl jou lasten te zeulen, ik sleep me twee mijl voort met die rotzooi, tot ik er bij neerval.

Zoals je destijds tegen Duitsers zou kunnen zeggen: “Mijn fiets? Je eist mijn fiets? Wacht, loop even mee naar huis, daar heb ik er nóg twee in het schuurtje staan.”

-door dus je onmacht tot in het absurde door te voeren en ondertussen te bidden om de komst van het Koninkrijk. De vrede. Dat is een vorm van verzet. Verzet waarbij je de angel uit de overheersing haalt. Een vorm van verzet die heel moeilijk is, en waarbij je elkaar hard nodig hebt, als gemeente.

Maar het gaat er dan ook hard aan toe, lieve mensen. Mammon regeert in feite. In deze wereld. Spijkerhard. En dat is een heel ingewikkeld systeem. Tijdens mijn studie heb ik een bijvak filosofie gedaan. Marxistische literatuurtheorie. In Frankrijk waren namelijk nieuwtestamentici bezig de teksten van de evangeliën te onderzoeken met behulp van de methoden uit de literatuurtheorie. En dat gaf verrassende inzichten, moet ik zeggen. Met name Fernando Belo en Michel Clevenot waren, en zijn, mateloos boeiend op dat gebied, mensen waarvan je veel kunt leren. Zei zeiden bijvoorbeeld: De houding van Jezus en de tempel kom je pas op het spoor als je er goed op let wáár Jezus zich bevindt. In de bijbelse tekst. Welke positie neemt hij in? En wat zegt Jezus dan vanuit die positie?

Zo gaat Jezus op een moment tegenover de offerkist zitten. Die offerkist was niet zoets als het bloemenbusje in een kerk hoor. Dat was een ding buiten de tempel waar de belasting werd geïnd, zal ik nu maar even zeggen. Hij stond in de voorhof, buiten de eigenlijke tempel op een plek waar alleen de vrouwen mochten komen. Goed om even te beseffen… Daar waar de financiële transacties plaatsvonden, buiten de tempel ten behoeve van de godsdienstige mannen binnen ín die tempel…

Een vrouwenplek dus. Zo denk ik dat genderkwesties in de bijbel, dat onderscheid tussen wat een man tot man maakt en een vrouw tot vrouw en waarom je daar vooral nooit aan mag tornen en pielen, zeg maar dat dat zo ís en blijven moet… -dat is allemaal godsdienst hoor!

En Jezus neemt een tegenover-positie in. Dat is belangrijk, dat je dat hoort. Jezus gaat er niet naast staan maar er tegenover. Een positie als tegenstander dus. Een uit de weg te ruimen tegenstander. Een te kruisigen tegenstander… Die te veel onthult en aan het licht brengt en daarom moet worden geëlimineerd.

En je ziet Jezus dáár staan tegenover die offerkist op dat plein vol vrouwen; en je hebt de woorden in je gehoor als: “wee u godsdienstige leiders die met uw loensende blikken de huizen van de weduwen opeten…” En dán… gebéurt er iets. En dan moet je goed horen wat Jezus daarvan zégt. Er komt zo’n vrouw waar hij van sprak. En zij gooit haar laatste euro’s in die offerkist. Haar laatste geld. Hierna heeft ze niks meer en gaat ze dood… Rijken gooien met brede gebaren veel erin, en anderen minder, en deze weduwe doet haar laatste bezit in die offerkist. En pas als je een tegenover-positie inneemt zoals Jezus doet en afstand neemt van dat godsdienstige gedoe allemaal begrijp je wat je ziet.

Wij denken als godsdienstige mensen al snel: wat mooi van die vrouw, dat ze er álles voor over heeft. Maar Jezus laat het van de andere kant zien En dan is het helemaal niet zo mooi. Ze wordt uitgeperst. Tot op de laatste cent. Mannen persen vrouwen uit.

Want die tempel… tja wat was dat eigenlijk? Niet zoiets als de kerk, hoor. Het is wel iets ingewikkelder. De tempel was feitelijk een conglomeraat van godsdienst politiek en economie, financiën. Het was vooral een religieuze plek, maar tegelijk ook een plek waar het land geregeerd werd, én het was als het ware de nationale bank. Waar het geldverkeer geregeld werd. En dat hele systeem, die hele mix van religie, geld, politiek en macht, waarmee mannen de wereld beheersen en vrouwen uitkleden, letterlijk, noemt Jezus: hoererij. In het grieks is dát het woord “porno”. Dat systeem, waarmee mannen zich in het zadel houden, noemt Jezus porno.

En zo slaan de woorden van de profeet Jeremia die we lazen dan ook in als de welbekende bom. Het huis des Heren zou een huis van gebed moeten zijn. Een gebed voor de armen. Waar hartstochtelijk tot God wordt gebeden om de armen uit hun armoede te bevrijden. Maar het is een rovershol geworden.

Wat is een rovershol? Een roversnest? Dat is niet zozeer de plek waar de roof plaats vindt maar waar de rovers, ná de roof, zich terugtrekken en zich veilig weten. Dat is een rovershol. Waar je vrede sluit met je kwade geweten. De roof vindt niet daarbinnen maar daarbuiten plaats. In Jezus’ dagen in de voorhof van vrouwen rond een gewelddadige kist, een offerkist, een vreselijk instrument om vrouwen tot op de laatste cent uit te knijpen.

Onder een vrome dekmantel is het dus de uiterst masculiene Mammon die de wereld met harde hand regeert. Spijkerhard. Zo hard als de spijkers die door Jezus’ -uiterst vrouwelijke- handpalmen werden geramd.

En alle leed die dat teweeg brengt moeten we dan ook niet aan God toeschrijven. Daar kweek je ook veel teveel atheïsten mee. Het leed in deze wereld moet je toeschrijven aan de god Mammon die feitelijk regeert en alles in de tang heeft.

En de God van Christus dan? Regeert die dan niet? Daar zingt de Bijbel toch over? Jawel, maar die regeert in het verborgene. Die regeert vanuit de laagte. Vanuit de vernedering en via de weg onderlangs. Die regeert niet met harde hand niet met harde cijfers. Niet als de nietsontziende Fritsen met hun fratsen van: zo moet het nu eenmaal, het kan nu eenmaal niet anders er is geen enkele andere mogelijkheid… Maar de God van Jezus Christus regeert met zachte liefdevolle krachten en bij hem telt elk mensenleven. Ook dat van een kind met vliegen in de ooghoeken. Misschien wel juist! Bij God wel…

Zo was ik onlangs in het Karmelklooster. Huub Oosterhuis was in Drachten over de psalmen. En het viel me opnieuw weer op dat bij hem, in zijn liederen, maar ook in wat hij in zo’n klooster zegt (en ik vraag me weleens af… Horen mensen het wel, wát hij eigenlijk zegt?) Het valt me bij hem op hoezeer liefde en warmte en menselijke maat aan de ene kant een plek hebben. En aan de andere kant een radicaal verzet tegen de politieke en godsdienstige verarming van deze aarde, waartoe ook een hiernamaalsgeloof dient. Hiernamaalsgeloof kan bijdragen aan die verarming. Door te suggereren dat het later allemaal wel wordt goedgemaakt.

En dat er bij Huub Oosterhuis zo duidelijk een gebed opklinkt in zijn liederen; niet in de trant van: mag ik in de hemel komen, maar omgekeerd: uw hemelse koninkrijk moet hier komen hier op aarde. Want de Mammon regeert. De grote bek, die het kleine kleineert. En wij… wij zien met eigen ogen de aarde verscheurd maar ontkennen dat dat feitelijk gebeurt. Eén van de opmerkingen in een lied van Oosterhuis waarmee tot in de kern wordt geraakt wat godsdienst teweeg brengt op deze aarde. Een gewelddadig apparaat dat religieus allerlei gewetens sust.

En nu is het christelijke van het christelijk geloof, althans dat denk ik, dat je durft te geloven -gewetensvol en onrustig- dat de zachte krachten van de God van de bijbel; zoals we die hebben leren kennen in Jezus Christus, -dat de zachte krachten het uiteindelijk zullen overwinnen! En dat je daarom mag bidden. En daarvan mag zingen. En daarmee elkaar bemoedigen.

Vanuit de gedachte dat Jezus dat rovershol voorgoed verlaat. En in Bethanië de nacht doorbrengt. Bethanië, een raadselachtige plaats die op de kaart van de toenmalige wereld niet te vinden is.

Totdat je door begint te krijgen dat Bethanië letterlijk: “huis van de armen” betekent. En dat is dus bijkans overal!

En dáár brengt Jezus de nacht door. Hún nacht.

Tot alles is volbtracht.

Amen

Leave a Reply