12 september 2010

Helpt er geen moederlief meer aan? (Ex 6:2 en 4)

gehouden in De Arke, 12 sep 2010, doopdienst

Sommigen zouden het misschien een schuinsmarcheerder gevonden hebben. Die geleerde man die daar in Bethlehem is gaan wonen en daar als kluizenaar leeft en studeert maar ondertussen allerlei interessante dames op bezoek krijgt…

Hiëronymus is vanuit Rome naar Bethlehem verhuisd en heeft daar gewoond en gewerkt. En vooral de bijbel vertaald.

Daar gaan we nu niet verder op in, want dat kunt u allemaal wel vinden in de bibliotheek, maar ik wil u vanmorgen iets laten horen. Iets bijzonders. Waar ook niet zo vreselijk vaak over gepreekt wordt. Want ik weet zeker dat u het op het eerste gezicht ook gek vindt. Nou ja, dat weet ik niet zeker, ik dénk dat.

Maar ik vermoed dat u later in de week toch het bijzondere ervan zult gaan waarderen. Want bij zijn bijbelvertaalwerk stuitte  Hiëronymus op een probleem. En voor dat probleem koos hij een noodoplossing. En door die noodoplossing zitten veel mensen tegenwoordig in geestelijke nood.

Maar als Hiëronymus geweten had, dat zijn oplossing juist een  probleem zou zijn met name in de 20e en 21e eeuw met zijn fatale  kerkverlating… De mensen pikken het niet meer. En lopen weg. Ze  kunnen er niet meer bij en zeggen: geef mijn portie maar aan fikkie.

Vroeger vond men allerlei theologische problemen en puzzels rázend interessant, maar tegenwoordig kan men ze missen als kiespijn.

Maar ondertussen weten mensen niet meer waar ze het zoeken moeten. En het probleem dat Hiëronymus met een noodoplossing heeft ‘opgelost’ is er alleen maar veel erger door geworden.

Als Hieronymus dat geweten had, dan had hij het zo niet gedaan,  denk ik…

Waar gáát het om? God maakt zich in de Bijbel bekend op de volgende manier: “Ik ben”, en dan staat er: “El Shaddai”. Een bijzonder woord is dat: ‘shaddai’.

Komt ruim veertig keer voor in het Oude Testament. De eerste keer bij Abraham en dan verderop nog vele malen: “Ik ben El Shaddai.”

El dat is Hebreeuws voor: God. Beth El, dat is: huis van God. El is God, dat is niet zo moeilijk, maar wat voor god ís God dan? Wat is dat Shaddai?

En Hiëronymus wist heel goed wat dat was, maar heeft gemeend niet te kunnen vertalen wat daar staat. Dan lachen ze me uit, in Rome, dacht hij. Daar kan ik niet mee aankomen. Bovendien zullen ze God bespottelijk vinden als die van zichzelf zegt dat hij El Shaddai is.

Laat ik niet vertalen wat daar staat. Laat ik er iets anders van maken. Iets wat mensen begrijpen en waar niemand over valt…

Ik vertaal gewoon met: -een woord uit de reeds lang bestaande wereld van heidense religie’s: “omnipotent”.  God als omnipotente God. God kan alles. God is almachtig. Dat is het woord dat u in de Nederlandse vertaling steeds weer tegenkomt. Ik ben God  “Almachtig”.

Maar ‘shaddai’ betekent dus helemaal niet ‘omnipotent’. Dat is  maar een noodoplossing in de vertaling geweest. ‘Shaddai’ is namelijk heel iets anders. Dat ‘ai’ van Shadai is een dualis, een meervoud van twee. En het zelfstandig naamwoord waar het om gaat is: ‘shad’. En ‘shad’ is het Hebreeuwse woord voor: moederborst!

Dus u begrijpt dat een man als Hiëronymus, in zijn tijd, -dat kon hij niet maken om te vertalen…

Gek hè?  Waarom zou God zichzelf bekend maken als een God met twee moederborsten? Als een moeder dus, een moederlijke God.

Vindt u het schokkend, of valt het mee? Nu is het vreemde in de moderne vertalingen, en dat ontdekte ik deze week, dat bijvoorbeeld in de Nieuwe Bijbelvertaling het woord ‘almacht’ is weggehaald. Op bijna alle plaatsen heeft men het vervangen door iets anders. Op zich wel begrijpelijk, want het woord almacht is een woord uit de wereld van de religie. Het is van oorsprong helemaal geen bijbels begrip. Het is erin gekomen omdat Hieronymus bij wijze van noodoplossing zo’n woord uit de wereld van de religie  heeft ‘geleend’ en gebruikt om het woord shaddai niet te hoeven vertalen.

Maar als je niet meer ‘almacht’ vertaald, hoe zou je dan moeten vertalen: ik ben de God met de twee moederborsten?

Nu hebben de vertalers van het NBV gekozen voor: ‘ontzagwekkend’. Ik ben God de Ontzagwekkende.

Moederborsten hebben ze vertaald met: ‘ontzagwekkende’. Ik kan niet precies begrijpen waarom. Ik krijg er allerlei vreemde associaties bij ook. Dus dat laten we maar rusten.

Laten we proberen te begrijpen wat de bijbel wil. Voor ons. Hier en nu. *

Mensen hebben een vader nodig. Vooral mannen hebben dat. Een vader die jou een klopje op je schouder geeft. Dat is de levenswens van elke man. “Ik ben trots op je jongen!” En als al die vaders dat nou eens een keertje zouden doen.

Zijn er vaders onder ons, met zonen?

Hebben jullie je zoon al eens een klopje op zijn schouder gegeven…? Doen hoor!

Dat geldt trouwens ook voor meisjes hoor, die verlangen ook van hun vader dat die achter hen staat, hen steunt, hen waardeert.

Dus dat de bijbelse God alle trekken heeft van een vader, een liefdevolle vader, die niet de hand aan je slaat, maar die zijn hand op je legt. Vertrouwd.

Dat kunnen we begrijpen, en met zo’n bijbels beeld staan we sterker in het leven.

Maar een God die álles kan? Krachtpatser. Een almachtige vader die…

Er zijn dikke boeken geschreven -in de tijd dat mensen het nog leuk vonden om over problemen rond God te puzzelen- dikke boeken over de vraag: “Is de almachtige God in staat om een steen te maken zo zwaar dat Hij die zelf niet meer kan optillen?” Ja dat zijn nog eens vragen!

Er zijn ook pijnlijker vragen. Berucht is die van de filosoof Hume: God is liefdevol en God is almachtig kan niet samengaan. Want kijk maar om je heen wat er in de wereld gebeurt: God is óf liefdevol,  maar dan is hij niet almachtig, of God is almachtig, maar dan is Hij niet liefdevol. Bestaat er dus wel een liefdevolle en almachtige god? Ja, dat zijn nog eens vragen.

U ziet hoe het woord ‘almacht’, dat van buitenaf de bijbel werd ingedragen als noodgreep, -hoe dat woord ‘almacht’ de mensen voor verschrikkelijke dilemma’s plaatst.

Want het woord ‘liefdevol’ komt wél uit de bijbel. Dat komt in de wereld van religies nou juist weer níet voor. Een God die lief zou hebben? Dat kan daar niet. Dat is te close, te nabij. Teveel vervlochten  met het menszijn. Zo’n god bewaart te weinig distantie. Dan zou de godheid naast ons staan in plaats van tegenover ons.

En: liefde maakt immers blind? Dat weten we toch?

Dus in de wereld der religie kan een liefdevolle God eigenlijk niet. En in de bijbel… hoe moet dat nu, met die almacht?

En nu wil ik toch weer even bij ons zelf beginnen. Dat is gevaarlijk, om bij jezelf te beginnen, want in no-time creëer je je eigen God. Namelijk de God die jij graag zou willen. “Laten we een God maken naar ons beeld en onze gelijkenis”, wordt het dan al snel.

Maar toch wil ik even aan die kant beginnen, omdat we door het woord ‘almacht’ zo van de wijs zijn gebracht dat we daar haast geen start meer kunnen maken.

Als mensen báng zijn? Ja, vrouwen, misschien. Die zijn bang, mannen niet. O nee? Mannen, er is toch niemand die ons hoort…

Als u schrikt; de angst slaat toe, en angst is een raar ding! Als dat eenmaal zijn koude hand om je keel klemt, de angst, dan: kun je toch haast niet meer ontsnappen? Angst werkt als een inktvlek. Je hele leven wordt onmiddellijk inktzwart. Maakt u dat weleens mee, in uw leven?

U hoeft het hier niet hardop te bekennen maar kijk me aan als u weet waar ik het over heb. Mij is dat weleens overkomen hoor. In mijn leven. Dat ik me dood schrok. Dat ik… pap in mijn knieën.

En wat roepen wij dan? “Mama!”.

Bange mensen, óók mannen, roepen om hun… moeder!

En dan zijn er altijd van die nare nuchtere types, van die gezellige kletsers, van die stoere patsers met een pilsje, die dat beláchelijk vinden.

Als je om je moeder roept, dan ben je een sukkel!

Hoor eens: “er helpt geen moederlief aan!” Zeggen ze dan. Wees een vent en roep niet om je moeder. Nee, meneer. Los de problemen op als een man! Ja, meneer.

Maar ondertussen… We creperen van angst. En missen onze moeder. We doen een brief aan onze vlieger en die is voor…

De plek aan de borst van onze moeder was toch ooit het middelpunt van het heelal? Het zalige centrum van het universum? Voor ons.

Er zijn zelfs wetenschappers die veronderstellen dat een man een type vrouw zoekt die hij als moeder had willen hebben. Ik heb weleens het idee dat zulke diepe en ongecontroleerde angsten in de religie geen uitweg vinden en zich dan min of meer wreken, als het ware, op vrouwen.

Nou ja, je hoeft de krant maar open te slaan om te zien wat ik bedoel. Mannen schijnen dus vaak een vrouw te zoeken die hun moeder had kunnen zijn. Zulke huwelijken zijn meestal niet zo best. Want een vrouw zoekt in een man meestal geen volwassen kind.

Och, och… “O was ik maar bij moeder thuis gebleven.” Wat missen we dat. God, o God…

Moederliefde is namelijk sterk!!

En wat ik nou wil beweren: moederliefde, lieve mensen is stérker dan gebalde vuisten. Moederliefde is stérker dan bommen en granaten. Moederliefde is vele malen sterker dan gewapend beton. Moederliefde is op een bepaalde manier overmachtig. En bereikt jou altijd en overal, met stille overmacht (Oosterhuis).

En dat weten wij.

Wij weten dat de liefde van een moeder door niets of niemand kapot te maken is. Dát hebben we nodig in ons leven. Een liefde die door niets of niemand kapot te maken is. En ons bevrijd van al onze angst en onzekerheid en eenzaamheid.

Maar omdat God altijd als man, sterker nog, als superkrachtpatser wordt voorgesteld, kunnen we niet zo heel veel met die gevoelens.

Daarom speelt naar mijn idee in sommige tradities Maria zo’n grote rol. Dat lijkt me overigens niet zo handig, want dan haal je de zaak uit elkaar. Dan heb je God de vader enerzijds en moeder Maria anderzijds.

Maar God, die van de bijbel bedoel ik dan, -en dat wil ik u nu meegeven- God heeft vaderlijke én moederlijke kanten tegelijk.

En die versterken elkaar: Een vader die je trots een schouderklopje geeft ook als jij het zelf maar gepruts vindt, wat je doet. Goed gedaan jongen: ik ben trots op je.

Én… een moeder. Die jou tegen haar borst aan drukt en je die je zo troost… zoals níemand kan.

En daaruit is Jezus geboren. Uit zó’n liefdevolle en -niet almachtige,  maar meer: overmachtige God!

Uit het water is hij gekomen, Jezus; en ook wij. Dat is een geboorte. Want dat bakje met doopwater mag je ook zien als een soort: baarmoeder.

Je komt uit het water. In de christelijke traditie is dat: wedergeboren zijn. Je bent als het ware op een bijzondere manier geboren. Los van de potentie van je vader en de vruchtbaarheid van je moeder. Los van wat de natuur allemaal kan of niet kan.

Mensen worden bij God als het ware opnieuw geboren en komen dan… Zoals dat gaat bij een geboorte, úit het water!

Met Gods trotse vaderhand op jouw schouder en Gods liefdevolle moederhart kloppend dichtbij.

Dát kunnen we dus zeggen van God (en daarmee kunnen we leven ons lieve leven lang, wat er ook gebeurt): Het klopt!

Het klopt helemáál!

Amen.

 
*De Godsnaam El Sjaddaj is behoorlijk in discussie. Wie meer wil weten over de -op zich- lastige vertaling van deze naam raad ik aan om eens te lezen in dit uitstekende artikel van drs.Marien Grashoff. Ik heb dus een keuze gedaan, en volg daarin mijn Rotterdamse leermeester Rob Alers, maar besef dat er op die keuze nog wel wat af te dingen valt.

Leave a Reply