11 april 2010

Niet Bij Brood Alleen (Exodus 16: 15 en 16)

gehouden in De Arke op 11 april 2010

U heeft vast weleens gehoord van de uitdrukking: “Niet bij brood alleen.”

Die uitdrukking is een verkorte vorm van de zin: “Niet bij brood alleen zal de mens leven maar bij het woord dat uit Gods mond uitgaat.”

Het is niet moeilijk voor te stellen wat de meeste mensen bij zo’n zin denken. Het is namelijk in alle godsdiensten zo, dat het meer om geestelijke zaken draait dan om materiële. Spiritualiteit gaat ver uit boven stoffelijkheid. In ons westerse denken is dat ook zo.

Dat merk je al aan het beloningssysteem. Wie met zijn hoofd werkt verdient gewoon meer dan wie iets met zijn handen doet.

Wie wat verzint wordt doorgaans rijker dan wie wat maakt. Denkvermogen levert een honorarium op; spierkracht slechts een loon.

Zelfs als je héél vaardig bent met je handen dan nog héét het dat je niet zo goed kunt leren.

Mensen die in de materiele wereld stapels stenen weten te versjouwen worden minder gewaardeerd dan mensen die geestelijk bergen weten te verzetten. Dat komt omdat de materie minder gewaardeerd wordt dan de geest.

De vraag is: hoe komen we daaraan, aan die idee…? Wie de geschiedenis terug volgt, komt erachter dat wij dat hebben van de Griekse filosoof Plato. Plato deelde de werkelijkheid in tweeën: materie enerzijds en geest anderzijds.

En daarvan was, héél eigenaardig, maar Plato werd geloofd en wordt geloofd tot op de dag van vandaag: -daarvan was de materie het lagere en de geest het hogere. Plato schilderde dat zo, dat de materiële werkelijkheid -wij zoals we hier zitten bijvoorbeeld- niet de reële werkelijkheid is maar slechts een afschaduwing daarvan. De échte werkelijkheid, als ik het even zo mag zeggen, bevindt zich bóven deze werkelijkheid en werpt als het ware een schaduw naar beneden. Dat is wat wij zien en ervaren. Onze aardse materie en alles wat zich daarop afspeelt is niet meer dan slechts: een afschaduwing van de hógere, geestelijke, werkelijkheid.

Als je dat allemaal in je hoofd hebt, en wij hébben dat allemaal in ons hoofd want de klassieken van onze cultuur zijn: het Grieks en het Latijn, -als je dat in je hoofd hebt dan denk je te snel dat de bijbel wel ongeveer hetzelfde zal bedoelen als Plato. “Niet bij brood alleen” lijkt dan te suggereren: dat het om iets hogers gaat. Dat het niet om het brood gaat maar om iets anders. Maar die suggestie is toch teveel Plato en te weinig Mozes.

Voor de God van de bijbel is de materie niet het lagere. Het oneervolle. Voor de God van de bijbel is de materie juist het meest ware. De bijbelse God is namelijk een bijzondere God in die zin, dat hij niet de mensen laat neigen naar het hogere en het lagere leert te verachten. Integendeel. De God van de bijbel leert nu juist het materiële als de reële werkelijkheid te beschouwen.

Je zou namelijk zeggen dat het voor een God, -door de bank genomen- afbreuk doet aan zijn eer door neer te dalen in het lagere, in het menselijke, al te menselijke. Maar de bijbel laat van voor tot achter niets anders zien dan dat de bijbelse God dát het meest eervol vindt: God te zijn mét de mensen, ín de materiële werkelijkheid.

In die afdaling verliest God niet zijn eer maar kómt hij juist tot zijn eer. Daarom staat er zo vaak in de bijbel dat God in de hemel troont, maar op aarde wóónt! In de hemel moet hij aan het werk, om daar de goden en machten tot zwijgen te brengen, maar God woont op aarde. Bij mensen voelt God zich thuis! Dat dat buitengewoon is en helemaal niet zo vanzelfsprekend moeten wij weer leren inzien, anders begrijpen we geen sikkepit van wat de bijbel bedoelt.

“Net bij brood alleen” betékent dus: alleréérst bij brood, zal de mens leven. Allereerst bij brood, maar niet bij brood alleen. Daar komt iets bij.

Bij dat brood. Namelijk een woord uit Gods mond.

Dat woord uit Gods mond gaat vervolgens niet over iets heel anders. Over de seks of zo… De kerk heeft het namelijk te vaak en te snel over de seksualiteit en over aanverwante zaken. Daar gaan we nu verder niet te diep op in, want dat vindt de bijbel werkelijk niet bijster interessant. En daar zouden wij ook niet zo mee omhoog moeten zitten.

Niet bij brood alleen betekent dus: allereerst bij brood zal de mens leven, maar niet bij brood alléén! Daar komt een woord bij uit Gods mond. En dat woord uit Gods mond gáát over dat brood! Vandaar het verhaal over het manna.

In het hebreeuws, de oorspronkelijke taal, staat er “man”. En dat woordje man betekent: “wat is dat?” Het volk Israël ziet in de woestijn iets op de grond liggen en vraagt: Wat is dat?

Heel grappig, in de commentaren en in de verklaringen die je hierop kunt nalezen vind je vaak dat er wordt gezocht naar wat dat dan geweest moet zijn. Men komt dan met bepaalde struiken waarin bepaalde luizen moeten hebben gezeten die bepaalde, zoete, plakkerige uitwerpselen hebben teweeg gebracht en dat zou op de grond hebben gelegen.

Als je zomers je auto onder een dichtbegroeide boom zet dan is er dikke kans dat die overdekt raakt door een plakkerige korrelige substantie, en dat is dan ongeveer hetzelfde: luizen-poep, zeg maar. Maar ik denk niet dat we zo met dit verhaal van het manna moeten omgaan. Dan gaan we zo snel voorbij aan de verkondiging ervan. Dan hebben we het natuurkundig zo’n beetje verklaard en zijn we er “klaar mee”. Zo lezen wij te vaak de bijbel. We lezen iets, proberen vervolgens een natuurkundige verklaring te zoeken en dan hebben we het met zo’n verhaal wel zo’n beetje gehad. Maar we houden dan naar mijn idee onvoldoende rekening met het feit dat het verhaal van de bijbel dan nog lang niet klaar is met óns!

Dat het in de zon smelt, dat manna, is volgens mij ook niet af te doen als een natuurkundig fenomeen. Gek gezegd zou God dan een incompetente koekenbakker zijn… Dat manna smelt in de zon wil iets zeggen over de zon! Dat was namelijk een god, de zon. Een God die het leven op aarde bestuurt en regelt en die om die reden aanbeden moet worden. Een God die ons leven wil besturen, en ons leven vooral niet wil delen. Een afgod dus. Maar in de bijbel zijn afgoden ook goden. En als een afgod grip krijgt op wat de bijbelse god schenkt, dan smelt het!

“Man”, staat er in de tekst. “Wasdát?” En laten we het antwoord dat Mozes geeft -op deze avondmaalszondag- nu eens goed proberen te vatten. Laat dat eens op uw handen heen en weer rollen en probeert u eens of u het pákken kan.

Wa’s dat? Da’s brood en dit is het woord dat uit Gods mond uitgaat: neem ervan naar behoefte en niet meer, want wat jij teveel neemt komt een ander tekort.

Nu kun je naar een econoom gaan, met dit bijbelwoord en vragen: is het zo simpel, economisch gezien, dat wat de een teveel neemt dat de ander dat tekort komt? En dan zal een econoom je vertellen dat dat allemaal véél ingewikkelder is dan de bijbel zegt. Dat de een teveel neemt en dat de daardoor de ander te weinig heeft is dan veel tekort door de bocht. Het is zo ingewikkeld dat we als gewone mensen het niet kunnen begrijpen.

Nu vind ik persoonlijk, ik hoop niet dat er economen onder ons zijn en als ze er zijn hoop ik niet dat ik die beroepsgroep hiermee ernstig beledig, maar ik vind economen toch wel veel weg hebben van de alchemisten uit de oudheid.

Ja, economie is de meest vage wetenschap die ik ken. Ook bijzonder religieus, trouwens. Er wordt met angst en beven gekeken naar wat de economie doet. Gaat die omhoog, of omlaag. Niemand die het weet… En om hem hogerop te krijgen, of positiever moeten we vaak en veel offers brengen, juist! Herkent u het taaltje? Waar we niet mee laten spotten en waarvoor we bereid zijn vrijwel alles op te offeren: dat is toch godsdienstige taal?

Nu moeten we binnenkort grote offers brengen omdat de euro boterzacht aan het worden is. En dat schijnt te komen door Griekenland. Hoe precies, dat weet niemand, maar dat het offers vraagt dat wordt ons aangezegd. En zeg niet dat het bespottelijk is, want met deze dingen valt niet te spotten. Ja de euro is inmiddels boterzacht aan het worden hoor! Die smelt straks zo maar weg in je portemonnee. Ha,ha, heb je steeds zo’n grote vetvlek op je kontzak, op je rechterbil. “Wat heb jij daar voor vlek?” “Waar? O daar, ja… boterzachte euro.” “Hoe kan dat?” “Tja, dat is Grieks”, zeg je dan…

Ik denk weleens dat de duivel ons via de economie in de tang genomen heeft. De kerk zoekt de verleidingen van de boze te vaak in de wereld van de seks en te weinig in de wereld van de economische markt.

Dat de halve wereldbevolking zit te tandhakken en dat de andere helft lijdt aan obesitas. Dat is toch afschuwelijk? En dat er dan wordt gezegd: ja, dat is nu eenmaal zo. Daar kunnen we niets aan doen… Duivelse wanverhoudingen zijn het. Geloof ik.

Professor Goudzwaard, ooit een geliefd econoom binnen de kringen van de ARP, destijds ook mijn partij, moet ik eerlijk bekennen, en die zich heeft ingezet voor de vorming van het CDA en toen mee heeft gewerkt aan het allereerste verkiezingsprogramma van het CDA, met als titel: “Niet bij Brood alleen” -hij is helaas uit de partij gewerkt tijdens het kabinet Van Agt/Wiegel. Maar hij, Bob Goudzwaard, heeft later onder meer een boekje geschreven over: “Het ABC van de Economie” met als ondertitel: “De dans om het Gouden Kalf” En ik denk dat Goudzwaard daar de spijker op zijn kop slaat: Economie is: een dans om het gouden kalf.

“Man?” “Wasdat?” Dat is: brood en dit is het woord van God dat bij het brood hoort: neem ervan naar behoefte en neem niet meer dan je nodig hebt want wat je meer neemt komt een ander tekort.

De mens leeft niet bij brood alleen, maar de mens leeft bij brood, én bij het woord van God dat iets zegt óver dat brood. En zo kan er niet ernstiger tegen God en tegen zijn woord gezondigd worden dan in de verdeling van dagelijks brood. Daar zit de duivelse ellende, in de ongelijke verdeling van wat de aarde geeft om van te leven. De ongelijke verdeling van wat God op aarde geeft om van te leven.

Zo wordt Jezus ook verzocht door de duivel op precies dít punt. Honger? Waar is dat nou voor nodig, Jezus. Maak van stenen brood. Zorg gewoon voor een gigantische overdaad aan brood dan hoeft er niemand honger te lijden. Wat is dat voor flauwekul met eerlijke verdeling? Je moet gewoon toegeven aan de zondigheid van mensen en een oplossing zoeken die daar rekening mee houdt. Dat mensen slecht zijn. Ik weet dat toch, Jezus? En jij toch ook? Waarom vertrouw je de mensen nog? Geef dat toch op! Ze zullen nooit, nooit, het woord van God gehoorzamen. Het woord dat uit Gods mond uitgaat en dat iets zegt over het brood. Mensen zijn jouw liefde niet waard. Zoals ze met het brood omgaan, zo zullen ze ook met jou omgaan. Ze zullen jou helemaal voor zichzelf claimen, meer dan ze nodig hebben en ze zullen niets overlaten voor een ander.

Maar Jezus gaat niet op de verzoeking van de duivel in. En daarom leert Jezus ons bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood en… Dat woordje “en” staat er niet voor niets in de tekst van het Onze Vader: én vergeef ons onze schuld gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Want -dat bedoelt Jezus- als wij érgens schuldig zijn, dan zijn we het in de verdeling van dagelijks brood.

Maar, zo gaat het gebed dan verder: en leidt ons niet in verzoeking. Deze verzoeking van de boze, dat is de duivel. De verzoeking van de boze is deze verzoeking om toe te geven dat mensen nooit zullen luisteren naar het woord van God dat iets zegt over het brood. Dat is de verzoeking waarin Jezus is gebracht en waarvan hij ons leert bidden om niet op die wijze te worden verzocht door de duivel.

Hoort u dat dat over rechtvaardige verdeling gaat? De duivelse verleidingen zitten veel meer in de economie dan in de wereld van de seks. Ik vind de vertaling die je óók weleens tegenkomt: “Leid ons niet in bekoring”, dan ook teveel neigen naar díe kant. Het gaat over de manier waarop we met Gods schepping omgaan en of we elkaar het leven gunnen of niet.

Want, en daar zit ‘m de kneep, als we met de verdeling van het dagelijks brood niet rechtvaardig kunnen zijn, kunnen we het in geestelijk opzicht óók niet. Als we elkaar het dagelijks brood uit de mond stoten, dan doen we dat óók met Gods genade. Beide zijn van God namelijk. Als we de ander de eerste levensbehoefte ontnemen, ontnemen we hem of haar ook alles in geestelijk opzicht. Dan krijgt de duivel gelijk. Dan claimen we Jezus voor ons zelf en laten niets over voor de anderen.

Daarom geeft Jezus het avondmaal. Zodat we leren breken en delen. Want voorzover we het brood weten te breken en te delen, zo zullen we de verzoening die God ons in Jezus aanbiedt elkaar gunnen. Leren te gunnen. Want dat is het moeilijkste dat er is. Zelf aanvaarden dat we genade nodig hebben en vervolgens aanvaarden dat God ook anderen op gelijke wijze genadig is.

Dat tweede is bijna nóg moeilijker dan het eerste. Om die reden zegt de kerk ook het brood dat wij bréken en délen is gemeenschap met Christus. In het breken en délen zit die gemeenschap, namelijk. Niet in het brood zelf. Dat het verstrooid wordt over de velden van deze wereld. Daar gaat het om. Zodat God de Vader het bij elkaar kan halen. En samenbrengen, zodat het één kan worden. Daar gaat het om.

Dat God de gelegenheid krijgt om samen te brengen wat naar ons idee niet samen te brengen was. Daar gaat het om.

En als ons dat niet lukt, dat we dan niet God verwijten dat hij in zijn hemel die mensen blijkt samengebracht te hebben die wij in de hel hadden verwenst. Daar gaat het om.

Dat de duivel uiteindelijk géén gelijk krijgt… Dat is het avondmaal.

Amen.

Leave a Reply