14 november 2010

 

Hoe Goed is goed genoeg?

Hyves. Zegt u dat wat? Facebook. Wie van u zit er op Facebook? U gaat me niet vertellen dat er in Nederland miljoenen… En dat ú niet?

Als je een Facebook-account aanmaakt wat voor foto zet je daar dan op?

De meest aantrekkelijke die je vinden kunt, toch? En je profiel, wat schrijf je daarin: Hoe goed je bent, juist! We doen ons zo mooi voor als maar enigszins kan. Zo goed mogelijk ook.

Dus communiceren, contact hebben met elkaar, is vooral: je zo goed mogelijk voordoen.

Waarom vertel ik dit? Omdat de manier waarop we met elkaar omgaan

invloed heeft op hoe we over God denken.

Als dominee kom je in aanraking met allerlei mensen, althans als je je ook eens buiten de christelijke wereld begeeft. En daar zijn mensen die onmiddellijk denken dat je het over niets anders kunt hebben dan over de kerk en het geloof en in de hemel komen.

En vaak verontschuldigen ze zich dan als ze merken dat je dominee bent. “Ik heb niets tegen de kerk hoor, integendeel, Wat? Ik heb vroeger zelfs náást de kerk gewoond!”

En soms praat je ook met mensen die jou vertellen dat er ook andere wegen moeten bestaan naar de hemel. Het kan toch niet zo zijn dat er maar één weg is?

Misschien bent u zelf wel iemand die dat denkt, dat er vele wegen zijn. Of moeten zijn. Degenen die denken dat er méér wegen zijn die naar de hemel leiden denken daarbij ook vrijwel altijd nog iets ánders. En dat andere is: de idee dat: góede mensen naar de hemel gaan. En over dat idee wil het vanmorgen met u hebben.

Ik wil u niet iets opdringen, ik wil u iets voorleggen. Wie dus meent dat er vele wegen zijn die naar de hemel leiden hebben daarbij óók het idee dat dat goede mensen in de hemel komen.

Dus niet alle christenen, maar goede christenen, en niet alle joden, maar goede joden en goede moslims en goede boeddhisten en ook mensen die helemaal nergens aan doen, om het zo maar even te zeggen, maar die wel een góed leven leiden, die gaan naar de hemel.

Het beslissende punt is dus niet: Geloof, of de manier van zingen in de kerk, met stugge psalmen of met opgewekte opwekkingsliederen. Het beslissende is ook niet of je bidt of niet…

Als wij elkaar zouden bevragen: “Denk je dat je in de hemel komt?” dan zeggen we al snel: “Ja, want ik geloof in Jezus en ik bid… en dan zouden we er óók aan toevoegen: ik ben een goeie vader en ik doe goed mijn werk, ik doe elke dag mijn best om een beetje aardig te zijn voor andere mensen… ik ben niet perfect, moet ik er even bij zeggen”. “Wát zeg je?” “Ik ben niet perfect.” “Pffh dank je wel! Ik dacht even dat je perfect was…”

Dus de gedachte is: God hemelt alle goede mensen op. Het kan toch eigenlijk niet zo zijn dat mensen goed leven en dat ze toch niet in de hemel zouden komen.

En als we dat zo tegen elkaar zeggen, zit er ook iets dwingends in. Als we zeggen dat goede mensen in de hemel komen dan geven we anderen, en ook ons zelf, het idee dat wij goed zijn. Het is moeilijk toe te geven dat je dat niet bent. Zijn er ook slechte mensen hier? “Is er iemand die zegt: ik geloof in de hemel, en ik geloof dat goede mensen daar komen, maar ik niet, daar hoor ik niet bij”? Ik hoor dat vrijwel nooit iemand toegeven eigenlijk.

Het idee dat goede mensen in de hemel komen is helemaal niet zó gek en best aantrekkelijk en daarom is het niet zo vreemd als u dat ook zo zou denken.

We kunnen er wel wat meer van zeggen. Het is namelijk ten eerste: Eerlijk. Het komt overeen met ons levensgevoel. “Wie goed doet goed ontmoet”. Zo drukken wij ons levensgevoel uit. “Wie zoet is krijgt lekkers”, leren we onze kinderen. Of láten dat doen, door een Spanjool. Of nee, het is eigenlijk een Turk. De Bisschop van Myra is van oorsprong een Turk, namelijk. Eerlijk dus.

En ten tweede: Het zorgt voor een onderscheid. Want naar onze stellige overtuiging wordt de wereld bevolkt door goede én door slechte mensen. En als de slechte nu afvallen en de goed overblijven dan wordt het verschil duidelijk.

Als derde punt kunnen we zeggen: Het motiveert ons om ons best te doen, en dat is goed; niet alleen voor ons zelf, maar ook voor anderen.

En als vierde geldt: Het hele idee klopt met een Goede God. Als er een Goede God bestaat en een goede hemel, dan moet die Goede God in die goede hemel goede mensen binnenlaten. Dat is een afgeronde gedachte waar naar onze mening geen speld tussen te krijgen valt.

Het is zelfs zó voor de hand liggend dat we niet meer geneigd zijn om deze gedachte wat beter te onderzoeken. En toch wil ik dat doen, nu.

Ik zal niet beweren dat het christelijk geloof gelijk heeft maar ik wil u wel laten horen dat er grote problemen zijn met het idee dat goede mensen in de hemel komen.

Het lijkt zo’n voor de hand liggende gedachte maar dat is het niet. Sterker nog, ik geloof dat het mensen in problemen brengt.

Soms brengen mensen bezwaren in tegen het christelijk geloof. En ik ga die vandaag niet weerleggen, want het christelijk geloof kent inderdaad heel wat bezwaren en moeilijkheiden. Daar wil ik niet voor wegdraaien. Maar met de gedachte dat goede mensen in de hemel komen zijn misschien wel… nog méér problemen aan de orde dan met de inhoud van het christelijk geloof.

Laten we twee problemen even wat beter bekijken. Ik licht ze toe en dan voelt u wel wat er aan de hand is.

1. Er is geen standaard, geen norm, geen maatstaf.

Niemand kan zeggen waar de grens ligt tussen goed en slecht. Wanneer is iets goed, en wanneer voldoet het niet aan de norm, en moet het slecht worden genoemd? Als God een norm zou hanteren waaruit blijkt dat iets goed is, dan is het een akelig gegeven dat God nog nóóit duidelijk heeft gemaakt hoe hoog hij de lat heeft gelegd. Wat zijn de eisen? Wat is de norm?

Sommige mensen zullen misschien denken: “maar dat staat toch allemaal in de bijbel?” De bijbel laat toch duidelijk horen wanneer het goed is en wanneer niet? De bijbel is toch een duidelijke leidraad bij de gedachte dat goede mensen in de hemel komen?

Lieve mensen, gelooft u mij: als dit (de bijbel) de norm is, dan zult u nooit goed genoeg zijn! Nooit!

Ik zal een paar citaten uit de bijbel laten horen: Rom 3:10, daar citeert Paulus het oude testament, en schrijft dan: “er staat geschreven: Niemand is rechtvaardig, ook niet een”.

En in Rom 3:12: “allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden;

er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een.”

Ja, zult u misschien denken, dat is die sombere Paulus, die zegt zulke rare dingen. Maar dat is het niet, want diezelfde overtuiging vindt u ook al in de Psalmen van David. Psalm 14, of in Prediker 7.

En het is Jezus zelf die zei, toen hij werd aangesproken met “goede meester”: “Wat noemt gij mij goed? Niemand is goed, behalve God.”

Niemand is goed. Daar is geen woord Spaans bij, toch?

Dus als dit (de bijbel) de norm is, en als u zou denken: “door me aan de wet te houden ben ik een goed mens en kom ik in de hemel”, dan moet ik u teleurstellen. De bijbel zegt namelijk met zoveel woorden dat uit de werken der wet geen mens voor God gerechtvaardigd zal worden.

Lieve mensen, als u dit (de bijbel) tot uw standaard maakt tot uw norm om te bepalen of u een goed mens bent dan is die standaard véél te hoog. Dat haalt u niet. Maar ook als u zou zeggen dan hou ik me aan een stukje van al die geboden, dan hou ik me aan die tien geboden, maakt u het zichzelf veel te moeilijk. Daar komt nog bij dat daar waar de tien geboden aan de orde worden gesteld, in de boeken van Mozes, er werkelijk nooit, nog niet één keer, over de hemel word gesproken of over het eeuwige leven. Niet één keer. Die gedachte komt in géén van de boeken van Mozes voor. “Hemel” wordt nooit genoemd in verband met de tien geboden. Dat verband bestáát dus helemaal niet. Althans: dat verband bestaat in de bijbel niet. Er bestaat geen enkel bijbelvers dat iets zegt in de trant van: “als je je aan de tien geboden houdt zul je in de hemel komen.” Zelfs niet: “als je probeert je aan de tien geboden te houden; als je goed je best doet”.

Dus áls het al zo zou zijn dat goede mensen naar de hemel gaan dan moeten we bekennen dat we geen idee hebben over wat goed is.

Ja, we hebben wel ideeën over goed en kwaad maar die verschillen hemelsbreed van elkaar. In de oorlog werd door de Duisters gebeden: “Gott Strafe England” En aan de andere kant van de lijn werd gebeden “May God punish Germany”. En beide gebeden werden gemeend opgezonden naar de Here God. Geen van bede partijen huichelde daarbij. Men was overtuigd van de idee dat men het goede deed.

Collega’s van mij hebben, alweer lang geleden, maar toch, in volle overtuiging de apartheid gepreekt als wil van God. En dus: goed!

Er zijn culturen waar mannen menen dat het goed is om hun vrouwen te slaan. Dat menen ze echt. Ik zal niet zeggen wat ik daarvan vind en al helemaal niet wat mijn vrouw daarvan vindt.

Nou ja, zelfs in één kerk zijn er verschillen en weten we het niet. Is het goed dat homoseksuelen trouwen? Of is dat slecht?

En ook in uw eigen leven zijn er dingen die u als puber goed vond. Zó overtuigend goed dat u bereid was ermee in conflict te komen met uw eigen ouders. Weet u dat nog? Terwijl u daar nu totaal anders over denkt. Moet ik helpen, nee toch?

Dus dat goede mensen naar de hemel gaan is een gedachte die feitelijk meer moeilijkheden oplevert dan oplost. Dat komt omdat we werkelijk geen idee hebben van wat goed genoemd moet worden.

Als God zou hebben besloten dat goede mensen in de hemel komen dan zou het toch ook noodzakelijk zijn om duidelijk te maken wát dat dan is: goed?

Nu zijn er dus mensen die zeggen: “Als je alléén in de hemel kunt komen door in Jezus te geloven, dan is dat niet eerlijk. Want hoe moet dat dan met mensen die nog nooit van Jezus hebben gehoord of er nog nooit van hebben kúnnen horen? Hoe moeten ze dat weten?”

Maar mensen die dat bezwaar inbrengen hebben feitelijk zelf exact hetzelfde probleem. Zij weten namelijk óók het allerbelangrijkste niet. Namelijk wat moet je dan doen, om goed te doen? Hoe goed is goed genoeg?

Dat goede mensen in de hemel komen is dus wel wat problematischer dan u misschien op eerste gezicht zou hebben gedacht. Denkt u bijvoorbeeld maar eens aan een baan. U krijgt een baan aangeboden maar die begint met een proeftijd. Na drie maanden vindt er een evaluatie plaats. En u vraagt aan de werkgever: “Waar is mijn werkplek?” “Dat weet ik niet.” “Wat is mijn functieomschrijving?” “Dat zeg ik niet.” “Wat zijn de criteria bij de evaluatie? Waaraan moet ik dan voldoen?” “Dat zie je vanzelf, als je de baan niet krijgt heb je niet aan de eisen voldaan.”

Of een race. U doet mee aan een race. En u vraagt: “Welke afstand moeten we lopen?” “Dat weet niemand.” “Wat is het parcours?” “Dat is er niet.” “Waar is dan de finish?” “Dat merkt u vanzelf als u hem gepasseerd bent.” En het startschot valt en alle lopers lopen verdwaasd een andere richting op. Voelt u het probleem?

Je hebt geen idee wat er gevraagd wordt. Je weet niet waar je bent in de race. Je weet dus ook niet hoeveel tijd je nog hebt om…

Het principe Goede-Mensen-Gaan-Naar-De-Hemel is echt niet zo eerlijk als het lijkt. En doe dan maar niet de bijbel open, want dan wordt het nóg erger. Niemand is goed genoeg.

Maar dan het tweede probleem. Dat is een probleem dat mijzelf wel wat aan het hart gaat: Je maakt Jezus zo min of meer tot een leugenaar. Want, hoe raar dat ook klinken mag, Jezus zegt nu juist steeds dat hij ervan uitgaat dat… slechte mensen naar de hemel gaan! Hoeren, tollenaren, en ander tuig.

Geen godsdienstige leider denkt dat, maar Jezus wel.

Jezus gaat voortdurend om met mensen die door de samenleving niet tot de goede mensen gerekend werden. Luister: Lukas 23 vanaf 32: Met Jezus werden ook twee misdadigers gekruisigd… misdadigers! Die hebben niet een koekje uit moeders trommel gepikt hoor! En wat zegt één van de twee? Wij worden geoordeeld naar… onze daden. Wij krijgen dus wat wij verdienen. Naar menselijke maatstaven zijn wij niet: goed. En dan vraagt hij aan Jezus denk aan mij… En wat zegt Jezus dan: “Jammer, maar helaas pindakaas, te laat, je hangt. Je hebt je kansen vergooid”?

Nee, Jezus zegt: nu, op dit moment, zo meteen, dan zul jij met mij in het paradijs zijn.

Lieve mensen, Jezus ging om met mensen die met de nek werden aangezien. Mensen die óók door ons, als wij daarbij waren geweest, zeker niet tot de goede mensen gerekend zouden zijn. Echt niet. Jezus dacht dus niet dat goede mensen naar de hemel gingen. Jezus gelooft dat mensen van wie de zonden vergeven zijn bij God komen. Mensen die door God in genade aangenomen zijn. Goed en slecht. Beide. De slechten zelfs voorop. “Hoeren en tollenaren zullen u voorgaan” zegt Jezus tegen hele goede en gelovige mensen.

En, ook een uitspraak van Jezus: “Het zal voor de inwoners van Sodom en Gomorra in het oordeel een heel stuk makkelijker zijn dan u denkt”. Vertelt Jezus ook. “Jullie denken dat die Sodomieten zullen branden in de hel, nou dat kon nog weleens reuze meevallen.”

En, even tussen haakjes, dan gaat het dus over mensen die Jezus niet hebben gekend: de inwoners van Sodom en Gomorra. Nooit van Jezus gehóórd zelfs. En: mensen die wij niet “goed” zouden noemen.

Als de eerste beste bewoner van Sodom in de hemel komt dan hebben een hoop mensen voor niets een braaf leven geleefd…! Dat is trouwens de gevaarlijkste emotie voor het christendom. Die emotie maakt het christelijk geloof stuk.

Hebt u daar weleens bij stil gestaan: de meeste mensen in de bijbel komen na hun dood bij de goede God, terwijl ze Jezus niet hebben gekend. Dat geldt niet alleen voor het Oude testament. U moet maar eens in het boek Handelingen lezen, ja nu niet, maar thuis om ervan te schrikken, of op te ademen, dat kan ook, -eens lezen hoeveel mensen daar door God in genade zijn aangenomen terwijl ze nog nooit van Jezus hebben gehoord. Jezus niet kennen.

Maar Jezus hén wel. Zij zijn door Jezus wél gekend. Dát is dus het punt, blijkbaar. Daar draait alles om.

Christelijk geloof is dus niet: goed zijn. Proberen goed te zijn. Beter te zijn dan anderen om in de hemel te komen.

Christelijk geloof is: Leven van Gods liefde. Gods vergevende en verzoenende liefde. Van Zijn grote hart. En van Zijn hand, die daarover strijkt.

In het christelijk geloof gaat het niet om goed te doen, maar om de liefde naar je toe te laten komen. Als zonnestralen.

Het gaat niet om geven. Het gaat om ontvangen.

Het gaat om een God die aan jou goed wil doen. Die jou in liefde wil aannemen. En die ons niet vraagt of hij dat óók bij andere mensen mag doen. Ook bij die mensen namelijk die wij niet snel goed zouden noemen. Dat is een lastige gedachte. Christelijk geloof is niet ingewikkeld maar wel lastig. En weerbarstig. Op dit punt namelijk.

Dat God tegen jou zegt: je mag er zijn zoals je bent is één ding. Maar dat Hij dat óók, en met net zoveel liefde, tegen alle anderen zegt, dat maakt christelijk geloof zo ongemakkelijk.

We worden er niet exclusief door. Integendeel. Eén van de zéér velen, word je ervan. Dat is weliswaar irritant, maar het is niet een vage onduidelijkheid. En het is ook niet bedoeld om jou in je zonde neer te drukken. Het is niet bedoeld om kleine en zondige mensen nog meer klein te krijgen. Integendeel. Het is -omgekeerd- bedoeld om kleine en door schuldgevoel terneergeslagen mensen moed in te spreken.

En misschien bent u er wel zo een. U mag er zijn! U hoeft nooit bang te zijn dat u niet goed genoeg zou zijn. Laat maar los, die gedachte, want die kan je op je nek zitten, ver-schrik-ke-lijk.

God heeft overigens niets tegen goed doen. Zeker niet. Maar níet om daarmee een plaats in de hemel te verdienen. Want dat hoeft niet verdiend te worden, dat wordt geschonken. Dat is een geschenk. Dat is liefde. Gods liefde voor mensen. Alle mensen.

Nu kan het zijn dat wij dat niet eerlijk vinden, dat God dat zo doet. Dat wij het eerlijker zouden vinden als we het zelf zouden kunnen verdienen. Er zijn zelfs mensen die zo ver gaan, -die zo dogmatisch geloven in de gedachte dat goede mensen in de hemel komen, dat zij om die reden zeggen ik geloof niet in een God die anders is dan ik eerlijk vind. God moet dan zijn zoals zij denken dat God zijn moet en anders bestaat hij voor hen niet. En zijn ze naar eigen zeggen liever atheïst.

Maar ja, zo is God niet. God heeft niet de neiging om zich te voegen in ons idee van wat eerlijk is en wat niet. God gaat zijn soevereine gang en heeft besloten van de mensen te houden. En dat is een besluit dat ons minder in moeilijkheden brengt dan de pijnlijke en ongelukkig makende vraag “Hoe goed is goed genoeg?”

Het is een kwestie van Gods initiatief. Gods liefde.

Laten we God daarom danken dat hij niet eerlijk is. En laten we Hem vooral danken dat hij liefdevol en genadig is.

Christelijk geloof is geen Facebook-religie. Het is een Feestboek-religie!!

En in dat feestboek staan de namen van alle mensen die worden verwacht op het komende feest van God. En daar staan me toch een namen in, ongelooflijk!

Nou, geloof het maar gerust. Dat jij erbij staat.

Amen

Leave a Reply