Demetrius de zilversmid (leerhuis)

Leerhuis 17 februari 1987 Handelingen 19, 21 – 40 ‘Demetrius de zilversmid’

Even op een afstand naar dit stukje kijken. Handelingen. Ik vind het een stijf woord. Er staat gewoon in de grondtekst: De daden. De dingen die ze gedaan hebben. Het bijzondere is, dat nu de boodschap van Jezus Christus, die gaat nu de grens van Israël over, het komt naar buiten en hoe valt dat nou in die putjes van die heidenen

Bij ons dus. De boodschap bij ons. Hoe reageren wij dan. Paulus komt er terloops in voor, in 29. U hoort hem niks zeggen. Het gaat er om: wat is nou de reactie in dat heidendom op die boodschap vanuit Israël naar buiten. Het boek Handelingen der Apostelen is geschreven door Lucas.

Daar beginnen we meteen al mee. Typisch Lucas-stijl, vers 21. Er staat in vers 21 helemaal niet, toen dit alles voorbij was. SV: toen al deze dingen volbracht waren. Ja, dan is het klaar hè. Er staat namelijk: toen al deze dingen vervuld waren. Gevuld, dat staat er. Niet vervullen, maar vullen. Als je iets vult, dan heeft het zin gekregen. Vervullen, dan kun je het weggooien, dan heb je je buik vol.

Wat is er nou gevuld? Dat wijst terug op vers 20: Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker. En dan staat er de werkwoordsvorm van langzaam sterker worden. De doorgaande handeling. Je mag het dus niet met passé défini vertalen, want het is een doorgaande handeling.

Het werd steeds sterker en toen het helemaal gevuld was had je het gedonder in de glazen. Ze hadden er de mond van vol. Toen barstte de bom. Dus niet toen het voorbij was. Dan ga je slapen. Vers 21: Paulus nam zich voor naar Jeruzalem te reizen en zeide: als ik daar geweest ben moet ik ook Rome zien.

Dat is wel leuk dat dát daar staat, want u moet zich voorstellen, dat dit citaat gestaan had na die rel. Dan had u gezegd, en ik ook: Nou, gaat ie naar Rome, hij is bang geworden. Nee, dat is niet waar, hij was het al lang van plan.

U hebt vast wel eens die serie gezien van Claudius, die stotterende keizer, maar dat was wel de keizer, kijkt u naar hoofdstuk 18, 2b. Dan valt hij wel van zijn televisievoetstuk af, 18, 2b: Omdat Claudius bevolen had, dat alle Joden Rome zouden verlaten. Hij heeft ze er allemaal uitgezet, maar daar had die serie het niet over.

Even dit: Moet , moet ik ook Rome zien. Dat moeten. Lucas heeft een behoorlijk aantal waar het woord moeten in zit. Jezus 12 jaar in de tempel: Ik moet zijn in de dingen van mijn Vader. De Zoon des mensen moet veel lijden. Bij Zacheüs: Heden moet Ik in uw huis verblijven. Dit woord moet in Mij gerealiseerd worden. Bij de Emmaüsgangers komt het 3 keer voor. Hij moest overgeleverd worden, Hij moest lijden, het moet gevuld worden wat in de profeten staat. Eén uit Johannes, dat is een boeiend moeten, dat is uit het verhaal van die Samaritaanse vrouw bij die put. Het verhaal begint met: Jezus moest door Samaria gaan. Het is een moeten, een heilig moeten kan je zeggen. Er zit een wil achter er zit een duw achter, van moet zo gebeuren.

Hier ook, ik moet Rome zien. Ik wil het misschien helemaal niet, maar het moet gebeuren. Een goddelijk moeten, een heilig moeten.

Iemand zegt: dit is toch door Lucas geschreden toen het al gebeurd was, dan kun je schrijven dat het gebeuren moest. Ja, dat zie je vaak in de bijbel, dat men na afloop het opstelt en dan zelf er een vorm aan geeft. En die vorm hoeft niet filmisch te kloppen.

Ik moet de vier opstandingsverhalen naast elkaar behandelen. Als je die naast elkaar afdrukt, dan kan je geen kerk meer zien, daar klopt niks meer van, ze spreken elkaar helemaal tegen. Dat is het karakter van de evangelisten, zij gaan dus achteraf zelf er een vorm aan geven en die vorm kan verschillend zijn van die van hun collega.

Vers 23: En omstreeks dat tijdstip ontstond er een niet geringe opschudding, Inzake de weg. De weg, de benaming voor het evangelie. De weg. De Engelse bijbel van nu heeft: Opschudding vanwege de christelijke beweging.

Nee, het aardige is het woordje weg. Het is een Joods verhaal. Christelijke beweging gaat over de beweging van de christenen. Bij weg, dat er een beweging mogelijk is, omdat er een basis is. En dat is het woordje weg. De Friese bijbel: het christelijk geloof. Dan zit je helemaal in het subjectivisme. Het gaat om het geloof van de Here God in ons. Hij maakt een weg. De weg objectief en christelijk geloof subjectief. Dat is nogal een verschil. Het gaat er om wat de Here God wil zijn voor ons, namelijk de weg. Er zijn er ook die hebben het met een hoofdletter, De Jeruzalemse bijbel ook.

Vers 23: want iemand genaamd Demetrius een zilversmid die zilveren Artemistempels vervaardigde, verschafte aan de mannen van het vak niet weinig inkomsten. We zitten nu helemaal in de Griekse mythologie, de godenleer. Maar de evangelist is er om de zaak duidelijk te maken, desnoods die vakbondsleider een andere naam geeft. Die aan heet misschien wel heel anders, Om aan te duiden waar het over gaat wordt hij Demetrius genoemd.

Misschien heeft hij wel zo geheten, maar als u zegt, dat is ook toevallig, dan zeg ik als u het zo toevallig vindt – Demetrius en Artemis. Nou Artemis staat als een paal boven water, dat is een historische figuur, maar Demetrius, als hij niet zo geheten heeft dan heeft Lucas het expres zo gedaan.

In de evangeliën ook, daar krijgen mensen zomaar een naam. B.v. de blinde man bij de poort, wordt Bartimëus genoemd, maar het is Marcus of Lucas, die die man geen naam geeft. En als je de bijbel open doet, dan ziet u er boven staan: Genezing van Bartimëus. En dan komt het niet in het verhaal voor. Dan moet je een ander evangelie hebben. Bij het dochtertje van Jaïrus is dat ook zo. Die man heeft bij één van de drie evangelisten geen naam, er staat rustig boven: Dochtertje van Jaïrus. Juist omdat het geen naam heeft wordt je geconcentreerd op dat gebeuren met dat meisje.

Demeter. Demetrius heet naar de godin Demeter. Je kunt zo al zien dat het woord meter er in ziet. Peter en meter. Meter en mater, allemaal moeder. Een hele oude vorm kan het zijn van het woord aarde. Het kan ook van het woord Deus zijn. Maar zelf kies ik liever voor aarde, dat klopt helemaal met Artemis. Het gaat over de vruchtbaarheid van de aarde. Demetrius. De Meter, de moeder van de dè. Die de komt van ge af en dat is geografie. Het is Gemeter geweest. De moeder van de aarde.

Even ter opfrissing, u weet de Romeinen hebben een hele reeks goden, dat hebben de Grieken ook en die sluiten aardig op elkaar aan, alleen zijn het telkens twee verschillende namen. Hier heb je Artemis en de oude bijbel heeft Diana. Hyronimus heeft er Diana van gemaakt. Je hebt Zeus bij de Grieken , je hebt Jupiter bij de Romeinen. Demeter is de god van de landbouw, de vruchtbaarheid van de grond, maar in Rome is het de godin Ceres. Daar hoort u niet zo gek veel van. U hoort wel veel van Neptunus bij de Romeinen en Poseidon bij de Grieken.

We hebben het nodig, dat zult u zien. Via Demeter wordt je met je neus gedrukt op de moeder aarde, op de vruchtbaarheid en dat blijkt helemaal uit het verloop van het vers, want hij vervaardigt zilveren Artemistempeltjes en daar verdienen ze heel wat mee.

Artemistempeltjes, ze zijn gevonden hoor, heel klein. De stad Efeze bestaat helemaal niet meer, die is ten onder gegaan. Het lag tegenover het eiland Samos. Nu ligt er niks meer, dan alleen wat opgravingen.

Die tempel, daar heb ik mij over verbaasd, dat ik die maar één keer aangetroffen heb in een commentaar. Want wat is er aan de hand met die tempel van Artemis? Ja, nu kom je de geseculariseerde wereld in met hun eigen goden, u zit namelijk hier bij de zeven wereldwonderen. De tempel van Efeze is één van de zeven wereldwonderen. Het zijn de piramide van Egypte, de hangende tuinen van Babylon, het beeld van Zeus in Olympia, het mausoleum een grafmonument in Halicarnassus, de Colossus op het eiland Rhodos – dat staat zo over de haveningang heen en die Colossus is door een aardbeving omgevallen in 70 voor Christus en dat die Colossus model heeft gestaan voor het vrijheidsbeeld van New York. En de vuurtoren op het eiland Pharos bij Alexandrië.

Dus u zit hier in het hart van de cultuur. De tempel van Artemis in Efeze is 356 voor Christus afgebrand en toen weer opgebouwd en later door al die oorlogen is de stad met de grond gelijk gemaakt. Als u denkt aan het Parthenon dan moet u wel weten, dat dit gebouw een keer of zes groter is geweest. Zo’n kolossaal gebouw was dat.

Dan kom je daar en dan ga je van die kleine tempeltjes meenemen. De dingen hebben dan een kracht in zich en u denkt aan een amulet. Voor een heleboel mensen is het geladen. Ja, we zitten in dat heidendom nu. Wat is de zin van die kleine tempeltjes? Die zijn geladen, met mana. We weten niet waar het woord vandaan komt, maar het zal waarschijnlijk uit de Grote Oceaaneilanden komen, een Polynesisch woord denken we. Mana, is dat de dingen een kracht hebben een soort stroom in zich hebben. Dat had je vroeger met die bedeltjes, als je het aanraakte moest je een cent geven. Dat was dan om de bliksem af te leiden. Dat hebben een heleboel sieraden nog. Veren op je hoed enz..
Dat doen we nog. Als u van iemand houdt en die is overleden, dan zal je de eerste drie jaar bepaalde voorwerpen die van hem of haar zijn niet opruimen, want ze zijn met mana geladen. U zegt, die herinneren mij er aan. Nee, het is omdat het met mana geladen is. En langzamerhand gaat die stroom er uit en over acht jaar doet u het weg. Het Leger des Heils kan er van mee praten, wat betreft oude kleren.

De godin Artemis. Zij wordt altijd zeer uitbundig afgebeeld, uitermate rondborstig. De beeldjes, als je het gaat tellen dan kom je aan 25 mammae, mamma’s, borsten. Dat is de godin van de vruchtbaarheid, Artemis. De godin van de jacht ook, maar dan moet u het doortrekken. Je gaat op jacht dan schiet je een dier, dat is vlees en van vlees wordt je sterk en potent.

En wat bereik je hiermee. Nou, dat verschafte aan de mensen niet weinig inkomsten. Hij riep dezen bijeen, met de werklieden in dit vak en zeide: Mannen gij weet dat wij aan dit werk onze welvaart danken. Dat woord welvaart hebben we straks nodig. Eu = goed en dan poria , dat is welvaart. Eu is bij ons ‘wel’, dat is natuurlijk ook goed, wel. En dan vaart, dan gaat het om varen, gaan. Maar de grondtekst heeft poria. En u herkent het woord porie, dat gaatje in die huid. Euporia – dat je er goed door komt. Met andere woorden, wat is het menszijn in wezen, dat je voortdurend tegen een muurtje oploopt en welvaart is, dat er steeds weer de mogelijkheid ie om een gaatje door die muur te maken, een poria, ik kom er op een goede manier door. Niet uit, dat krijgen we straks. Euporia – welvaart, zeggen wij, maar zij hebben het over poria die gemaakt worden waar je doorheen gaat.

En het aardige is….het is een verhaal van Lucas en Lucas is ook degene die vertelt, dat Jezus naar Jeruzalem gaat. Hij zegt: Jezus ging naar Jeruzalem, terwijl Hij maakt een poria. Dat is schitterend hè. Hij gaat naar Jeruzalem om een poria te maken. Het is een PAASTEKST.

En de bijbel heeft: En Jezus trok verder langs steden en dorpen. Wat is dit nou voor een ordinaire vertaling. Het gaat niet om verder trekken, het gaat er om dat Hij een doorgang maakt. SV: Hij reisde van de ene stad naar de ander. Dat is beter, waarbij je dan mag aannemen, dat als je er iets over gaat zeggen, dat je dan spiekt in die grondtekst en dat je dan tot je verbazing ziet, dat er een poreia staat. Die i is een ei. Hij ging naar Jeruzalem waar Hij een poreia maakt, een doorgang maakt. Makende een doorgang. Ik vind dat verbluffend. Waarom resoneert dat bij mij? Omdat het een heel gewoon menselijk geluid is, van hoe kom ik er door. Dat haal ik gewoon hier uit. Er is een doorgang en ik kom er goed doorheen. Zat je daar over in? Ja, ik dacht gisteravond: ‘Hoe kom ik er door’. Dat haal ik niet uit mezelf, dat biedt de tekst gewoon aan.

U ziet wat er gaat gebeuren als je die tekst niet voor je hebt. Dan krijg je de meest onbenullige godsdienstige clichés waar ikzelf altijd kotsmisselijk van word.

Dat is zo jammer, dat je je niet laat leiden door die verrassing, die door de tekst wordt aangeboden. Je moet het gewoon lezen en dan sta je er versteld van. Je staat er van te kijken waar Je eigenlijk overheen leest en dat gewoon ook niet vertaald is. Dan moet je jezelf onder discipline stellen en goed met je vingertje er bij lezen wat er eigenlijk staat.

25, 26: Hij riep de mannen bij elkaar. Wij hebben onze welvaart er aan te danken en gij ziet dat deze Paulus een talrijke schare, niet alleen van Efeze, maar ook van geheel Asia (Asia is gewoon de provincie Klein Azië), Asia, overgehaald en afkerig gemaakt heeft door te zeggen dat goden die met handen gemaakt worden geen goden zijn. Hoe wordt Paulus aangewezen? Deze Paulus. Ja daar kan je om vechten, maar je zal het niet in de tweede klas van het Erasmus zo moeten vertalen. Het is niet deze Paulus, er start duidelijk. Die Paulus daar. En dan is het nog verachtelijker dan ‘deze’. Want deze Paulus, dan kan je altijd zeggen deze Paulus daar had ik het over, maar die daar. Dat die daar dat komt ook een keer voor, maar dan is het niet verachtelijk, maar wel de verte aanwijzend. In de verte aanwijzend, en dan hangt het van het verband af of het verachtelijk is of dat het positief bedoeld is. Ik denk aan de doop in de Jordaan.

Daar wordt Jezus gedoopt en dan komt er een stem en die zegt (en er staat in alle bijbels: deze is mijn geliefde Zoon) hoe haal je het in je hersens. Dat is geen opschepperij, dat heeft er niks mee te maken. Dat leer je als je zo acht maanden Grieks hebt gehad, dan zal je toch het woord deze en die wel leren. Hoe kan je nou vertalen: deze is mijn geliefde Zoon, terwijl er duidelijk staat, een hele andere zetting van de tekst: Die daar. Dus de afstand tussen hemel en aarde. Die daar. Ik ben hier, maar die daar is mijn Hart. Die daar bij jullie. Ik hier in de hemel, maar Die daar bij jullie. Je moet uitermate goed opletten op die aanwijzende voornaamwoorden.

Hij maakt dus een heleboel mensen afkerig en daardoor zijn ze dus in hun inkomsten bedreigd.
Heeft Paulus het daarover wel eens gehad? Als u één bladzij terugslaat 17, 29: Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht. Daar hebt u het.

Het gaat om het maken van een beeld van God. En dan begrijpt u wel (ja, dat denkt Demetrius), dat het niet zozeer gaat om een beeld van goud en van zilver, maar dat het ook een beeld kan zijn, die je zelf in je hersenen maakt van God, een denkbeeld.

Ik vind het altijd erg moeilijk, om aan kinderen het verhaal van het gouden kalf te vertellen. Je kan het wel vertellen, maar de portee voelen ze niet. Ik denk, dat het veel erger is, dat je een denkbeeld hebt en dat kan ook hard worden, Zoals ik altijd zeg tegen de mensen die op school les geven: Er zit bij de kindertjes natte gips in hun hoofd en als je daar een bepaald verkeerd beeld van God geeft, dan wordt dat natte gips met dat beeld hard en zie jij het dan maar de komende jaren uit te krijgen. Nou, tot het bejaardenhuis krijg je het er niet meer uit.

Ja, dat ligt aan mij ook, het gaat niet over de bejaarden, Er zijn beelden die ik van God in mij gekregen heb, die kan ik er gewoon haast niet meer uitslaan. Daarom blijf ik zeggen: Beter helemaal niks over God zeggen tegen een kind, dan dat je het verkeerd zegt. Beter een gezonde heiden, dan een misvormde gehandicapte christen, daar kun je geen moer meer mee beginnen.

Ik weet nog hoe de juffrouw het zondvloedverhaal vertelde, dat beeld heb ik nog steeds. Dan sliep ik op de eerste etage Mathenesserweg 55b. en dan hoorde ik de regen tikken tegen de regengoot. En ik dacht, ja maar, God heeft wel gezegd van die regenboog, maar ja, Hij kan ook wel eens wat vergeten, dus waarom…..tikke tikke tik. Ik ben er wel eens uitgegaan om te kijken of ik het kon zien. Nee, nog niks. Godsbeeld.

Dus het is niet zo onschuldig als het lijkt. Goden met handen maken is een beeltenis en daar zit je aan vast. En nog even zeggen, wat de bijzondere achtergrond is van het beeldenverbod uit de zogenaamde tien woorden. Wat boven de hemel, in de hemel is op de aarde en onder de aarde, een afbeelding van maken en dan aanbidden. De achtergrond is, als Hij dan voor je staat, dan kun je je handen er omheen slaan. En het bijzondere van de God van Israël is, dat hij dat aan jou doet, maar jij niet bij Hem.

Het bijzondere van de God van Israël is niet dat ik Hem moet omhelzen, dat is altijd weer dat geperverteerde evangelie, van ben jij al op je knieën geweest, heb jij al ja gezegd. Dat moet u Mohammedaan worden. Toe nou, dan krijgt u die werkheiligheid om in het paradijs te komen. Daarom moet je je er flink in verdiepen in de boeken die op ‘t ogenblik te koop zijn in Nederland over de Islam. Daar wordt je koud van hoor, dat ongelofelijke moeten, dat je moet doen om er te komen.

Goede kennissen van ons, ze zitten hier niet, dan kan ik het wel vertellen. Die gaven een boek, een boekwerkje, klein hoor en dat was geschreven door iemand die was in een inrichting voor geestelijk gehandicapten, oudere mensen. Aardige tekeningen, goed op de bladzij gezet, de letter, maar het gaat wel om de inhoud natuurlijk. En dan is dat hele boekje van een bladzij of 53 doortrokken van dat jij wat doen moet om……. Je hoort om de twee bladzijden. Jij zou er ook zo graag bij willen horen hè, en dan ga je belijdenis laten doen, en dan is het groot feest. En hij was blij, die jongen aan het eind van het boekje, dat hij eindelijk ja gezegd had, dat gaf hem zekerheid. Hoe komt hij daaraan? Dat is er door die ander ingepompt.

Het is doodgewoon de orthodoxe dogmatiek die op een mens gedrukt wordt; je moet eerst wel wat doen natuurlijk. Acht dagen geleden kreeg ik dat boek. Als u nou gezegd had, dit komt uit Staphorst, maar we zitten hier in Zuid Holland. Het helpt niks. Er zit toch die gedachte in van een beeld maken en toch die armen er omheen willen slaan. Dat geeft zekerheid. Terwijl de bijbel het precies andersom keert, namelijk, ook al voel jij dat niet. Hij slaat juist die armen om jou heen. Het is precies andersom altijd.

Maar als jij dat vasthoudt, dat beeld waarbij jij je handen naar God moet uitstrekken, dan krijg je Simonis. Dan krijg je een hele lijst vaarvoor je moet oppassen. Psychiaters spreken van een dwangneurose, maar goed, dat is het. Een dwangneurotisch geheel, van ik moet eerst….Dat is dus dat beeldenverbod dat u hier dus ook ziet in Handelingen 19; geen beelden met handen gemaakt.

Vers 27. In Efeze wordt wel eens meer genoemd, dat ze van die merkwaardige dingen hebben. Wij lopen niet alleen gevaar dat onze arbeid niet meer in tel zal zijn, maar ook dat het heiligdom van de godin Artemis van geen betekenis zal worden en dat zij van haar luister beroofd zal wordend die in heel Asia en de ganse wereld als godin wordt vereerd. We hebben het over Efeze. Vraag is: Is dat soms bepalend voor die streek daar, dat ze daar zo met dat mana bezig zijn. Kijkt u even naar vers 15: En ook enige van de rondreizende Joodse geestenbezweerders, en degenen die toverkunsten hadden uitgeoefend brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen. We zijn dus in Efeze. Kennelijk zit het daar vol van toverkunsten magie en verslaafdheid aan mana. De dingen zijn geladen met de goddelijke kracht. En jij moet je arm er omheen slaan en dat geeft zekerheid.

Dat hele bekende gedeelte: doet aan de wapenrusting Gods, dat dat staat in de brief van Paulus aan de gemeente in Efeze. En dan krijgt u dat hoofdstuk over dat vechten, dat is Efeze 6, 10: doet de wapenrusting van God aan om te kunnen stand houden tegen de verleiding van de duivel. Stelt u dan op, uw lendenen omgord net de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met bereidvaardigheid, van het evangelie, neem bij dit alles het schild van het geloof ter hand, neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God.

Vers 14: het pantser der gerechtigheid. Als U uit de verpleegkunde komt dan weet U wat het woord pantser in het Grieks is. Het woord thorax staat hier en thorax is de borst, het is een borstpantser. Het bijzondere van de wapenrusting is, je bent getekend als iemand die vechten mag en vechten moet. Je wordt opgeroepen tegen die verkeerde beelden te gaan vechten, En het aardige is, dat professor van Rhijn ons daar op wees: Het zijn namelijk allemaal de aanvalswapenen, de rugdekking is er niet bij. Je bent altijd te pakken van achteren, niet door de vijand, maar door de Here God. Je bent nooit ongrijpbaar. En dat is je kind niet en dat ben je zelf niet, je bent nooit ongrijpbaar.

Vers 27: de godin die vereerd wordt door de ganse wereld. Nou, dat is dik overdreven. Er staat gewoon, die vereerd wordt in de oecumene. En oecumene is gewoon een bijvoeglijk naamwoord, je moet er bij denken het zelfstandige naamwoord de aarde of wereld of landje. Het werkwoord wonen, bewonen. Dus oecumene hoort achter het woordje land en dan wordt het het land dat je bewoont. Nou staat er nergens achter oecumene een zelfstandig naamwoord. Dat moet je er bij denken.

Dat de gehele oecumene beschreven moet worden. Oecumene komt één keer voor bij Mattheüs en verder allemaal bij Lucas en het boek Handelingen. De bewoonde wereld moest beschreven worden. Daarom mag je het best pars pro toto zien. Een partje is hier bedoeld, namelijk het Romeinse keizerrijk en dan bedoelt de schrijver de ganse wereld, alhoewel Augustus daar niks vanaf wist, die kende Nova Zembla niet en die kende Middden Amerika niet. Dat ie niet erg. Hij kende alleen zijn eigen rijk, en dat is dan de bewoonde wereld.

De verzoeking in de woestijn. De diable toont Jezus al de koninkrijken der wereld staat in uw bijbel. Nee, de koninkrijken van de bewoonde aarde. De bewoonde aarde en dat is natuurlijk alleen maar het keizerrijk daar en dat mag je pars pro toto als de hele wereld zien. U moet wel weten, dat het partje er wel in zit. De ganse wereld, als je dat als een partje van het totaal ziet. Maar een klein beetje overdreven is het wel.

28, 29: Toen zij nu dit hoorden, riepen zij in heftige opwinding: Groot is de Artemis der Efeziërs. Ik denk, met diverse anderen, dat die roep toch wel erg lang is. Ex zijn verschillende handschriften die hebben het korter en dat kun je ook schreeuwen, dit is veel te lang om te yellen. Het is natuurlijk: grote Artemis, grote Artemis en zo hebben ze gedans.

Pauze

29: de stad was een en al verwarring. Ban staat er: er werd verwarring ingegoten en ze stormden als één man naar het theater en sleurden Gajus en Aristarchus, reisgenoten van Paulus, mee. Toen Paulus zich onder het volk wilde begeven lieten de discipelen net niet toe (waarom weet niemand, maar dat vinden ze zo gevaarlijk, hij moet er niet bij zijn). Zelfs zonden enige van de oversten in Asia (dus iemand die de keizerverering op een feest moet onderstrepen…..De keizerverering, dat gebeurt dan één keer per jaar en dan blijf je een Asiarg een overste van Asia.

Maar die mensen, die heidenen zijn hem welgezind en die geven hem een waarschuwing zich niet in het theater te wagen. Wat moet je daarmee nu, met dat waarschuwen. Er staat bij u waarschuwing. Weet u waar ik nou mee zit? Het is het werkwoord waar het vreemde woord voor de Heilige Geest vandaan komt. Die parakleet. Dat is van het werkwoord er-bij-roepen, of luid roepen. U vindt het bij Lucas 8, bij Jaïrus en dan staat er: en hij smeekte Hem. Het wordt telkens weer anders vertaald. Wat ik dan zelf vertaal: met stemverheffing spreken. Dus niet zozeer waarschuwing. Dat zou het kunnen inhouden. Alhoewel, luid roepen, dat iemand niet tussen de wal en het schip zal raken. Ik heb altijd een beetje gezeten met Johannes 14 waar Jezus zegt: dan zal Ik u een trooster zenden. Daar heb ik nooit iets van geloofd. Een trooster. Ik heb het er wel eens met een collega van me over gehad, dat rare verschijnsel, dat het woordenboek (ja, nu verliest u helemaal uw vertrouwen over wat u zo voorgeschoteld wordt door de weken heen).…….

Het Griekse woordenboek, Hebreeuwse ook, maar we hebben het nu over het Grieks. In het woordenboek ziet u een bepaald woord. En dan krijg je bijvoorbeeld: eerste betekenis en dan nog een tweede betekenis. En het gekke is dan dat de laatste betekenis in het woordenboek, dan staat ar achter: een derde verklaring van het woordje en dan staat er dit achter: NT. En dan ga je kijken, en het klopt, dat staat in jouw Hollandse bijbel,maar wat heeft die woordenboekmaker nou gedaan? Die heeft het woordje hier uitgehaald en in het woordenboek gezet. Precies andersom. Dat komt telkens voor.

Als u het woord parakleet, het woord voor Heilige Geest, dat met trooster wordt vertaald…. Dan staat er: Parakleet: 1. b.v. luid roepen, 2. troosten NT, Nieuwe Testament. Zo houdt je de vertaalfouten tot aan de wederkomst er in. Helemaal geen trooster, dat is zo ongelofelijk marsepeinachtig. Het is niet erg trooster, maar trooster is een heel ander woord.

Het woord, dat hier gebruikt wordt is luid roepen anders val je tussen de wal en het schip. Dus Jezus zei: nu ga Ik wel weg, maar er is iemand die je roept, die roept jou. En u weet, dat klopt ontzettend aardig, met wat Paulus zegt over de Heilige Geest. Die bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Dat is een heel andere dynamiek die naar jou toekomt. Troosten heeft met dichtzalven te maken. Dat is niet erg, maar dat staat hier dus niet. Het is veel dynamischer dan je zou denken. GrN: Ik zal jullie iemand sturen die je bijstaat.

Vraag: wat stoet je dan zeggen? Nou je moet het omschrijven en dan moet je niet schrikken dat je dat zo vertaalt. Want dat staat er, Ik zal iemand sturen die zijn stem durft te laten horen voor jou. Ik heb het nooit begrepen, de Heilige Geest. Dat is zo ongelofelijk abstract geworden, terwijl het tot in je botten concreet is.

32: de volksvergadering was verward. En dat is een merkwaardige zaak. Een heleboel commentaren zeggen, dat is helemaal niet juist, het is geen volksvergadering en daar ben ik het mee eens. Het is een oploop. En wat helemaal merkwaardig is, het woord dat Lucas hier gebruikt. Er staat in de tekst een woord, het woord voor het woord gemeente. Er staat: ekklesia. Dat staat in vers 32. Nu zakt u naar 39 en 40, allebei volksvergadering. Maar het leuke is, drie keer staat hier het woord ekklesia. En het woord ekklesia komt in het Nieuwe Testament 114 maal voor en betekent altijd: de gemeente die samen komt, de gelovigen, waarvan in het boek Handelingen 23 keer.

Paulus bezocht de gemeente van die en die – ekklesia. Gemeente altijd ekklesia. Dit is de enige plek (in het Oude Testament ook hoor, als er sprake is van ekklesia in de Septuagint, is er altijd sprake van het volk Gods dat bij elkaar komt). En hier, de enige uitzondering van de ganse bijbal waar u drie keer ekklesia hoort zeggen door Lucas en dan gaat het over heidenen.

Ik moest denken aan dat boek van Okke Jager, ‘De humor van de bijbel’, dat had hij er ook nog in moeten zetten. Ja dat is wel leuk (daar heb je hem nou, ja, het evangelie is toch verkondigd, nu moet je kijken, daar komen de heidenen, daar komt de gemeente bij elkaar. Moet je kijken jongen, als beesten. Dat beesten heb ik van Paulus zelf. Ja dat krijgt u straks aan ‘t eind te horen, dat Paulus terugkijkt naar wat hier gebeurd is en dan zegt ie: beesten, beesten. Lucas laat hier drie keer horen het woord gemeente, terwijl hij bedoelt een hele grote groep. En hij neemt het letterlijk.

Letterlijk is het: het is uit en het is roepen. Het is een groep die uit de massa word geroepen voor iets. Geroepen wordt om iets te doen. Diverse vertalingen hebben gemeenschap, vers 32. Het gaat niet over gemeenschap, nee, maar die mensen zijn ergens uitgeroepen om iets te doen. En dan zegt Lucas: Nou moet je kijken, nou, zoals de gelo¬vigen geroepen zijn uit het duister, ekklesia, uit het duister geroepen worden naar het licht, zo zijn deze mensen nou uit hun huizen geroepen om die rotzooi te gaan brullen.

Er is een uitgave van de Vulgaat die ligt voor me, 19, 32. De hele ekklesia was verward. Wat doet Hyronimus? Dan heeft hij er een hoofdletter opgezet. E, Ekklesia. Dat was hij gewend, en toen heeft hij hier ook een hoofdletter gemaakt. Bij de heidenen drie keer Ekklesia met een hoofdletter gezet.

Dan gaat er iets gebeuren. Er wordt iemand naar voren geschoven. Alexander, die de Joden naar voren geschoven hadden. Een verdedigingsrede, een apologie. Maar toen ze wisten dat het een Jood was ging er één. geroep van allen op,wel twee uren lang: Groot is Artemis, groot is Artemis. De Jood. En ik begrijp wel wat die Alexander daar doet, die wil zeggen: ik heb met Paulus ook niks te maken. Dat blijkt uit het vervolg. Het volgende hoofdstuk vers 3: Toen hij daar 3 maanden vertoefd had en de Joden een aanslag tegen hem smeedden enz. Dus daar hebt u het, terwijl Paulus zelf een Jood is, van zijn eigen volk moet hij het hebben.

Hij wordt naar voren geduwd en hij kan geen woord uitbrengen. Dus Paulus moet weg en de Jood tegelijkertijd. Alexander betekent, nou dat is niet zo best. Tegen een hond zou je het nog kunnen zeggen – Lex, maar dat je prins Alexander heet is ondenkbaar. Jawel. U hebt een neef die is androgyn, weet u wel. Een man-wijf , een wijf-man, androgyn, dan lopen alle hormonen door elkaar heen. Ander = man en alex is van het werkwoord afweren – iemand die de mannen afweert. Nou. dat blijkt hier, dat probeert hij hier, maar hij krijgt geen poot aan de grond. En dan komt voor mij dan de clou.

35: De secretaris bracht de schare tot kalmte, doordat hij zei: Mannen van Efeze. Wie ter wereld, weet niet, dat de stad der Efeziërs de tempelbewaarster is van de grote Artemis en van het beeld, dat uit de hemel is gevallen.
Tempelbewaarster. Dat woord bewaren, bewaren begrijp ik niet erg. Het is van het werkwoord schoonmaken. Dus die de tempel steeds schoonmaakt, oppoetst.

En dit is geen grapje, maar zou u mij nou eens kunnen vertellen, waar het vandaan komt, dat Jezus de tempel gereinigd heeft, ik kan het maar niet vinden. In het verhaal staat het niet, het staat wel erboven. Wie heeft dat verzonnen.
Hier staat dus: de tempel schoonmaken. Maar waar het mij om te doen is is het tweede punt: en van het beeld dat uit de hemel is gevallen. Dat is voor mij de clou van het hele verhaal. Er staat dus de tempel van Artemis en er zal ook gestaan hebben een beeld. Het beeld uit de hemel gevallen en dan ga ik kijken en dan krijg ik dit woord: Dio-petès.

Waar ik nou niet overheen kom is, dat dit zo duidelijk er staat, wat zo belangrijk ie, dat je dat nog verkeerd vertaalt. Er zijn verschillende vertalingen, ja mag ik het zeggen, als ik nou de enige was, dan zou je zeggen: hij weet het weer. Nee, ik weet het helemaal niet, ik ga kijken naar al die anderen, die er mee bezig geweest zijn.
SV heeft: En van het beeld dat uit de hemel gevallen is. Het beeld is dan schuin gedrukt. De oude Engelse bijbel, de koning Jacobus versie, die heeft: En de verering van de grote godin Diana en van het beeld, dat viel uit Jupiter. De nieuwe Engelse bijbel, die gewoon op de kansels liggen in Engeland en dan lees je: het teken van haar, dat viel uit de hemel. Luther: hemels beeld.

Dio-petès – dit in het werkwoord vallen. Maar het is niet hemel. Het is een vorm van Deus. U ziet, dat Grieks en Latijn elkaar nu raken. Het is een beeld, dat uit de godheid valt. En ziet u nu niets, een Latijns woord, dat u allemaal wel eens gehoord heb. Deus, en dan ga je dat in naamvallen onderbrengen, en op een zeker ogenblik krijg je Zeus, dat is de Griekse vorm van Jupiter. O, dus het is een beeld van Zeus. Ik zit nog steeds bij dio. Ja, maar wat mij nou zo aantrekt, ja, Zeus, een beeld uit de hemel gevallen, maar dat het van Zeus gevallen is, dat heeft hij gebaard.

U weet, de godin Athene kwam uit het hoofd van Zeus, hij baarde Athene uit zijn hoofd. Zeus, dat zijn allemaal dezelfde stammen. U gelooft het niet. Ik zit nog steeds te wachten of u dat ene woord zegt. Dat is zo bijzonder, dan zit je helemaal in het heidendom. Wist u, als de Erasmus Universiteit zijn verjaardag viert, dan heet dat dies natalis, het woord dies. Dies is gewoon een vorm van Zeus. Daarmee gaat er een heel ander perspectief open, namelijk, wat hebben de heidenen gedacht van elke dag? Die is geladen met de godheid. In elke dies (dag) zit Zeus. Deus. Het is allemaal hetzelfde woord.

Dan ga je nog een stapje verder: En als jij nou weer een nieuwe dag hebt, dan heb je die dag dus van de goden gekregen (we naderen euthanasie). Dan heb je die dag van de goden gekregen en een gekregen dag, die jou gegeven is door Zeus is een datum. Donatie, datum, is jou gegeven.

U voelt welk heidendom we nu op het spoor gekomen zijn. Is dat zo? Elke keer als u wakker wordt is die dag u dan gegeven? Is dat zo? Is dat bijbels denken? Of is het heidens denken? Ik dacht, dat het heidens denken was. Bijbels denker, is heel anders. Namelijk er is een stroom van dagen, wie weet hoe veel, maar daar ben jij in gezet. Door je vader en moeder. Niet door God. Door uw vader en moeder. En omdat uw ouders zeiden: dat hebben wij gedaan, terecht of ten onrechte.

Moet dat kind gedoopt worden? Dan weten wij zeker dat Hij zich er naar toewenden zal. Maar nu krijg je een geboortekaartje waarop staat: heden verblijdde de Here ons. Nou hoeft het niet meer gedoopt te worden, ’t is klaar. Als je toch wel weet, dat het kindje van God is, hoef je het niet te dopen.

De doop is niet een onderstreping, dat dat kind van God is, de onderstreping is, wat jij maakt, jouw dagen, is niet van de goden gegeven, dat is gewoon een gegeefsel, nee, een bestaansel. Geen gegeefsel, nee, het is er. Het evangelie is, dat God daar wat mee doen wil. Precies van de andere kant.

Want dat is de kwestie van aanstaande donderdag, Simonis. Hij zal er dan niet bij zijn, maar dat is de kwestie. Want wat bedoelt Simonis, trouw lid van zijn kerk. We zitten wel te schelden, maar het is doodgewoon de officiële leer van de kerk. Hij zegt niks bijzonders. Dat die mensen zich allemaal een beroerte schrikken. Nou het is stomme onkunde. Simonis zegt gewoon wat altijd gezegd is, namelijk: Alles wat je ziet is datum. Heel de natura, alle eierstokken, het is allemaal datum. Gegeven. Dan moet je uitkijken wat je doen moet. Dan zit God dus in de natuur, in het natuurlijke leven, in plaats van dat het materiaal is, waar jij wat mee doen mag. Dat is het boeiende van die hele Simonis-kwestie. Het is precies hetzelfde wat de gereformeerden 40 jaar geleden zeiden en de rest van de orthodoxen in de hervormde kerk, dat zegt Simonie nu.

Het woord scheppingsordening, dat vindt u in artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelij¬denis. En nu verpesten we die man. Artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: God heeft de hele schepping als een zeer schoon boek, dat God geschreven heeft als met zijn eigen vinger. Nou, Simonis.

Vraag: En psalm 139: Gij hebt mijn nieren gevormd en mij in de moederschoot geweven. Vraag: Waar leest u dat?

Antwoord: in de psalmen. ‘Ja, daar hebt u het, de geschriften. In de geschriften en in de Spreuken ook, daar doet de lieve Heer alles’. Als u ooit een positief ding wilt zeggen over abortus en euthanasie, moet u beginnen de geschriften uit de bijbel te schrappen, anders komt u er nooit uit.

U moet de tora hebben, de verlossing uit de benauwdheid. En zolang jij dat niet weet dat de geschriften een neerslag zijn van de gemeente, zolang jij dat niet weet, zolang jij zo onjoods bent en zo onjoods blijft denken over het Oude Testament, krijgen we tot in eeuwigheid ruzie over abortus en euthanasie. Want die psalmist, dan zit ie er goed in en dan zit ie er naast. Net als ik, dan zit ik er in en dan zit ik er naast.

Iemand zegt: de gezangen hebben het ook: de dag van U ontvangen. Ja, Aad van der Hoeven zei laatst tegen mij: ik geloof, dat ik geen lied meer kan spelen. Nou, dat is overdreven, maar er zijn er een heleboel die vallen onder de tafel, want in het liedboek zit me een stuk heidendom!

Leest u nou es de berijmde psalmen. Er zijn er bij die je echt niet kunt laten zingen. Iemand zegt: ze hebben wat zitten knutselen met die vertaling. ‘Ja, dat valt mij inderdaad tegen, want die dichters waren geen domme jongens. Er is die ruzie geweest, dat sommige psalmen door Ad den Besten niet vertaald werden, hij zei, dat doe ik niet. Toen zei Schulte Nordholt: laat ik het maar proberen, maar je moet de typische gemeentetheologie er wel in laten zitten.

Het gaat over het beeld van Zeus. Dat is punt 1, over die dio en deus en dies en dat ik zo al die dagen zie als cadeautjes van God, in plaats van, en dat is Kerstfeest, dat Hij juist in die dagen komt . Zodra u zegt: Hij geeft mij alle dagen, dan hebben we geen Kerstfeest nodig en hebben we geen Pasen nodig. Want dan is God de natuur. Het natuurlijke verloop van alle dingen is gelijk aan God zelf.

Vraag: En Sara dan en die kinderen baren hoe zit dat dan?

U krijgt zo antwoord, ik wil dat pétès even behandelen, dat vallen. Ik vind het heel erg, dat de vertaling dan zegt: uit de hemel gevallen. Dat is schokkend. Er is geen enkele plek in de hele bijbel te zien waar er iets uit de hemel valt, op twee dingen na, maar dat past precies in het schema. De hemel is de kant van Gods zijde en er komen alleen maar van Hem uit: het licht en de bewogenheid en de barmhartigheid. Er valt niks uit de hemel. Daar mag je boos over worden.

Het is als met. Lucas 2. GrN zegt, dat de herders verbleven die nacht, onder de blote hemel. Daar word ik nijdig van. Onder de blote hemel vat je kou. Dan maak je de hemel negatief, terwijl de hele bijbelse verkondiging is dat de hemel boven de aarde als positief ding staat. Dan mag jij niet zeggen onder de blote hemel.

Dan mag je ook niet zeggen, wat uit de hemel gevallen is. Er valt niks uit de hemel. Het manna valt niet uit de hsmel, het daalt neer uit de hemel. En het brood des levens, Johannes 6, 5, valt niet uit de hemel, maar het daalt neer uit de hemel. Jezus zegt van zichzelf, daalt neer uit de hemel.

Alleen op twee plaatsen, en nu is het duidelijk, dan heeft Jezus over hoe God eigenlijk is. Dan zegt Hij: Ik zie de Satan uit de hemel vallen. Ja, natuurlijk, die rotzak wordt er uitgestoten, uitgeschopte

Nu het Hart van God zichtbaar is houdt dat voor jou in, dat Satan uit de hemel gegooid wordt. Die heeft niks over jou te zeggen. De aanklager. God zal watjes in z’n oren doen. Ik wil niks horen, Ik schop je er uit. Ik zag de Satan uit de hemel vallen.

En het komt ook voor bij Marcus 13 en dan gaat het over de eindtijd, de sterren zullen uit de hemel vallen. De sterren als de beschikkers van het lot en die worden er ook uit gesmeten. Verder mag je niet zeggen, dat er wat uit de hemel valt.

En nu over die Sara. Artemis is de godin van de vruchtbaarheid. Wilt u goed zien, dat ik één woord vergeten heb. Artemis is namelijk een maagdelijke vrouw. Daar gaat het om. Teken van de vruchtbaarheid, maar maagdelijk. En de Mariaverering heeft zo’n grote vorm aangenomen, dat zit vast op het verkeerd begrijpen van de maagdelijkheid. Maagdelijkheid was zo belangrijk, dat als u naar Athene gaat, boven op de Akropolis die geweldige tempel ziet staan, die tempel heet alleen maar maagd – parthenon. En wat verstaan onder dat maagdelijke van een godin? Artemis vruchtbaarheid, maar maagd. Demeter ook, moeder aarde, maar maagd. Dat wil zeggen, door de maagdelijkheid onderstreep je: Nu gaat het de vruchtbaarheid in. Nu moet je die welvaart zo dik mogelijk zien te maken, ten koste van wie dan ook. Maagdelijkheid is dus de aanduiding, dat nu de vruchtbaarheid moet doorbreken. Dat hebt u ook nooit begrepen, aan de ene kant die RK kerk met die enorme onderstreping van die maagdelijkheid, maar de gezinnen bulkten van de kinderen. Maagdelijkheid in het heidendom? Nu staan we net op het punt om door te breken (maagdenvlies) naar de vruchtbaarheid.

Nu de bijbel, maagdelijke geboorte is, waar iedereen zegt: er is geen perspectief, komt God ons tegemoet. Overbosch uit Amsterdam: De tegemoetkomendheid van God, De maagdelijke geboorte is het symbool van de tegemoetkomendheid van God. Waar jij zegt: er is geen voortgang, maagdelijkheid, komt Hij je tegemoet.

Daarom zijn al die vrouwen van de aartsvaders, trouwens niet alleen de aartsvaders, maar voortdurend in het Oude Testament, zijn ze onvruchtbaar. Er gebeurt niks, dan is het Sara, dan Rebekka, Rachel, Lea. En dan Hanna, Simson. Er gebeurt niks, de zaak loopt dood, en dan heeft dat niet kunnen baren een zin. En wat ik zo leuk vind is, dat amper is Jezus gekomen, of je hoort er niks meer over. Jezus zegt niks over kinderen krijgen,

Kijkt u even naar hoofdstuk 20, 1: nadat de opschudding was bedaard riep Paulus de discipelen tot zich, sprak hen bemoedigend toe en daarop nam hij afscheid en begaf zich naar Macedonië en van Macedonië naar Jeruzalem en dan gaat hij naar Rome.

1 Corinthe 15 zegt Paulus: Ik heb te Efeze, naar de mens met wilde dieren gevochten.
2 Corinthe 1, 8: ‘Wij willen u niet onkundig laten broeders van de verdrukking die ons in Asia overkomen is, bovenmate en boven vermogen hebben we een zware last te dragen gehad.

U hebt Paulus niet gehoord, dat hele stuk. Het was het heidendom ten top. Dat bemoedigend toespreken in 20, 1 is weer dat parakleet van zopas. Hij sprak met verheffing van stem. En daarop nam hij afscheid en begaf zich op reis naar Macedonië en wat lees ik den? De SV heeft heel goed: En gegroet hebbend ging hij uit om naar Macedonië te reizen. En als u dan doorleest, ziet u dat hij dan dadelijk voor de keizer moet verschijnen. Uitgaan is het woord exodus, uittocht uit deze wanorde en verwarring die er over je heengekomen is.

Leave a Reply