Jacob’s laatste woorden (leerhuis)

Leerhuis 4 maart 1986 Genesis 49 ‘Jacobs laatste woorden’

Lezen Genesis 49

Dames en heren, u hebt hier één van de oudste gedeelten van het Oude Testament, vandaar, dat die tekst nogal wat moeilijkheden oplevert, bij het vertalen. Er is daarnaast nog een oud gedeelte, Richteren 5, het lied van Debora en de laatste woorden van Mozes, Deuteronomium 33. Met Genesis 49 hebt u de oudste gedeelten van het Oude Testament.

Dat blijkt uit de taal, net zoals je aan onze taal kunt merken hoe oud de woorden zijn en uit welke tijd ze stammen ongeveer. Trottoir en abattoir die zult u voor de Franse Revolutie niet aantreffen in de Nederlandse taal, althans heel weinig, maar als eenmaal de Franse bezetting hier geweest is dan wordt het fatsoenlijk om die woorden te gebruiken. Zo kun je die woorden dus dateren. Het gaat over de zonen van Jacob. Er is ook nog een meisje en dat meisje komt niet bij name voor in dit hoofdstuk; Dina. Het vrouwelijke van Dan. Maar zij wordt wel omschreven aangeduid, dat zult u merken, er wordt wel terdege met Dina rekening gehouden.

Wat is de bedoeling? De vraag is of je vers 28, vooral dat slot, of je dat nou zo moet nemen als het er staat: Toen hij hen zegende, ieder zegende hij met een eigen zegen. De vraag is of het nou over een zegen gaat, want u hebt maar weinig zegenspreuken gehoord. Eigenlijk is meer te kiezen voor vers 1: opdat ik u bekend make, wat u in de komende dagen wedervaren zal.

Het zou best kunnen dat vertalingen er boven zetten, de zegen van Jacob. Ja kijk de Willibrord.
Of dat nou een zegen is, tenzij je zegen gebruikt in de allereerste betekenis van het woord en dan moet je denken bij zegenen aan een bloemknop en die krijgt water en die gaat dan open. Dan wordt er van die bloem getoond wat er inzit en als zodanig zou je het woord zegenen kunnen gebruiken. Er zit dus wat in en nou gaat Jacob zeggen, wat er uit zal komen.

Zegen hoeft dus niet altijd te zijn, zuiver positief. Je moet er bij denken aan een bloem in een knop en die gaat groeien en laat zien wat er in hem zit. Dan begrijpt u meteen hoe belangrijk het is, dat de bijbel zoveel gewicht hecht aan een naam. Jij wordt gezegend, omdat je je naam tot ontplooiing moet brengen. Als je Johannes heet – God is genadig – dat moet je ook een genadig mens zijn, dan ben je tot een zegen. Als Johanna Petra gaat worden, nou dan, als ze zich als een steen gaat gedragen, ijskoud. Nee, zegenen is, wat er in jou zit moet er uitkomen.

Nog even iets over de inleiding in ‘t algemeen. Die jongens komen nu de revue passeren vanavond bij u. Elke jongen heeft zijn eigen geschiedenisje en elke naam, die u nu krijgt, heeft zijn bedoeling. Daar hoeven we niet over te twisten, die namen zijn erg duidelijk. Trouwens de verklaring van die namen staan in de bijbel. Als zo’n jongetje geboren is dan zegt die moeder er meteen bij, waarom dat jongetje zo heet. U krijgt meteen een stukje geschiedenis, maar het is geen repetitie van de voorgaande hoofdstukken zozeer, het is, en dat maakt het zo boeiend, het is dat Jacob, die zit dan in Egypte en daar ziet hij Jozef de onderkoning van de onderwereld. Want Egypte is de onderwereld.

Nu hij daar geweest is, nu gaat het er om: Hoe zal nu het perspectief in het beloofde land zijn. Dus hij zit in dat negativum, in Egypte en hoe zal het nu gaan daar in het beloofde land, in het land Kanaän. En daarmee wordt meteen een gat geboord in de toekomst van ons allemaal. Want wat voor Israël geldt, dat gat, dat geboord wordt in de toekomst, dan geldt dat voor ons allemaal.

De zonen staan niet helemaal goed genoemd wat volgorde betreft, maar dat laten we maar rusten. Er zijn verschillende volgordes, maar hier hebt u deze volgorde. Eerst de zes zonen van Lea, dan de vier zoons van twee slavinnen, Bilha en Zilpa en dan eindigt het met de zonen van Rachel, Jozef en Benjamin, van de geliefde vrouw.

Ik zal u meteen laten horen wat van Selms in zijn commentaar op Genesis laat horen, naar aanleiding van al deze verwekkingen. Deel 2 bladzij 104: Jacob moet anders wel het gevoel hebben gekregen, dat zijn huisgezin op een stoeterij ging lijken. Het gaat over slapen en verwekken en baren. Een stoeterij. Opmerking: Ja maar, hij heeft 101 jaar de tijd gehad, (gelach).

Dus het gaat om de toekomst, die een gat moet gaan vertonen en wie zal dat gat nou gaan aanbrengen? Wie is degene van die zoons die daar de verantwoordelijkheid voor heeft. Het gat van de onderwereld, zou je kunnen zeggen, het gat van het negativum, van de benauwdheid, naar het beloofde land. Wie moet dat doen?

Als we dat zo zeggen, dan voelt u wel, dat we niet naar huis kunnen gaan, voordat wij ook dat Nieuwe Testament gehoord hebben. Dan zult u zien hoe het in de evangeliën helemaal aangesloten wordt bij Genesis 49. Maar op een hele bijzondere manier. Ja, dat moet u de evangelisten toegeven, dat ze dat zeer boeiend kunnen zeggen.

We gaan bij dat bed van Jacob staan en we vragen ons af wat er aan de hand is. Als het nou toch gaat over het uitkijken naar de Messias, die een gat zal maken naar de toekomst toe, komen deze jongens dan ook voor in het geboorteverhaal? Ja dat moeten we even vragen aan onszelf. Nou dat zijn we apart zo eens gaan bekijken.

Nou ja, Mattheus 2,6: Gij Bethlehem land van Juda en Lucas 1,39: Maria reisde met spoed naar een stad van Juda. Lucas 2, 36, die voorstelling in de tempel, Simeon en Anna: ook was daar Anna een profetes, een dochter van Fanuël. Fanuël is de vergriekste vorm van Pniël. En een dochter van, dat hoeft niet dat je daar genealogisch van afstamt, maar het betekent heel vaak sterk behorend bij. Dus Anna, Ghanna, heeft met gein, met genade te maken. Anna, die profetes, die sterk hoort bij Pniël, bij het aangezicht des Heren, uit de stam Aser. En dat staat in Lucas 2, waar de kerstgeschiedenis voor komt, daar komt Aser in voor. Aser waarvan gezegd wordt: zijn spijze zal vet zijn en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.

Dan nog twee mannetjes vermelden, dat is in Mattheus 4,15: dat hoort ook bij de kerst geschiedenis, dat is: Het volk dat in duisternis is gezeten, zal een groot licht zien en die tekst is dan zo: Het land Zebulon en Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen: het volk dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien. Zebulon en Naftali. We hebben eens tegen u gezegd, dat het wel een merkwaardige functie heeft, als je de achtergrond hoort van die letters. Zebulon – woning en Naftali – mijn worsteling. En dan zegt Mattheus er bij: en daar ging Jezus wonen. Waar gaat Jezus wonen? Waar sprake is van worsteling en van wonen, van geborgenheid en vechten om geborgen te zijn.

Laatste woorden zijn natuurlijk altijd belangrijk. Tenminste dat zeggen de mensen altijd. Als iemand overleden is: heeft ie nog wat gezegd?. Waarschijnlijk is dat een ingeboren iets van ons, onbewust, dan spitst alle kracht van een mens zich toe op het laatste en dan gaat ie hele belangrijke dingen zeggen. Deuteronomium 33 daar leest u de laatste woorden van Mozes, 29 verzen. En David, 2 Samuël 23, 7 verzen. Maar het is wel boeiend. Zoals wij op catechisatie gaan behandelen voor Pasen, de laatste woorden van Jezus en de laatste woorden van Boeddha en de laatste woorden van Mohammed.

Als je dat naast elkaar legt dan weet je niet wat je met dat artikel van Trouw aan moet waar een knappe meneer van de Vrije Universiteit zegt: We moeten toch eens ophouden met over verschillen van godsdiensten te spreken, laten we nou eens praten over wat we gemeenschappelijk hebben. O, dat wil ik graag doen, als u het even zegt’ Ze zijn er namelijk niet.

Tenzij je vlucht in het maatschappelijke vlak. Ja, als je Mekka binnenkomt zit daar ook de bedelaar met de hand omhoog. En het is een goed werk om die man dan een aalmoes te geven, zoals het bij ons een goed werk is om wat op sociaal terrein te doen,maar dat is niet de religie.

Mein Kampf. Hitler prikt feilloos in de Joodse godsdienst en zegt waarom ze vernietigd moeten worden. Omdat de Jood iets gelooft wat geen enkele godsdienst heeft. En daarom moeten ze verbrand worden. Dus ga nou niet zwammen over zoeken naar een gemeenschappelijk iets. Want die zijn er namelijk niet. Die zijn misschien wel tussen de andere godsdiensten, maar niet tussen het getuigenis vanuit Israël en de andere.

Ik kijk nu naar Ruben: gij zult de voornaamste niet zijn. Hè? En hij was de oudste. Wat heeft hij dan gedaan? Nou hij is op zijn vaders bed geklommen. Hè? Was ie klein? Nou nee, hij was niet zo klein. Bij zijn geboorte wordt gezegd, Genesis 29,32: Lea werd zwanger, baarde een zoon en gaf hem de naam Ruben, R.-uben, want zo zeide ze: de Here heeft mijn ellende aangezien. En het woord zien zou je dan moeten onderstrepen, dat is die Ru = zie, en dan ben – zoon. Zie, een zoon.

Beter dacht ik: Hij ziet mij, en kijk eens, nou geeft Hij me een zoon. Hij ziet mij en als gevolg een zoon – Ru-ben.

Ruben is wel de oudste, maar dat gaat niet door. Hij bruist op als water en wat dat is dan zegt de één: hij ging de perken te buiten, en de ander zegt: hij bruist op als water, dat in het zand verdwijnt. Dat beklimmen is wel vreemd hoor, maar ik denk dat het is om te onderstrepen wat er gebeurd is. Want daardoor wordt wel de nadruk gelegd op het gebeuren zelf. Het gaat om de verbintenis van. Ruben met de slavin van zijn vader, die een bijvrouw was van Jacob. Ruben is met haar in dat bed gegaan, met Bilha en dan wordt er een jongetje geboren. En dat jongetje heet duimpje en het loopt slecht met duimpje af. Jawel, want er is twee keer sprake in Jozua 15,6 en Jozua 18,17, dat er ergens een grens loopt en die loopt tot de steen van Bohan, en Bohan is duimpje.

En u denkt aan het verhaal van de vrouw van Lot, de steen. Die steen komt nog een keer voor, namelijk van dat jongetje, duimpje. Zoals die vrouw van Lot daar stond, zo stond Duimpje daar ook. Bohan – duimpje, een versteend jongetje. Nou, u voelt wel, het gaat niet zozeer om straf, het gaat natuurlijk om wat de sage (dat moet je durven zeggen, ik zeg expres geen legende) sage te zeggen heeft.

Wat heeft de sage te zeggen. En als zodanig is de sage verkondiging. En dan loopt helemaal door elkaar heen, maar daar schrikt u niet van, daarvoor zit u al langer hier. Hier loopt zuivere historie door verkondiging heen en je weet echt niet meer waar die grens ligt. Het gaat er om wat het verhaal wil zeggen.

\En dan ook nog, dat doet Buber en nog een paar meer, die hebben het heel nauwkeurig vertaald en die zeggen: Toen jij het bed van je vader besteeg, toen gaf je Hem prijs die mijn bed beklommen had, die daar in gegaan is. En er zijn heel wat Joodse commentaren, die zeggen: Toen hij in dat bed kwam met die slavin, toen ging er iets weg. Was er iets in dat bed? Ja. Er was in: de Sjechinah, van het woord wonen, is de inwoning van God. De presentie van God die je niet kunt aanwijzen, maar die er wel is.

Dus als, zodanig is de Sjechinah in elke tekst te voelen al staat het woord er niet in. Toen gaf je Hem prijs die mijn bed al eerder bestegen had. Hem – man. Er zijn verder geen bijzondere dingen over te vermelden, alleen u merkt, hij doet niet mee. Als je zo incesteus bezig bent, dan heeft dat niets met de toekomst te maken. Incesteus – ik denk altijd aan een slang , die in zijn eigen staart bijt. Dan gebeurt er namelijk niks. Ja er kan wel iets verwekt worden, maar dat is niet de lijn naar voren. En ik meen dat dit aardig parallel loopt, met als je een bokje kookt in de melk van zijn moeder, maak je kortsluiting, want die melk is voor dat bokje om groot te worden en niet om er in gekookt te worden, dan loopt de zaak dood.

Dat is hier ook, Nou, dan doet hij niet mee. Aalders heeft opgemerkt, dat die woorden, hij heeft mijn legerstede beklommen, dat Jacob dat mompelend gezegd heeft, want kijkt u maar, het persoonlijk voornaamwoord verandert ineens. Eerst zegt hij tegen Ruben: jij zal de voornaamste niet zijn, omdat je je vaders bed beklommen hebt, toen hebt gij het ontwijd. En dan zo mompelend: hij heeft mijn legerstede beklommen.

Dan gaat hij verder: Simeon en Levi zijn broers. Nou, u voelt wel, deze tekst moet veranderd zijn, want zo kan je dat zelf niet zeggen, maar u begrijpt wel wat er aan de hand is. Zij doen niet mee. Even kijken naar hun geboortetekst (‘t is net een bordje), wat staat er op het bordje van Simeon? Genesis 29, 33: Lea werd wederom zwanger, ze baarde een zoon en zeide: Voorwaar, de Here heeft gehoord sjamang, sjion, Simeon – sjamang – horen. De Here heeft gehoord, dat ik niet bemind ben en hij heeft mij ook deze geschonken, en gaf hem de naam Simeon.

En Levi vindt u in 29,34: wederom werd Lea zwanger, baarde een zoon en zei: nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten en u leest het Hebreeuwse werkwoord lawa, lawa is binden, want het monster, dat jou binden wil is de lewiathan, die jou binden wil. Lewi is dus de gebondene. Nu zal mijn man zich ditmaal aan mij hechten, omdat ik hem drie zonen gebaard heb (er zitten hele drama’s achter). Je hoeft geen romans te lezen. Dit komt zo vaak voor; je houdt helemaal niet van me, enz. Dat staat hier ook. Zijn ze daarom vervloekt? Nee, natuurlijk niet. Simeon en Levi hebben wel wat gedaan, ze hebben wat uitgespookt, waardoor die vader kan zeggen: ik doe niet mee. De S.V. heeft: niet, mijn geest sluit zich niet aan bij hun vergadering, maar, mijn eer worde niet verenigd bij hun vergadering. En eer is het woordje gewicht. Dus, ik wil helemaal geen gewicht meer aan jullie samenkomsten hechten. Het woord gewicht moet er in zitten. Ik wil geen gewicht meer aan jullie samenkomsten hechten, zoek het maar uit. Wat hebben ze dan gedaan. Dat vindt u in hoofdstuk 34 en u moet dat in verschillende vertalingen eens lezen. Ook dat spaart u weer een hele boekenplankromans uit. 34, dat gaat dan over dat meisje, Dina. Dina het vrouwelijke van Dan, daar zit het woord rechter in, de dingen recht zetten. Nou, recht zetten is meer richten, recht is die uitspraak doet. Dus wat uit haar mond kwam dat was wel recht.

34,1: Dina de dochter van Lea ging eens uit om de dochters des lands te bezoeken. Dat deed ze zeker alleen, want kijk nou es: Toen zag haar Sichem. O gunst, een prins. En hij zag haar, nam haar en verkrachtte haar (a, dat gaat zo door, dus u moet u maar even schrap zetten), hij lag bij haar en verkrachtte haar. En hij was aan haar gehecht, innig gehecht. Let u op de volgorde. Eerst wil ze niet, dan doet hij het en dan zegt hij, nou ik het gedaan heb vind ik het toch wel erg. Dat is heel wat anders dan Ammon en Tamar, daar houdt hij eerst van haar en dan….

Nou, hij had dat meisje lief en sprak tot het hart van het meisje. Daarom zei Sichem tot zijn vader Hemor, die koning: Neem mij dit meisje als vrouw. Jacob had het gehoord, dat hij zijn dochter Dina onteerd had. En daar zijn zonen bij de kudde waren , zweeg hij er over tot zij thuis kwamen.

Hemor nu de vader van Sichem ging tot Jacob om met hem te praten. De zonen van Jacob kwamen thuis en zodra ze het hoorden; de mannen waren gegriefd en zeer toornig om deze schandelijke misdaad in Israël begaan, om bij de dochter van Jacob te gaan liggen. Want zoiets doet men niet. En Hemor sprak: mijn zoon Sichem hangt met heel zijn hart aan uw dochter, geef hem dan haar tot vrouw en verzwagert u met ons, geeft ons uw dochters en neemt onze dochters voor u, woont dan bij ons, het land ligt voor u open.

En Sichem zei tot haar vader en tot de broers: schenk mij toch uw genegenheid en ik zal u geven wat gij zegt. Al maakt gij mij de bruidsprijs en de huwelijksgift nog zo hoog, ik zal geven wat gij zeggen zult, maar geef mij dat meisje tot vrouw.

Toen antwoordden de zonen van Jacob aan Sichem en zijn vader Hemor en ze bedachten een list omdat hij Dina onteerd had.

Wij kunnen dat niet doen, onze zuster aan een man geven die onbesneden is, want dat zou voor ons een schande zijn. Slechts op deze voorwaarde kunnen wij u terwille zijn, indien gij ons gelijk wordt, doordat al bij u die mannelijk is besneden worde. Dan zullen we u onze dochters geven en uw dochters voor ons nemen en wij zullen bij u wonen. Als u niet naar ons luistert dan nemen we onze dochter weer mee. En de jonge mannen draalden niet want hij had behagen in de dochter van Jacob.

En dan gaan ze naar de poort en de gemeenteraad zit dan in die poort en die horen het, en ze hebben vredelievende bedoelingen, dus laten we dat nou maar doen. En zij zijn ze terwille, en al die mannen worden besneden.

En dan 25: Op de derde dag toen zij hevige pijn leden, namen twee zonen van Jacob, Simeon en Levi, de broeders van Dina, hun zwaard en zij overvielen de argeloze mannen en doodden al die mannen. Gr.N. heeft: toen ze nog ernstig ziek waren. Nou, dat lijkt me niet juist, nee.

Willibrord heeft: toen ze hevige pijn leden. Buber, heel eenvoudig: terwijl zij in pijn waren. En dan komt die laatste vertaling van Genesis, die in Nederland te krijgen is, die is te krijgen in Zoetermeer, de zogenaamde eigentijdse verwoording en die heeft: Toen de wonden elke beweging tot een marteling maakte. Nou, dat is wel duidelijk.

Ho, ho, ze doen nog meer. Ze overvallen niet alleen die mannen, ze gaan ook de stallen binnen en hun kleinvee en alles wat in de stallen was namen zij mee. En al hun kleine kinderen en al hun vrouwen namen zij gevangen en ze maakten buit alles wat in de huizen was. Nu ziet u dat Jacob gaat afwegen. Ja, de aanranding van dat meisje kan niet door de beugel, maar wat die broers nou gedaan hebben, ja, dat is een schanddaad op zichzelf. En daarom doen Simeon en Levi niet mee.

Dan krijgt u Juda met een accent ú zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek uwer vijanden en voor u zullen uws vaders zonen zich neerbuigen. Een leeuwenwelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neder als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen?

De scepter zal van Juda niet wijken, noch zijn heersersstaf tussen zijn voeten gehoorzaam, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.

Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong zijner ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivenbloed zijn gewaad. Hij zal donker van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.

Jehuda leest u in de tekst. Genesis 29,35: Lea werd weer zwanger en baarde een zoon en zei: Nu zal ik de Here loven. En loven, je zou bijna zeggen, dat ons woord ode er vandaan komt.
Jehuda is dus degene die looft. Jehuda de lover. Als u het woord opschrijft dan ziet u dat er twee woorden uitspringen, maar je kunt het ook wel horen. Juda, u zullen uw broeders loven, dat komt uit het woord Juda en, dat kunt u zo zien en dan komt dat andere woordje ook naar voren. De j en de d – jad – hand. Juda, u zullen uw broeders loven en uw hand zal zijn op de nek uwer vijanden. U moet niet schrikken om zulke uitdrukkingen. Het gaat inderdaad om wordt er nu een toekomst gemaakt ja of nee, naar een land waar te leven is. Nou, dan moet het onheil naar beneden gedrukt worden, onderworpen worden.

Loven en hand, twee woordspelingen op Juda. En Juda komt er heel goed vanaf, hij is sterk en hij is niet voor een kleintje vervaard. Hij is het. Als in het Latijn het Grieks het persoonlijk voornaamwoord bij een werkwoord zo voluit staat en vooraan, nou dan moet je er een dik accent op zetten. In het Frans zou je zeggen: het is u die enz. U zullen uw broeders loven. Juda heeft goeie kaarten, hij is degene die in Genesis 43 het voor de kleine Benjamin opneemt. Hij komt bij vader Jacob uit Egypte, de onderkoning Jozef heeft zich verhuld zich vermond hebbende heeft gezegd: is er nog een klein broertje daar, dan moet hij ook hierheen komen. En dan gaat Juda naar Jacob toe met zijn andere broers en dan zegt hij: die koning heeft gezegd dat het kleine broertje ook mee moet.

Nee, zegt Jacob, dat wil ik helemaal niet. En dan zegt Juda: Ik sta borg voor hem. Juda – ik sta borg. Dat moet u wel vasthouden. U zult dadelijk zien, er zijn twee zoons die springen er uit. Het gaat om twee zoons, die dadelijk samenkomen in een gedeelte van het Nieuwe Testament, dat u bijna kunt dromen. Alleen als je van deze kant komt aanlopen, dan krijg je een heel andere belichting.

Het bijzondere van Juda is: hij staat borg voor die ander. Dan moet het ongeluk maar op mij komen, zegt hij. U hoort een Messiaanse gedachte; dan moet het ongeluk maar op mij komen, maar hem zal niks gebeuren.
Dat is Juda. En omdat hij zo is, dan wordt de hand op zijn schouder gelegd, toffe knul hè en dan moet jij maar Jehuda heten; danklied of zoiets, of loof de hand van God. Misschien mag je dat er ook in horen. Dus u gaat mij niet lastig vallen met te zeggen, dat ze bij dat kraambed dat jongetje ook zo ging benoemen. U weet, dat hebben we nog niet tegen elkaar gezegd, dat komt in de bijbel heel veel voor. Wij noemen dat, dat is dat er iets gebeurd is en dan ga je dat terug projecteren op het verleden.

Ik zal het gek zeggen: ik heb een (Ford) Fiesta en nu zal ik terug projecteren in het verleden. Ik zeg: als u nou met me mee gaat naar Hofwijk, waar mijn ouders begraven zijn, en je zou mijn ouders opgraven, dan zou je eens wat zien, dan liggen die beenderen in de vorm van letters. Dat is terug projecteren. Dat komt in de bijbel heel vaak voor. Wij noemen dat vaticinium, dus een voorspelling, ex eventu – vanuit de afloop. Dus een voorspelling die je gaat maken vanuit de afloop. Dus die afloop is nu eenmaal gebeurd en dan ga je een voorspelling maken. Dan ga je terug projecteren. Dat komt in de bijbel veel voor.

Ja, als je lid van de EO bent, dan breek je constant je nek, want de EO draait de zaak om, die zegt, dat kan niet, wat gebeurd is, is gebeurd, maar je gaat niet een gebeurtenis terug zetten en daar nou een verhaal over maken.
Maken moet er bij. Want dat is het verontrustende van een heleboel gezapige christenen, dat de bijbel vaak een verhaal maakt, om iets duidelijk te maken. Dat doen wij ook in onze beeldspraak, alleen we hadden niet verwacht, dat het in de bijbel ook zo voor kwam.

Dus een verhaal maken om iets duidelijk te maken. Het valt me altijd op, dat de mensen dat nog wel slikken, maar als je concrete dingen noemt dan krijgen ze de rilling. Een concreet ding is, dat de kindermoord van Bethlehem nooit bestaan heeft. Wij weten haarfijn de analen, de geschiedboeken, de jaarboeken van de Herodessen, maar nergens komt de kindermoord voor. Alle andere liederlijke dingen staan er wel in.
De kindermoord heeft nooit bestaan, maar die had de verteller nodig, omdat het hele verhaal van de farao herhaald wordt, die daar de kindertjes in de rivier doet gooien. En nu gaat diezelfde Jozeffiguur weer komen , maar op een andere manier, meer kosmische manier, zou je kunnen zeggen. Zo is het stikvol in de bijbel, met verhalen die gemaakt zijn, tot zelfs bij de kruisiging toe.

Daarom zeg ik altijd tegen u, je moet nooit de evangeliën vergelijken met elkaar, want dan verlies je op slag je geloof, tenzij je weet, dat de evangelisten ook verhalen maken. Dan schrik je niet. Dan zeg je: o, wat interessant, eens kijken wat maken ze dan en dan wordt het heel boeiend.

Zoals je twee spijzigingsverhalen hebt bij Mattheus en twee spijzigingsverhalen bij Marcus en één bij Lucas en één bij Johannes. Nou er klopt geen moer van, als je ze naast elkaar legt. Maar het is wel leuk om te zien hoe ze daar een functie hebben in dat verband.

Als je dat niet weet, dan krijg je zulke zijige uitleg, zoiets van: het is allemaal echt gebeurd en de lieve Heer kan alles. Ja, dat krijg je dan, dan kun je inderdaad wel gaan overdrijven en wonderlijke dingen te gaan zeggen.
Jezus wandelt op het meer. Dacht u nou echt dat Jezus op het meer gewandeld had. Dat durfden ze in 1900 wel te zeggen, maar dan was je een lid van Westmijnse hier in Rotterdam, van de hartstikke vrijzinnigen. Nu is er geen enkele zinnige professor meer, die zegt, dat Jezus over het water gelopen heeft. Die zegt terecht, wat bedoelt de evangelist met dit verhaal. Dan ben je er nog niet vanaf. Dus het is niet, dat ik mij er vanaf maak, juist dat je zegt wat bedoelt hij nou, maak je het jezelf wel moeilijk. Je kan beter zeggen: de lieve Heer kan alles, die kan over het water lopen, dan ben je er vanaf.

En naarmate ik ouder word, ik heb nog anderhalf jaar, merk ik, dat het…..ik dacht dat het evenwijdig loopt met je IQ. Maar dat mag je niet zeggen , maar het is waar.

Dat klopt toch, als u een beetje psychologie gedaan hebt, dan weet u, dat namelijk de zeer eenvoudige zielen, die deze beeldspraak niet kunnen bijbenen, vluchten naar zekerheid. Nou, zekerheid = alles is gebeurd. Dan ben je er vanaf.

Iemand zegt: Dat is toch niet erg, want sommige mensen kunnen niet anders.
Antwoord: Jawel, het is wel erg. U krijgt namelijk bij deze perverse bijbeluitleg (ik ben niet voor niks 11 jaar jeugdpredikant geweest) u krijgt, dat jongeren zeggen: We hebben het dagboek van Anne Frank thuis liggen hoor en dan moet jij niet zo zwammen, dat God dat allemaal kan.

U krijgt ongelofelijke kortsluiting, waarbij men kotsen kan van deze uitleg, omdat het werkelijk onmenselijk is. Dan maak je God tot een tovenaar en daar kan je natuurlijk stil van worden, maar als je dan thuis komt en je ziet dat dagboek van Anne Frank…..Op de Duitse zender is vier avonden Shoah weer, dan ziet u inderdaad, dan
klopt het niet.

En dan moet u niet zeggen, dat is met die concentratie kampen voor het eerst, dat is altijd al zo geweest, deze erge dingen, alleen het heeft zijn culminatiepunt, zijn climax gevonden in die kampen. Dus daarom vind ik het erg. En verder ben ik zo tolerant en mag iedereen geloven wat hij wil. Ja, dat meen ik. Er zijn van die mensen, die gaan zo nodig op huisbezoek. Nou, ik niet, ik ga niet iemand bekeren, dat vind ik onbescheiden. Mijn moeder zei: je moet je niet bemoeien met iemands diepste roerselen. Nou, dat doe ik ook niet.

Maar als u hier zit, dan ga ik het wel zeggen, dat is wat anders, dan komt u naar mij toe. Omgekeerd zal ik het niet doen, dat vind ik een grove onbescheidenheid en dat heb ik van ds. Visser van de hoogtezon geleerd, dat moet je niet doen. Het lijkt vroom maar het is zeer verkeerd.

Verhalen zijn voor het grootste gedeelte in de bijbel gemaakt, alleen wij schrikken er van en wij denken dan direct, een twee drie aan fantasie. Wat niet de bedoeling is, het is juist om de gestalte van de Here God zo goed mogelijk naar voren te brengen.

We waren bezig met Zebulon. Juda is een Messiaanse figuur. Hij heeft het opgenomen, hij zegt: ik sta borg voor Benjamin. Dus Juda krijgt een pluim.

13: Zebulon zal wonen aan het strand van de wijde zee, bij de schepen en zijn zijde zal naar Sidon gekeerd zijn.
Wacht even, ik sla iets heel bijzonders over. U zegt ook niks!

Vers 10: de scepter zal van Juda niet wijken, noch de herdersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt. Nou, u had het best mogen overslaan hoor, want er is geen mens, die weet wat deze tekst betekent. Ik geloof in de korte verklaring van Aalders, waar hij zegt: dat je planken vol kunt zetten, met boeken, over de verklaring van het woord Silo. Het is zo, als je een paar puntjes verandert aan dat woord, betekent het weer wat anders en als je een stokje weghaalt betekent het weer wat anders.

Dat heb je af en toe met een Hebreeuws woord, niet vaak hoor, maar soms is het zo, dat we absoluut niet weten wat hier aan de hand is. De Vulgaat heeft: Niet zal de scepter van Juda wegenomen worden, totdat hij komt, die gezonden moet worden. Het zit toch in die richting, dat er iemand gaat komen. Luther: bis das der Held komme. Die heeft het hele woord Silo niet.

Dasberg, de Joodse vertaling: totdat Silo komt, die laat het onvertaald. Willibrord heeft het helemaal niet. Willibrord heeft: totdat hij verschijnt die hem voeren mag, hem zijn de volken gehoorzaam. Dus kennelijk komt er toch iemand.

Gr.N., heeft het niet gek: Juda zal de koningscepter niet verliezen, de staf waarmee hij voor altijd regeert, de volken brengen hem geschenken, onderwerpen zich aan zijn wil. Dus er is toch met Juda iets aan de hand, dat hoort u, iets heel positiefs en de mensen komen kijken en ze brengen hem cadeautjes.

De Statenvertaling, ik kijk altijd als ik een preek maak in de kanttekening van de Statenvertaling en dat is toch zo goed. Die mensen zaten te vechten van wat staat er, en ze wisten al die dingen niet precies en dan gaan ze proberen.

Kanttekening SV: Sommige: zijn zoon of vrucht. Silo betekent dan: zijn zoon of vrucht. Te weten de zoon van Juda. Dan lees je door: Want het Hebreeuwse woord betekent: het velletje waarin de kinderen geboren worden, en alzo het kind zelf wat er in ligt.

De meeste uitleggers zeggen, dat Silo in het spraakgebruik helemaal niet voorkomt en als zodanig is het een heel charmante zaak, dat we hier vinden één van de allereerste richtingwijzers naar de Messias. En dan wordt er een woord gebruikt, waar we niet uitkomen. En dan zegt Elderenbosch: ja dat zie je maar weer, Hij is niet onder woorden te brengen, Hij komt kennelijk van de andere kant. Je kan het niet onder woorden brengen.

Je kan hoogstens zeggen: hij krijgt cadeautjes, Juda, omdat hij iets heel bijzonders gaat vertegenwoordigen.

Even nog naar vers 11 en 12, de ezel en de wijnstok: dat moet je niet doen, dat is ook stom, wie gaat nou een ezel aan een wijnstok binden. Je voelt wel, als je dadelijk terug komt en je hebt boodschappen gedaan, dan is de boel opgevreten. Maar ja, dat is Messiaans, dat je zoveel wijnranken hebt, dat je rustig je ezeltje er aan kan vastbinden. Ooooooo, dus zo goed is het? Ja, zo goed is het. En in druivensap zijn gewaad wassen. Nou, zonde hoor. Ja maar er is zoveel van en u weet, de wijn verheugt het hart en dergelijke.

Dus allemaal tekenen van een Messiaanse toekomst waar Juda mee verbonden is, En hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk. Is dat goed vertaald of moet je zeggen: hij net zulke donkere ogen als wijn en net zulke witte tanden als melk.

En dan krijgt u wel mee Spreuken 23,29: Bij wie zijn troebele ogen, bij hen die laat opzitten, bij wijn. Gr.N.: wie heeft bloeddoorlopen ogen, mensen die tot diep in de nacht drinken en alle wijnen willen proeven. En dat heeft toch te maken met feest. Wat dacht u van de bruiloft van Kana.

Iemand zegt: De leeuw van Juda is Haile Selassie, zo wordt hij genoemd. Ja dat is waar. Maar u moet wel vasthouden dat één van die twee jongens positief hier bekeken wordt.

PAUZE

Vers 13, over Zebulon, die wonen zal aan het strand van de wijde zee. Zijn geboortebordje luidt zo, Genesis 30, 19: wederom werd Lea zwanger en baarde Jacob een zesde zoon. Toen zeide Lea: God heeft mij een schoon geschenk gegeven: ditmaal zal mijn man bij mij wonen (over binding gesproken),omdat ik hem zes zonen gebaard heb. En ze gaf hem de naam Zebulon.

Even mezelf onderbreken, er zijn een paar opmerkingen gemaakt in de pauze. Die mensen hadden echt niet te veel gedronken, maar een hele zinnige opmerking over het relativeren van het karakter van die bijbelverhalen. En het schoot me ineens te binnen, daar kunnen wij nog op terug komen op 22 april, dan gaat het over de verzoeking in de woestijn en u zult merken, dat daar hetzelfde weer aan bod is, namelijk, jij moet je filmtoestel maar es thuis laten en je afvragen, wat wil die evangelist nou zeggen.

Dus u hoort mij niet zeggen, dat die verhalen niks waard zijn. Dat moet u mij niet in de mond leggen, nee, dat zeg ik niet. U moet gewoon die mensen laten uitpraten en niet direct met een filmtoestel klaar staan, zoals Miskotte eens een keer zei van die engelen bij het graf, dat de hele christenheid klaar staat met een filmtoestel. Kun je een engel nou fotograferen ja of nee. Maar de boodschap van Pasen, daar zitten ze niet bij stil. Wat dat betreft zijn we verpest door het rationalisme, namelijk het moet met je ratio, met je hersencellen wel bij te benen zijn.

We zijn gewoon verpest door het empirisme, wat in de empirie, in de zichtbare werkelijkheid zich aan mij voordoet, dat is er. En de mensen krijgen gewoon een rolling, een rolberoerte als ze horen dat Jezus geen broodjes kan vermenigvuldigen. Dan moet u bij Tita Tovenaar zijn.

Alleen, dat is Miskotte en Karl Barth ten voeten uit toen ze zeiden: we moeten wat meer eerbied voor de evangelisten hebben, voor de mensen die die verhalen hebben samengesteld en niet direct naar een filmtoestel hollen. Je moet gewoon gaan zitten, en wat bedoelen die mensen nou en dan laat je dat naar je toekomen.

Dat zult u dadelijk ook zien, hoe we dadelijk uitmonden op een heel bijzondere manier met een hoofdstuk dat u allemaal kent.

Nou, Zebulon doet niet mee, met materialisme is ie bezig. En zijn er zelfs die uitleggen, er is een overwaardering van de arbeid. Nou, dat zou best kunnen. Dan krijg je Issaschar, dat is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt. Dit betekent gewoon een pak en daar nog een pak, links en rechts en die ezel zegt: ik ga er tussen liggen.

Nou, jongen, dan ben jij niet goed genoeg voor het Messiaanse perspectief, als je zomaar blijft liggen. Even zijn geboortebordje. Is, dat is het Joodse woord voor man, is en saschar is loon, huur. Dus dit is de man van loon, de man van huur. Genesis 30,16 enz. daar zegt Lea tegen Jacob: Ruben heeft wat gevonden. Ruben heeft appeltjes gevonden, dudaim, dat zijn liefdesappeltjes.

Dat zegt de bijbel, uw eigen bijbel zegt liefdesappeltjes. Ja, dat u die bijbel niet leest en alleen maar psalm 23. Ja. Maar het gaat over Ruben die loopt op het veld en dan denkt hij, wat ligt daar nou, liefdesappeltjes. En daar moet je mee naar bed gaan en wat er dan gebeurt, dat spaart u een boekenplank uit. Geen Wolkers meer, geen ‘t Hart, ‘Ik Jan Cremer’ niet meer. Dat komt in elke bijbel voor, uw bijbel ook.

Alleen het is maar hoe je het vertaalt. Buber heeft: die Minneapfel, de Wachttoren heeft: Alruinen. Ruben vond alruinen . S.V.: dudaim, d d en dan zit je dicht bij David, die ook lieveling betekent. Dus het heeft met liefde te maken en dat met z’n tweetjes, want aim is twee. Efraim, Mizraim, Jerusalaim, dat heeft met twee te maken. Een meervoudig meervoud dan was het alleen maar im, maar aim – twee. Het gaat om twee dingen, twee lievertjes en daar zijn die appeltjes dan voor.

En daar komt die jongen mee thuis en dan gaan Rachel en Lea vechten om die liefdesappeltjes en dan zegt Lea: nou, houd ze dan maar, als ik maar vanavond met Jacob uit mag of in mag. Nou, dat gebeurt dan. Vandaar dat ze zegt, als dat jongetje geboren wordt: God heeft mij mijn loon gegeven omdat ik mijn slavin mijn man gegeven heb. En ze gaf hem de naam Issaschar. U moet het nalezen Genesis 30,16, dan kunt u daar eens wat opsteken over die liefdesappeltjes, want fruit jaagt de dokter de deur uit.

Dan, Daantje zal zijn volk richten, maar Issaschar is dus geen Messiaanse figuur, dat voelt u wel, want als je tussen de pakken blijft liggen en je alleen maar leent tot slaafse herendiensten, dan ben je een onderkruipertje.
16: Dan zal zijn volk richten als een der stammen Israëls. Ja, en hij kan wel de hielen van het paard benaderen en u weet, het paard komt er slecht af in de bijbel. Het paard is zo’n verdomd werktuig in de bijbel, dat alleen het woord al niet gebruikt wordt. Een paard is gewoon een tank. Een paard dat zijn de tanks van de vijand.
Salomo gaat helemaal verkeerd als hij paarden binnenhaalt, dan weet u, dat hij geen sjaloomvorst meer is. En Jozua krijgt zelfs van God de opdracht om de pezen van de paarden door te snijden (daar heb je weer zo’n verhaal).

Nou, Daantje spreekt wel recht, maar hij gaat niet verder naar het onrecht zelf, dat laat hij min of meer bestaan. De christen-exegese heeft hierbij gedacht, dat hij de hielen van het paard zou benaderen en de berijder er van. Er is toen nog gedacht aan de antichrist, die uit Dan zou voortkomen, en Dan komt dan ook in Openbaringen 7 voor. Daar worden de stammen vermeld en daar komt Dan niet voor. Maar dat laten we rusten.

Dan ineens, alle exegeten, begrijpen niet wat ze daarmee aan moeten, vers 18: Op uw heil wacht ik o Here. Want als u dat er uitknipt loopt het gewoon door. Op uw heil wacht ik o Here. Het is goed vertaald. De rabbijnen hebben er verschrikkelijk mee in hun maag gezeten en die zeggen: Kijk, het zal zo geweest zijn: Jacob heeft op dit moment geniest. Ja wacht, het klopt: Gezondheid. Want bij niezen dreigt de ziel het lichaam te verlaten. Als je nou niet te lang niest dan blijf je nog leven. Nou, dan mag je God wel danken zeg; uw heil verwacht ik o Here.
Dus hij zit niet God te danken, want kennelijk heeft hij geniest.

Ik geloof er niks van. Ik denk van niet. Ik denk dat het inderdaad de functie heeft van een soort as waar het hele verhaal om draait; wij wachten, zoals wij hier zitten, na de pauze, nog steeds op dat heil. We zeggen, wat is dat eigenlijk voor een geleuter over allemaal oud-oosterse sagen, wat moet je er eigenlijk mee. Op u wacht ik o Here, hoe lang duurt het nog?

Nou dan gaan we verder, vers 19. Gad betekent geluk. Het geboortebordje 30, 9: Toen Lea zag, dat ze had opgehouden te baren, nam zij haar slavin Zilpa en gaf haar aan Jacob tot vrouw. En Zilpa de slavin van Lea baarde Jacob een zoon. Toen zeide Lea: het geluk is gekomen , ik heb geluk, en ze gaf hem de naam Gad, dat is geluk.

Maar wat doet Gad? een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen. Nou, dat is de vergeldingstheorie. Hij krijgt op zijn kop, maar dan draait hij zich om en dan gaat hij hen ook weer op de hielen zitten. Daar schiet je ook niet mee op.

20: Aser. Geboortebordje: Zilpa de slavin van Lea baarde Jacob een tweede zoon. Toen zeide Lea: Ik gelukkige, en dan hoort u het woord Aser – gelukkig. Ik gelukkige, voorzeker zullen de jonge dochters mij gelukkig prijzen en zij gaf hem de naam Aser. Is hij gelukkig? Nou hij zit alleen maar te bikken. O, hij levert ook koninklijke lekkernijen. Het gaat over de geneugten, koninklijke lekkernijen, ‘t is de hofleverancier zo. Verder zit er geen perspectief in.

Dan komt Naftalie. Wederom werd Bilha de slavin van Rachel zwanger en baarde Jacob een tweede zoon. Toen zeide Rachel: op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik overmocht en ze gaf hem de naam Naftalie. Patal dat is vechten en Naftalie is mijn gevecht. Namelijk met die zuster. S.V.: Ik heb worstelingen Gods met mijn zuster geworsteld.

Een losgelaten hinde, hij laat schone woorden horen. Nou, daar begrijpen wij niks van, een hert dat kan praten. Gr.N. heeft een koen besluit genomen en heeft het Hebreeuws iets gewijzigd, een streepje ergens anders gezet en Gr.N. heeft: een hinde in het vrije veld, een hinde die prachtige jongen werpt. Dat doet Willibrord precies zo. S.V. kantekening verklapt hoe ze in Dordrecht in hun maag zaten met deze tekst, daar leest u: Dapper in oorlogsdaden, en aangenaam in de burgerlijke conversatie.

Ik denk dat je het moet vertalen met hups en vruchtbaar en nog eens hups en vruchtbaar en dat het niet over woorden gaat, maar over hups en dan komen er kleine kindertjes en die worden naar school gebracht en weer afgehaald. De Septuagint die heeft er een mooie plant van gemaakt, die steeds maar takjes krijgt en verder gebeurt er niks, die staat alleen maar mooi te zijn.

Een jonge vruchtboom is Jozef. Geboortebordje in 30,23: Rachel baarde een zoon. Toen zeide ze: God heeft mijn smaad weggenomen en zij gaf hem de naam Jozef, zeggende: moge de Here mij er nog een andere zoon bijvoegen. Op het kraambed en nou nog één. Hoe gaat het vrouwtje? Goed hoor, maar nou nog één. Wat is dat nou?

30, 23: Jozaf, daar vindt u Jozef in, Jozef is toevoegen, en dat is verschrikkelijk belangrijk, dat zult u zien, om dat goed in je oren te knopen. Hij is degene die toegevoegd wordt. En dan krijgt hij allemaal mooie dingen, over die vruchtboom en die tak die boven de muur uitsteekt. Een hele bekende middeleeuwse Joodse exegeet Rasji, die heeft: die loten stijgen over de muur, maar dat het niet over een plantje gaat, maar het is een dichterlijke omschrijving van de dochters van Egypte, die stonden op die muur naar Jozef te kijken, omdat het zo’n knappe jongen was.

Dus die meisjes klommen op de muur om naar die mooie jongen te kijken zegt Rasji. Een rabbijnse uitleg.
Ik wou alleen maar de nadruk leggen op het geweldige positieve, dat u hoort bij Jozef, zowel als bij Juda zopas als bij Jozef: boogschutters hebben hem wel getergd, maar de boog bleef stevig in zijn handen. Voor het geval dat u het niet weet, even terzijde, toen ik bezig was met de voorbereiding hiervan, dacht ik, daar heb je nou weer zo’n tekst, het woord boog. Hoe komt dat nou toch dat iedereen denkt dat bij de zondvloed sprake is van die regenboog, terwijl de bijbel alleen maar praat over een schietboog.

Er staat geen regenboog. .En dan zet je de radio ‘s morgens aan en je hoort de morgenwijding of een godsdienstige toespraak en dan gaat het weer over de veelkleurige wijsheid Gods, zoals u die vindt in het verhaal van Noach. De bijbel weet van niks.

Het gaat over een schietboog en die schietboog die bergt de Here God op. Nou, daar moest ik aan denken toen ik hier het woord boeg aantrof, hetzelfde woord schietboog als bij Noach .

25: Door de God uws vaders (nu moet u kijken wat u nu krijgt, ik vind het een hele bijzondere tekst, vooral als u denkt aan de woorden die nu gebruikt worden) door de God uws vaders, die u zal helpen en de Almachtige die u zal zegenen.

U vindt het toch niet schools hè, dat ik u even laat kijken, want zoveel zien we elkaar niet meer. Het is niet almachtige . Ik kan niet genoeg tegen u zeggen, dat het woord almacht niet in de bijbel voorkomt.
Zoals Jezus ook niet gezegd heeft: Mij is gegeven alle macht. Het staat er gewoon niet. Dat is voor Jezulatristen, Jezusaanbidders, nou dat gaat er in als een boterham met pindakaas. Maar het staat er niet. Hij heeft niet de macht gekregen, Hij heeft de volmacht gekregen, dat is wat anders. Volmacht een totaal ander woord dan biceps bewegingen, krachtvoer.

Het staat er niet. En verdorie nog aan toe, ik heb er de commentaren op nagelezen. En de almachtige zal u zegenen. Ik heb me er over verbaasd dat alle commentaren, u mag best van mij aannemen, ik kom hier heus niet onvoorbereid voor u staan, ik heb wat commentaren de afgelopen weken hierop nagekeken, er is er geen één, geen eén, die zegt, terwijl ze het wel doen met de andere teksten, dat dit woord drie regeltjes verder weer staat en dat het daar om gaat.

Welk woord? Namelijk het woord moederborst. Dat staat in dezelfde tekst. U bent lang genoeg hier om te weten, dat is nou typisch de Hebreeuwse vertelstijl, namelijk de woorden hebben contact met elkaar. Dezelfde woorden dan. Als er sjad staat. Hij die een moederborst heeft. God die vrouwelijk is, inderdaad, Hij die een moederborst heeft, dan moet u goed zien dat het hier ook staat en dan in het meervoud. Nou, dat kunt u raden dan staat er natuurlijk sjad-aim. Niet sjad-im, maar sjad-aim, want het gaat om twee. Nou moet u zien, dat kan je toch niet maken, En er is geen één die het heeft.

El Sjaddai staat er – God die jou voedt. En die bron wordt hier ook genoemd. En dat niet alleen, maar het wordt veel mooier, die u zal zegenen met zegen van de hemel van boven , met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt en met zegeningen van de borsten en de moederschoot.

En dan krijg je nota bene, ik zal het toch zeggen tegen u, dan krijg je dit woord weer met r ch m , het woord moederschoot, dat in alle andere teksten vertaald is met barmhartigheid. Nou, daar hebt u notabene het hele vrouwelijke lichaam van de Here God in de Jozef-tekst.

Ik zou waarachtig niet weten wat ik met de Mariaverering aan moet. Ik heb ook gezegd, die ikoon hoeft van mij helemaal niet te hangen, ik heb geen enkel antennetje daarvoor, want de Here God is voor mij ook mijn moeder en mijn vader.

En kijkt u maar: Sjad, Sjadaim, rechem , rechem is het woord moederschoot, wat voortdurend vertaald wordt, als het figuurlijk gebruikt wordt, met barmhartigheid.

In Klaagliederen: de barmhartigheden des Heren zijn elke morgen nieuw, dan staat er inderdaad, de moederschoten dus de baarmoeders des Heren zijn elke morgen nieuw. Dat staat er.

Dan mag je de preek gaan maken, van wat zou dat nou te maken hebben met uw eigen bestaan, die omhulling waar iets uit groeit, waar een stuk historie in gaat groeien, want je zit maar niet te zitten. Nee, het heeft te maken met een geboorte. Zodat Paulus zegt: de hele wereld is in barensnood.

Jozef, het komt op Jozef aan. Benjamin is een verscheurende wolf en hij vreet ‘s morgens en dan verdeelt hij het ‘s avonds. Meer niet.

Even over die watervloed, vers 25. Is het u opgevallen, dat dit de tegenhanger is van de zondvloed. Het eerste hoofdstuk van de zondvloed, daar komt het uit de hemel van boven, van de watervloed beneden. En nu komt er geen water uit , maar nu ziet u, dat het een tegenhanger is van de zondvloed. Dus de zondvloed heeft dus ook niet bestaan? Nee, allicht niet, het gaat er niet om of u de zondvloed kunt filmen, maar dat jij hoort, dat het de Here God niet gaat om de zondvloed, maar om de genadevloed. En daarom zult u ook Jozef dadelijk met Juda samen bij de Messias vinden.

Nou, Benjamin nog even, 35,18, wel tragisch hoor, want u weet die Rachel had het toch al zo moeilijk. U weet, Rachel komt in de kerstgeschiedenis voor bij de kindermoord in Bethlehem en dan huilt ze. 35,18: Toen Rachel het leven ontvlood, dus zij ligt in het kraambed en dan sterft ze bij de geboorte van een jongetje. Toen Rachel het leven ontvlood, want zij stierf, noemde zij hem Ben-Oni – zoon van mijn verdriet. Maar zijn vader kwam er bij staan en zijn vader noemde hem Benjamin, de zoon van jamin, de zoon van de rechterhand, dus een zoon van de goede kant, het gelukskind. Benjamin – gelukskind.

Wat hij doet is nou ook niet om over naar huis te schrijven, het gaat over chaos en orde, over vernietiging en mededeelzaamheid. Er zit een portie onbetrouwbaarheid in, maar verder geen perspectief.

Dit zijn de twaalf stammen en dan krijgt u de afloop: Ik word tot mijn voorgeslacht vergaderd, begraaf mij bij mijn vaderen en o kijk nou es, in het land Kanaän. U hoort, hier gaat dat hele verhaal van die jongens bij dat sterfbed van Jacob, gaat u een richting aanwijzen, waar het heen moet, namelijk naar het land Kanaän. Daar moet hij heengebracht worden. Daar is ook Abraham begraven, daar is Izaäk begraven.

Slot vers 33, voordat we overstappen naar de apotheose, mag ik wel zeggen, want zo beleef ik het zelf ook. Toen Jacob geëindigd had zijn zonen bevelen te geven trok hij zijn voeten terug op het bed en hij gaf de geest en werd tot zijn voorgeslacht vergaderd. S.V. zegt: verzamelt tot zijn volken. De Vulgaat heeft: hij werd neergelegd bij zijn volk. Wat ik de beste vertaling vind, nou ik vind het gevaarlijk om het woord verenigen te gebruiken. Dat geluid is zelf naar mij toegekomen. Eerst stierf mijn moeder en een half jaar later mijn vader en toen zei er iemand in Ommoord: U moet maar denken, nu zijn ze weer verenigd. Toen zei ik: Ja, in Hofwijk. Ja, dat is bijbels geloof. Trouwens, ik ben het vergeten mee te nemen, wist u dat dát ook een regel uit Mein Kampf is. Een regel uit Mein Kampf is, dat het Joodse volk een inferieure godsdienst heeft, omdat het het enige volk is, dat een godsdienst heeft, dat geen hiernamaals kent.

Goed hè, steengoed. Dat is nog nooit geschreven ergens. Het gaat inderdaad om het perspectief van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en dat jij daar bij betrokken zal zijn, nou, dat is nog al dronken, gaat u alleen niet aan mij vragen hoe.

Daarom moet je oppassen met dat verenigen. Dasberg, dat is nota bene een Joodse vertaling die zegt: hij overleed en werd verenigd met zijn volksgenoten. Het zal wel goed bedoeld zijn, ik vind het toch gevaarlijk. Gr.N. maakt het helemaal bar. Gr.N. heeft: hij strekte zich uit op zijn bed, nadat, hij de laatste adem had uitgeblazen werd hij herenigd met zijn voorouders. Dat moet je niet doen, maar de christenheid vreet dat natuurlijk – ze zijn weer herenigd boven. De bijbel kent dat niet.

Er zijn nog meer dingen over te zeggen. B.v. heel merkwaardig is dit: Abraham sterft zo: gaf de geest, oud en van het leven verzadigd. Izaäk: gaf de geest en werd bij zijn voorgeslacht vergaderd, oud en van het leven verzadigd. En van Jacob: gaf de geest werd tot zijn voorgeslacht vergaderd, maar er staat niet: oud en van het leven verzadigd. Eh dat is heel merkwaardig, maar dat is voor een andere keer, Jacob zegt dat ook, dat hij helemaal niet zo lang geleefd heeft, hij zei, ik zou veel langer willen leven. Dat vindt u bij de farao, dan zegt farao: hoe oud ben je en dan zegt Jacob: o, weinig, ik kom pas kijken (met zo’n baard) ik kom pas kijken, 47,9: weinig in getal zijn al mijn levensjaren geweest. Dus hij wilde nog wel langer. Hij vindt dat hij maar karig bedeeld is.

En dan moet ik een doorstoting hebben naar de toekomst en dat vindt u in Johannes 4 De Samaritaanse vrouw, vers 4: Hij moest door Samaria gaan, Hij kwam dan in een stad van Samaria genaamd Sichar. Sichar is de vergrieksing van het Hebreeuwse Sichem en in Sichem Jozua 24, 32, in Sichem is Jozef begraven. Dus u komt hier dicht bij het graf van Jozef.

Dan lees je door: Dicht bij het veld, dat Jacob aan zijn zoon Jozef gegeven had. Hé, en u weet, je moet niet direct beginnen met historiserend te lezen. Je moet je afvragen: wat hoor ik nou. Ik kan me herinneren, een jaar of vier geleden,dat ik een kerstpreek gehouden heb, nou de mensen spraken er schande van. Het thema was, waarom hebben we het altijd over Jozef en Maria en toen ben ik Jozef en Maria gaan bekijken vanuit het Oude Testament. Mirjam bij de Schelfzee en Jozef, die de rotzooi in gaat, de onderwereld, de verdoemenis ingaat. Nou, ze spraken er schande van, want ze zeiden: het gaat niet over Jezus, IQ. Ik had me uitgesloofd om twee spotjes aan te steken bij Jozef en Maria, om zo een nieuw licht op die platgetreden Jezus te krijgen. Altijd maar Jezus, maar je weet niks van die spotjes.

Zo moet je dit ook lezen. Niet, o, jongens, het graf van Jozef, Nee, wat zegt dat nou in het verhaal, dat plotseling Jozef wordt gehoord. Want dat moet u niet historiserend gaan lezen. Nu bent u wel bij Genesis 49 gekomen, want Juda hebt u hier beneden, het onderste gedeelte van het land, in Jezus dagen en vanaf Salomo die breuk.

Dan krijgt u hier Jeruzalem, met Juda als voornaamste stam en dan krijgt u Samaria, Sichem en daar Jozef.
U ziet dat de breuk voortdurend door heel die bijbel heen loopt. Door Israël loopt een breuk. Daar hebben we het veel te weinig over gehad.

Als Israël pars pro toto de hele wereld is, een partje van het totaal, dat beeldt af het hele volksbestaan van de ganse schepping, dan loopt daar een breuk door, zegt de gewijde schrijver. Dus het gaat niet om een ruzie tussen twee families, boven en beneden. In de tijd van Salomo dan krijgt u die twee splitsingen van Israël en Juda, dat zijn de stammen Jozef en Juda. De twee Messiaanse figuren. Wie moet het nou winnen, en ze zijn rivalen tegen elkaar.

Dat zijn die verhalen van al die koningen die u destijds moest leren en u moest die twee rijtjes synchroon zien lopen.

Het gaat er om, ben jij wel onder de indruk, hoe door heel Israël, hoe door de ganse bevolking van de aarde een breuk loopt. Dat mag u dan met de woorden van uw moeder zondeval noemen, en je kan wijzen op die breuk. Er loopt een breuk door. En welke breuk heeft nou gelijk, die een of de ander. Rivaliteit, dat hoort bij die breuk.
En wat ziet u nu met Jezus gebeuren? Die gaat er precies tussen in staan. Vers 10: Jezus antwoordde en zeide: Indien gij wist van de gave Gods en wie het is die tot u zegt geef Mij te drinken, gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water gegeven hebben.

Ik heb geen emmer en de put is diep. Vers 12: zijt Gij dan meer dan onze vader Jacob. Dan zegt Jezus: Ieder die van dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven zal geen dorst krijgen in eeuwigheid. 15: Geef mij dit water, opdat enz. Hij gaat er tussen staan, Hij is het water des levens en dan culmineert dat, zijn climax vindt het daar in vers 21, de twee rivalen: Gelooft Mij vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet weet, wij aanbidden wat wij weten, want het heil is uit de Joden.

Dan ziet u, dat Jezus daar precies tussenin gaat staan en als zodanig dan de Messias is. Hij die gekomen is om de breuk van de schepping en tussen de volkeren te helen. En als zodanig krijgt dan Genesis 49 een heel ander cachet.

In vers 25 zegt die vrouw: ik weet, dat de Messias komt die Christus genoemd wordt, als die komt zal Hij ons alles verkondigen. Jezus zei tot haar: Ik, die met u spreekt ben het. S.V.: Ik ben het, die met u spreekt. Want ik ben het is niks anders dan de weergave van het Hebreeuwse woord Here. En terecht, het is de naam van God.
Here = dat is de naam van God
Die mag je niet uitspreken. Het is zo boeiend, maar hoe je het onderzoekt, je komt voortdurend uit bij het werkwoord ZIJN. Dat hoort u God tegen Mozes zeggen als hij naar de farao wordt gestuurd. Hoe heet u dan? En dan zegt God: IK BEN. En Buber vertaalt: Ich bin da, Ik ben daar bij jou, daar waar jij zit. Hoe heet U? Ik ben daar waar jij zit. ‘Wat een gekke naam’. ‘Ja Ik ben waar jij zit, waar jij sterft en waar je leeft, daar’. Dat is de naam van de Here God.

Ik ben de deur, Ik ben de goede Herder en dan staat er altijd in het Grieks IK BEN. Dat moet u niet uit elkaar halen, want dan is het verband met het woord God weg.

Zo houdt Jezus die beide broers vast, zou je kunnen zeggen en Hij verenigd het beide in zichzelf en brengt ze zo samen. Zo overspant Hij de breuk in de schepping. En als Hij dat doet bij Israël, dan doet Hij dat in de hele wereld- En daarmee heb ik in de bijbel aangetroffen een schitterende omschrijving van het woord sjaloom – vrede. Vrede is niet dat de kanonnen zwijgen, want dan kan je elkaar nog wel haten, maar sjaloom is dat er breuken geheeld worden en dat het leven zijn doorgang kan vinden op een goede aarde.

Schad = borst
Schaddai(m) aim = twee El-Schaddai
Fonetisch mag ook: sjad – sjadai – sjadaim
Rechem = baarmoeder

Leave a Reply