In het verkeerde keelgat geschoten

Het nieuwe jaar is weer begonnen. De crisis van vorig jaar lijkt overwonnen, althans, het is inmiddels geregeld wie de gevolgen van de crisis moet gaan betalen. En intussen schuiven bankiers elkaar weer stevige bonussen toe en blijkt er niets te zijn veranderd. Old school. Business as usual dus.

Vorig jaar sprak ik een bankier en die meende dat klanten die in de problemen waren gekomen dat vooral aan zichzelf te wijten hadden. Zij hadden die risicovolle producten uiteindelijk zelf willens en wetens aangeschaft. Met dollartekens in de ogen vanwege de fraaie rentes. En dus moesten ze achteraf niet zo verschrikkelijk klagen.

Dat schoot mij in het verkeerde keelgat. Ik zei hem: jij hebt op je marmeren gevel in neon het woord “bank” gemonteerd. En daarom brengen mensen in vertrouwen het geld bij jou in dat prominente pand. Maar als je op diezelfde gevel “Pietje Puk’s Gokpaleis” zou hebben geschroefd, dan zou je merken dat je veel minder klanten kreeg. Je zet dus wel degelijk mensen op het verkeerde been door te suggereren dat hun geld zorgvuldig wordt beheerd en er niet met hun geld wordt gegokt.

Zoiets is een frame. Mensen hebben bij het woord “Bank” en bij de aanblik ervan bepaald niet het idee dat ze met een regelrecht roulette-syndicaat te maken hebben. Dat zit hem in het woord: Bank en in de wijze waarop bankiers hun gokpaleizen uiterlijk weten vorm te geven. Dat is een frame. En daar maken bankbedrijven gaarne gebruik van.

Kerken hebben er vaak juist last van, van hun gebouwen. Ik hoor het kerkenraden nogal eens zeggen: de mensen komen niet, dus blijkbaar vertikken ze het om in Jezus te geloven. Ook die opmerking schiet mij altijd in het verkeerde keelgat. En al 25 jaar loop ik dus regelmatig rochelend door kerkenraadskamers. Want zo lang ben ik nu predikant.

Mensen komen niet omdat ze niet willen geloven? Wat een akelige conclusie is dat. En wat weinig zelfkennis van veel kerken. Mahatma Ghandi zei al: ik heb veel respect voor Jezus en zijn boodschap maar ik heb enorme moeite met zijn volgelingen.

Een kerkgebouw is nu eenmaal een pand dat de uitstraling heeft van: georganiseerd geloof. Daarbinnen wordt bepaald hoe er geloofd dient te worden. Gepatenteerd geloof in Jezus. Ja, en was dat maar waar, maar vaak is het gepatenteerd geloof in de morele regels en mores van het christendom. En dat is niet per se hetzelfde.

Dus mensen stappen daar niet snel naar binnen wanneer ze graag zelf willen bepalen wat ze wel en niet geloofwaardig vinden aan wat Jezus zegt. Als Jezus bijvoorbeeld zegt: “oordeel niet want met het oordeel waarmee jij anderen oordeelt zul je zelf worden geoordeeld”, dan spreekt dat mensen wellicht méér aan dan veel kerkenraden denken. En de stap naar een kerk is daarom moeilijk omdat er in kerken vaak wordt geoordeeld bij het léven. Dat homo’s iets doen wat niet zou mogen. Of sterker nog: iets zijn wat niet door de beugel zou kunnen. Ik noem maar een afschrikwekkend voorbeeld, dat met vele andere aan te vullen zou zijn.

Ik ben een bijzonder aardig boek aan het lezen: “Een jaar leven volgens de Bijbel”, van de Joodse schrijver en journalist: Arnold Jacobs. Die probeert een jaar lang consequent alle bijbelse geboden en voorschriften in de praktijk te brengen. Dat levert een hilarische situatie op waarbij het volstrekt duidelijk wordt dat dat niet te doen is. En dat het er dus ook niet om kan gaan volgens wetten en regels te leven. Een kerk die blijft suggereren dat het daar wel om te doen zou zijn, slaat de plank volledig mis.

“Motten zijn nare beesten”, zei mijn moeder altijd. En dat heb ik goed onthouden. Maar in de kerk staat te vaak de Maggi-fles op tafel. Wat mag ‘ie wel en wat mag ‘ie niet?

Ik denk dus dat mensen het gesprek met hun eigen geweten aan moeten gaan. Laten ze dat vooral dúrven. En dan niet je geweten sussen, maar laten uitspreken.

Ik verlang naar een kerk die mensen dáárin wil steunen en dááraan wil bijdragen. En ik vermoed dat als bankiers dat gesprek aan zouden durven, ze misschien wel zouden afzien van het incasseren van die gigantische bonussen. Maar niet alleen bankiers, maar ook politici zouden meer het gesprek met hun geweten aan moeten gaan. En ondernemers. En journalisten. En niet in de láátste plaats dominees, zoals ik. Want het beeld van de kerk wordt vooral door dominees bepaald, en daar hoor ik nu eenmaal bij.

Ik hoop dat ik nog wat tijd heb om te werken aan een kerk die de gewetens van mensen serieus durft nemen en die daar niet overheen walst met morele opvattingen met zéér beperkte houdbaarheidsdatum.

Nog een jaar of vijfentwintig erbij dan maar…

Leave a Reply