13 februari 2011

“Gij zult niemand op aarde uw vader noemen”

(of: bijbellezen even erg als leren skiën?)

 

Als u er een beetje zin in hebt gaan we vanmorgen de wereld op zijn kop zetten. Confuus zult u de Arke weer verlaten. Draaierig, dronken, bedremmeld, van streek en geheel in de war. Gratis!

Mensen vragen me weleens: hoe moet ik de bijbel lezen? Anders dan u op het eerste gezicht denkt te kunnen doen. Maar goed, laten we aan het werk gaan.

Deze week zag ik Mubarak, toen hij nog op zijn troon zat in zijn paleis in Egypte. -zag ik Mubarak tegen het volk spreken en daarbij noemde hij zichzelf: vader. Ik ben jullie vader. Alsof hij de Egyptenaren eigenhandig heeft verwekt.

En Huub Oosterhuis, -dat heeft er niets meet te maken- opende, in bijzijn van onze koningin een nieuw pand in Amsterdam: Nieuwe Liefde geheten. Morgen is het ook nog Valentijn. De dag van de stille liefde.

En ik zag, en morgen is ie weer op de tv te zien, advocaat Bram Moszkowicz. En die zei in het TV programma College Tour: als je kijkt naar wat er bestaat, als je ziet hoe alles in de wereld in elkaar steekt, dan kan het niet zo zijn dat er geen god is. Maar ik richt me niet tot god; ik doe het liever zonder.

Wartaal op zich, maar hij verdient er een goede boterham mee. En dat is toch weer knap. Lukt mij niet in elk geval. Grapje hoor.

Stonden eens een paar kinderen op te scheppen over hun ouderlijk huis. Wij wonen aan het water, zegt de een. Huh, boeiend, wij hebben thuis een gloednieuwe Mercedes, zegt de ander. En de laatste, een zoon van de dominee, zegt: mijn vader hoeft maar één uur per week een paar woorden te zeggen of er staan vier mensen op en die gaan rond in de kerk en leggen na een kwartiertje allemaal volle zakken met geld vlak voor zijn neus op de tafel.

Nee, maar ik vind dat zulke wartaal, van Moszkowisz. Als je ziet wat er is om je heen dan móet er wel een god zijn. Wat weet je nou eigenlijk op grond van wat je om je heen ziet? Niets toch zeker?

Een hond zegt tegen zijn baasje: “Jij geeft mij eten en drinken en zorgt voor mij, jij houdt van mij en draagt mij op handen: jij moet wel God zijn!” En een kat zegt: “Jij geeft mij eten en drinken en zorgt voor mij, jij houdt van mij en draagt mij op handen: ik moet wel God zijn!”

Goed. Even terug naar ons uitgangspunt. De wereld op zijn kop. Ik denk dat dat de meest belangrijke manier van lezen in de bijbel is. Dat je snapt dat daar iets wordt omgekeerd. Je moet je altijd afvragen: waarom wil God mij dit duidelijk maken? Was hier werkelijk een bijbel voor nodig? En stelregel één is: God wil nooit duidelijk maken dat iets nu eenmaal is zoals het is.

Dat is al zo met het scheppingsverhaal in Genesis. De eerste letter, lieve mensen, is al bepalend. Het begint namelijk met de letter B! En joodse rabbijnen die kinderen leren bijbellezen laten dat zien. Die B is namelijk een beetje groter geschreven. Groter dan alle andere letters in heel de bjbel. En als je dan naar de A gaat zoeken, de eerste letter van het alfabet, nietwaar?, Dan komt je uit bij het Exodusverhaal. Ik ben, daar is die letter A, de tweede en laatste letter die iets groter geschreven is. -ik ben de Heer uw god die u bevrijdt heb uit Egypte.

Dus als Joodse kinderen de bijbel leren lezen, beginnen ze niet vooraan in de boeken van Mozes, maar middenin. God is (a) een bevrijdende God. En (b) de bevrijder is de schepper. En niet andersom!

Dus dat droge, zo heet het ook, het droge… Dat droge uit het uittochtsverhaal dat is het droge waar het scheppingsverhaal op doelt. U zult zeggen: wat maakt dat uit? Als de bevrijdende God de schepper is dan is de scheppende God de bevrijder. Of je het een nu voorop zet of het ander. Maar dat is wel erg snel door de bocht. Zo snel dat je eruit vliegt. En ik wil deze preek gebruiken om heelhuids door de bocht te komen.

Want als u eenmaal gevoelig bent geworden voor de bijbelse manier van tegen het leven aankijken; voor de bijbelse manier van hopen; voor de bijbelse manier van… vertrouwen hebben, -als je daar eenmaal gevoelig voor bent geworden dan wordt de bijbel een oneindige bron van kracht.

Maar dan moet je dus leren begrijpen dat, vanuit de bijbel gezien, niets van wat er is gewóón is! De bijbel doet dus nooit aan zingevingsvragen. De bijbel zal nooit zoeken naar de zin van dat wat er bestaat. Aan dat wat bestaat geeft de bijbel géén zin. Integendeel zou ik willen zeggen. Daarom begint het bijbel lezen altijd bij het uittochtsverhaal. Het bestaande heeft geen zin. Het heeft juist zin om je daarvan los te maken. Exodus betekent namelijk: lós laten, eruit wég trekken. Het áchter je laten. Als volstrekt zinloos.

En de God die jou helpt om het bestaande achter je te laten en op weg te gaan naar iets nieuws, naar de vrijheid; naar werkelijke overvloed, overvloed van melk en honing, die bevrijdende God, die is de schepper!

Dus niet dat wat bestaat is door God geschapen. Maar dat wat God aan het scheppen is zal ooit voor eeuwig bestaan.

Wij zijn geneigd eerst te kijken. Om ons heen te kijken wat we zien. En wat we zien… Je schrikt je soms dood. Iedereen, -nee niet iedereen, veel mensen denken dat het de normaalste zaak van de wereld is dat kinderen worden geboren en gezond opgroeien. Je hebt zelfs mensen die denken dat dat zo normaal is dat ze hun leven plannen. Dan gaan we trouwen en dan ga ik eerst vijf jaar carrière maken en dan nemen we drie kinderen, een stationwagen en een hond. En dan is ons gezin compleet.

Maar als je een beetje om je heen kijkt, en je komt toevallig eens in een kinderziekenhuis terecht of in een revalidatiecentrum, dan schrik je je het apezuur. Wat je dan te zien krijgt! Is dát God?

Nee dat wat je dan ziet is God niet. Niet wat bestaat is van God maar wat God aan het scheppen is zal bestaan. En hoe weten we wat hij aan het scheppen is, dan moeten we niet om ons heen kijken maar dan moeten we naar Mozes en de profeten luisteren, zegt Jezus. Zo zegt hij het letterlijk.

God is bezig te scheppen: Sjalom. Vrede. Liefde. Heelheid.

Dát is God aan het scheppen en zó zal het zijn. Het gaat dus niet om wat ís, maar om wat kómt. Jezus leert ons bidden: “Uw koninkrijk kóme!”

Begrijpt u inmiddels een beetje hoe het werkt? God is dus niet de God van het bestaande. De bijbelse God dan. Want het bestaande, dat was: Egypte. Maar Egypte was daarom niet des Gods. Je kon eigenlijk niet zeggen: wat je om je heen ziet is God. Of van God. De stem van de slachtoffers, het zuchten van de onderdrukten, het jammeren van de slaven, het huilen van een kind, dát wordt gehóórd, en de God die dát hoort, dát is de God van de Bijbel.

Ik ben de God, zegt hij tegen Mozes, de God die niet van alles en nog wat verneemt, maar die het gejammer van sláven hoort. Ik luister niet zomaar onbewogen naar alles en iedereen, ik luister vooral naar de stemmen van de mensen die onderop liggen. Dát trek ik me aan. Kleine mensen. Verdrukt. Geprest. Gediscrimineerd. Voor hen wil ik een bevrijdende God zijn.

De bevrijdende God, zo roept de bijbel dan vol vreugde uit, is óók de schepper. Dat is prachtig! Niet wat bestaat is dus door God geschapen maar wat God aan het scheppen is zal uiteindelijk bestaan.

Lieve mensen, wel goed beseffen: dat is geloofstaal, hè. Daar moet je gevoelig voor worden omdat dat namelijk niet voor de hand ligt.

Even tussendoor: wie van u gaat weleens skiën? Als je op ski’s op een helling staat dan ben je geneigd om alles wat je verkeerd kunt doen ook verkeerd te doen. Van nature doe je je schouder die naar het dal wijst naar voren. En dan roept de skileraar: “Bergschulter vor!” En van nature ga je op de verkeerde ski staan, de hoogste namelijk, leun je niet voor- maar achterover zet je de ski’s niet op hun kant, maar vlak op de sneeuw en dan hoor je diezelfde leraar een eind daar beneden roepen: “Talschi belasten!” “Du musst kein Angst haben…” Nou ja, en dan roept hij nog iets als: “Nach vorne mit dem Oberkörper” “Schön im Pflug” “Stockeinsatz” en daar ga je!

Dat is in de bijbel ook zo. Alles is precies andersom dan je van nature zou denken. Als daar staat: God is liefde, dan staat er dus niet het omgekeerde. Maar van nature dénken wij wel het omgekeerde: liefde is God. Maar het is zo dat niet wat wij onder liefde verstaan van God is, maar dat wat God onder liefde verstaat voor ons de maatstaf zou moeten zijn. Gód is liefde. Niet ons idee van liefde zegt iets over God, maar de God van de bijbel laat zien wat wérkelijke liefde is.

Zo kwamen er voor koning Salomo eens twee vrouwen en een baby en beide claimden ze de moeder van dat kindje te zijn*. En dan zegt Salomo: pak allebei een armpje van dat kindje beet en begin maar te trekken. Wie het hardst trekt en dus wint mag het kind hebben. En dan protesteert één van de vrouwen, en zegt tegen de koning: ik doe het niet. Ik ga een kind niet doormidden trekken. Waarna Salomo tegen zijn bedienden zegt: pak het kind van haar af en geef het de andere vrouw. Zij is de moeder. Alleen wie een kind kan en durft los te laten, mag zich over een kind ontfermen.

Wie zich verhoogt zal worden vernederd maar wie zich vernedert zal worden verhoogd; en wie zijn leven probeert te winnen zal het verliezen maar wie het durft te verliezen, die zal het vinden.

Ik denk ook niet dat je kunt zeggen: “dan nemen we een kind”. Hoeveel mensen in dit kerkgebouw hier vanmorgen, of misschien zijn ze er zelfs niet omdat ze een doopdienst nauwelijks kunnen verdragen, -hoeveel mensen hier weten dat het “nemen van een kind” hoogmoedige taal is en dat dat niet bestaat? Veel mensen lijden daar namelijk aan, dat dat niet zo werkt. Je neemt geen kind. Zo vanzelfsprekend is het leven namelijk niet. In de kerk moeten we ook niet de werking van de baarmoeder vieren, maar de liefde van het hart. Kinderen worden niet uit je buik geboren maar komen onder je hart vandaan. De plek is eigenlijk hetzelfde, maar de manier waarop je ertegenaan kijkt is een andere.

Zo gaat het in de bijbel steeds maar door. Alles lijkt hetzelfde als zonder de bijbel maar de bijbel leert je anders tegen de dingen aan te kijken. “Ze is niet dood, ze slaapt,” zegt Jezus tegen de vader en moeder van dat gestorven meisje.

Ben je jezelf dan niet aan het bedotten? zou je je kunnen afvragen. Als je anders tegen de dingen aankijkt dan ze op het eerste gezicht lijken te zijn, beduvel je jezelf dan niet? Dat is een grappige vraag eigenlijk. Want Jezus leert nu juist het omgekeerde: als je de werkelijkheid aanvaardt zoals die zich voordoet, als je van wat bestaat denkt dat dat zichtbaar maakt hoe god is dan beduvel je je zelf pas echt. Letterlijk. Dan raak je vroeg of laat, maar meestal vroeg, in de handen ven de duivel. Dan ga je namelijk al snel zeggen: zoals het is, zo is het nu eenmaal. En zo zal het wel moeten wezen want zo zal God het wel bedoeld hebben.

Dan ben je in handen van de boze en zijn macht want dan ga je precies de verkeerde dingen doen. Denk aan de skihelling.

Dan ga je de verkeerde vragen stellen. Dan ga je je bijvoorbeeld afvragen: waarom doet God in deze mooie wereld zulke akelige dingen? Terwijl de bijbel jou juist wil troosten met de gedachte hoe wonderlijk het is dat God in deze akelige wereld zoveel mooie tekenen laat zien?
Voor wie ze wil zien, dan.

God heeft niet de slavernij van Egypte gewild en het geweld daarvan, uitgeoefend door de Farao, en de onderdrukking, en het bloed. Maar dat biezen kistje, met dat baby’tje erin, dat jongetje, Mozes, die daar op die Nijl dobbert, en die zijn volk uit Egypte moet bevrijden. Dát heeft God gewild.

Maar dan moet je het bestaande niet Gods schepping gaan noemen, dan moet je -omgekeerd- durven geloven dat wat God aan het scheppen is dat dat uiteindelijk zal blijven bestaan en al het andere niet. Niet alles wat er gebeurt is Gods wil maar wat God wil: dat zal gebeuren.

Krijgt u een beetje in de gaten hoe die omkeringen in de bijbel werken? En dat de bijbel voortdurend alles op zijn kop zet? De bijbel is werkelijk de wereld op zijn kop!

Of nee, en dat is het geheim natuurlijk. In de wereld staat alles op zijn kop. En God zet alles op zijn voeten.

Hoe komt dat, dat alles op zijn kop staat? Waar komt dat vandaan? Ja de bijbel weet het niet. Het komt niet van God en het zit niet in de mens, het komt van… een slang die begint te leuteren in de tuin bij Adam en Eva en die suggereert dat deze God net zo is als alle andere goden: niet te vertrouwen. En dan vertrouwen de mensen de slang en vertrouwen ze niet langer God. En dat is het ergste nog niet. Maar als ze God niet meer vertrouwen, vertrouwen ze ook niet meer elkaar! En dat leidt tot moord en doodslag.

Maar wat ik eigenlijk zeggen wil, de kern van vanmorgen: In de wereld staat alles op zijn kop en God zet het weer op zijn voeten.

En zo konden we deze week horen dat Mubarak zich de vader van de Egyptenaren noemt. Dat is niet ongewoon, dat machthebbers zich vader noemen. Vader des vaderlands. Maar in de bijbel staat dat je niemand op aarde “Onze Vader” mag noemen. Natuurlijk is je eigen vader je vader. Maar dat wat wij onder vaderschap verstaan, dat zegt niets over hoe God vader is. Bij ons gaat dat overigens nog heel gek. Een baby die begint de babbelen heeft nog geen tanden en de mondmotoriek is nog niet ontwikkeld en dan komen er geluidjes uit de mond van zo’n baby. Die is aan het ontdekken. Die ontdekt zijn handen: wat is dat nou weer voor ding, daar zit er nóg één? En dan maken de lippen van zo’n baby een bepaalde klank… Papa, komt er dan uit. En Vader zit zijn krant te lezen en hoort het woordje papa en veert op uit zijn stoel: Papa, dat ben ik! Zo is ons vaderschap gefundeerd. Dat berust op een misverstand!

Maar God noemt zich Vader en geeft daardoor een heel nieuwe betekenis aan het vaderschap. Datzelfde geldt dus met: God is liefde. Wat liefde is, ach daar kun je zulke dingen bescheurkalenders van kopen. Maar hoe lief we ook zijn, voor elkaar. En hoe vaak we ook bloemen meenemen voor Valentijn. En hartjes tekenen. Oe, spannend allemaal…! Wat wij onder liefde verstaan is niet God. Zoals God met ons omgaat, dat is ware liefde. Zo moet je het zeggen.

En daarom zijn jullie kinderen liefdesbaby’s. Julia, Valérie, Judith, en Jelco. Liefdesbabys zijn het, omdat jullie vaderschap en jullie moederschap niet gebaseerd is op een misverstand. Jullie hebben jullie kinderen ook niet genomen. Kinderen worden geschonken. Kinderen kiezen een vader en een moeder. En dat is in de bijbel nooit een kwestie van biologie, maar altijd van het hart.

En in onze gemeente proberen we ook ouders te helpen en te ondersteunen om daar iets van te maken. Van die vader- en moeder-liefde. Geloven Thuis hebben we dat genoemd, en we hebben dat besproken tijdens de doopgesprekken.

In de loop van de tijd zullen we jullie dus steeds weer bij elkaar roepen op zondag om het met jullie en met jullie kinderen te hebben over allerlei aspecten van het geloof. Over bidden. Over bijbellezen. Over het als gezin samen iets doen voor een ander, zeg maar: diakonie met een duur woord. En als ze ouder zijn: over seksualiteit en over: omgaan met geld en over: vertrouwen en verantwoordelijkheid; over: loslaten of losrukken. Maar dat duurt nog lang hoor!

Als ze nog heerlijk klein zijn gaat het bijvoorbeeld over het zegenen van je kinderen. Degene die ons op dit spoor heeft gezet: Geloven Thuis, -Elly de Rover en ik zijn samen een paar dagen naar hem toe geweest- degene die ons op het spoor heeft gezet is Mark Holmen. Hij vertelde uit zijn eigen gemeente een voorbeeld dat ik steeds heb onthouden, omdat het mij zo ontroerde.

Er stond tijdens een gemeenteavond in zijn gemeente, een wat oudere man op en die vroeg of hij iets mocht vertellen. Jawel, zei de dominee. En hij vertelde dat hij samen met zijn vrouw tijdens zo’n kindernevendienstmoment, zo’n geloven thuismoment in die gemeente, geleerd had dat het goed zou zijn om zijn dochter te zegenen. Zij hadden samen één dochter. En elke avond had hij bij zijn dochter zijn hand op haar hoofd gelegd en had hij gezegd: God zegent je en is bij je met zijn vrede en zijn liefde. God houdt van je en ik ook.

Maar toen zijn dochter een jaar of twaalf geworden was had hij gedacht: nu wordt ze wat ouder, nu vindt ze het misschien wat gek. Dus toen had hij besloten om het te doen op het moment dat hij zelf naar bed ging. Dan sliep zij namelijk al en merkte het dus niet.

En elk avond ging hij langs haar bed, legde zijn hand op haar hoofd en zei: God zegent je en is bij je met zijn vrede en zijn liefde. God houdt van je en ik ook.

Maar toen ze achttien was, jaren later, ging ze studeren. En ze ging wonen op de campus van de universiteit. Een paar honderd kilometer verderop. En hij en zijn vrouw hadden afgesproken we nemen afscheid en dan lopen we resoluut naar de auto en rijden weg. Want ik vind het moeilijk genoeg. Zo gezegd zo gedaan. Ze hadden hun dochter naar haar kamer op de campus gebracht en de spullen uitgeladen en afscheid genomen en liepen nu resoluut naar hun auto, die op de immense parkeerplaats stond.

En toen ze midden op die parkeerplaats waren hoorden ze een stem: “Daddy” en hun dochter kwam achter hen aan rennen. Toen ze bij hen was zei ze: je bent één ding vergeten. Je hebt me vandaag niet gezegend. Maar laat me jou nu mogen zegenen, en ze legde haar handen op het hoofd van haar vader die geen woord kon uitbrengen, zo verrast was hij… En ze zei: God zegent je en is bij je met zijn vrede en zijn liefde. God houdt van je en ik ook.

Dat wens ik jullie toe, een relatie met jullie kind die een zegen mag zijn. En blijven.

Amen.

* Wat nu volgt betreft een parafrase. De vormgeving is die van Bertholt Brecht in zijn toneelstuk “Der kaukasische Kreidekreis”. Het bijbelse verhaal is veel heftiger (daar gaat het om hoeren en Salomo wil het nog levende kind laten klieven met een zwaard, zie 1 Koningen 3: 16 – 28).  Van belang is hier dat de moeder durft lós te laten.
(De kerkdienst is ook als geheel te beluisteren via kerkomroep.nl, download of open dan een mp3 bestand via deze link)

One thought on “13 februari 2011

  1. De preek raakte me. Het onderdeel van de zegenende vader raakte me zelfs heel diep.
    Ontroerend.

    De manier waarop je de laatste maanden laat zien hoe je (ook) christen kunt zijn is, spreekt me bijzonder aan. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat God nooit heeft gewild ons iets heel ingewikkelds te geven, maar juist iets eenvoudigs.
    Ga zo door!

    En als je dan doorgaat, wil je dan nog eens een doorkijkje geven op de ideeën en theorieën dat je eerst zus of zo MOET doen vóórdat je behouden bent voor God.

Leave a Reply