Er wordt weleens gezegd dat de enige kerk die licht verspreidt een kerk is die in lichterlaaie staat. Is wat kras gezegd misschien. En ik ben niet voor brandstichting, althans niet met benzine en lucifers.
Maar ik denk dat een christelijke gemeente er goed aan doet om niet koud te zijn, en ook niet lauw, maar alles -ideologisch- te “verbranden” wat afleidt van de radicaliteit van Jezus.
Want voor Jezus had ‘geloven’ -als hij dat woord al zou gebruiken zoals in onze tijd gebruikelijk- álles te maken met de vraag naar de manier waarop je in het leven staat.
Wat je gelooft is namelijk niet zo van belang. Hoe je omgaat met dat wat je gelooft, wát je dan ook maar gelooft, dat is wat er werkelijk toe dóet. Een verlangen naar een hiernamaals en een speculeren over een leven, voor eeuwig elders, wég van de aarde, zo’n verlangen laat de aarde aan haar lot over en ik kan me niet voorstellen dat het Jezus daar om te doen zou zijn geweest.
Ik denk dat we van onze vroegste jeugd af “behept” zijn met overtuigingen. “Wij zijn goed en zij zijn slecht”, “wij doen er wat aan en zij leven maar raak”, dat aangevuld met principes als: “loon naar werken” en “boontje komt om zijn loontje” schept een klimaat in ons denken van “er wél komen” en “er níet komen”. Slagen en zakken… ziedaar de contouren van een geloof in hemel en hel.
Vervolgens lezen we vanuit deze vroeg opgedane overtuigingen de bijbel en menen dan dat de bijbel precies dát zegt wat we altijd al dachten. En zelf ook eerlijk en redelijk en rechtvaardig vinden.
En zo worden we bevestigd in de overtuiging die we al hadden, en lukt het ons haast niet meer om te begrijpen dat de bijbel het daar niet over heeft. Niet over wil hebben eigenlijk. Met alle verschrikkelijke gevolgen van dien.
Ik beschouw het als mijn belangrijkste opgave daar wat aan te doen. Door de bijbelse teksten voor te lezen en uit te leggen vanuit een open houding en met opschorten van alle begin van het hebben van een oordeel over anderen. Als een (bescheiden) bijdrage aan de vrede op deze wereld.
