Vrijheid van godsdienst

Gisteren verscheen een interview met Jeanine Hennis in dagblad De Pers. Naar aanleiding daarvan twitterde ik aan André Rouvoet dat een brede discussie over de scheiding van kerk en staat geen overbodige luxe zou zijn. Waarop hij terug twitterde dat dat de suggestie met zich meebracht dat er onduidelijkheid over zou bestaan. “Waarom een probleem oproepen dat er niet is, en vervolgens een oplossing ervoor zoeken?” was zijn retorische vraag.

Nu zitten er op Twitter ook twitteraars die vaak en vlot diepzinnige staatkundige theorieën debiteren en dan vervolgens net doen alsof iedereen die diepzinnigheden fatsoenlijk moet kunnen beheersen. En zo niet, dan laten zij je met droge ogen weten dat ze jouw kennis van zaken beslist niet overschatten. Kortom: intellectuele elite maakt zich snel van de redelijkheid van wetgeving meester. Dat stoort mij. Ik ben niet zo elitair aangelegd. Of ik ben inderdaad een beetje dom, zoals zij je graag laten weten, dat kan ook. Vind ik niet zo erg, eigenlijk, en zeker geen schande; ik ben tenslotte geen wetenschapper pour l’art maar een eenvoudige Drachtster dorpsdominee pur sang. En ik pleit graag voor een scheiding van kerk en haat.

Ik hou ook van schaken. Voor mij is de lol er echter snel af wanneer ik een potje zit te schuiven en er staat zo’n wandelende stapel schaakliteratuur naast het bord me op mijn vingers te kijken, die dan op een gegeven moment uitroept: “Dat is niet de tekstzet, hoor!”. Kortom: het schaakspel uitsluitend voor mensen die de literatuur kennen. Elitair.

Maar hier is meer aan de hand. Als vakmensen geen duidelijkheid hebben over de scheiding van kerk en staat en de vrijheid van godsdienst, en Jeanine Hennis is een volksvertegenwoordiger en dus een vakvrouw -ze verkoopt geen halve kippen op de Drachtster markt- dan ís er geen duidelijkheid lijkt mij. En de mening van christenen als Rouvoet zijn me dierbaar maar vormen uiteraard niet de duidelijkheid over wetgeving, die in een samenleving gewenst is.

Op een publiek forum in Drachten, DWJM.nl, werd ook weleens geroepen: Er is scheiding tussen kerk en staat en dus moet de dominee hier zijn mond houden. En dat was ik dan. Kijk, dat is zo ongehoord onzakelijk, daar mag wel iets van gezegd worden, lijkt me. Scheiding tussen kerk en staat is er vooral opdat de staat zich niet met de kerk gaat bemoeien. Die kerk vervolgen bijvoorbeeld, wat niet ondenkbeeldig is. Het wil niet zeggen dat je als christen niks van de gang der dingen zou mogen zeggen. Dat zou raar zijn, een spreekverbod dat door atheïsten en agnosten aan gelovige christenen wordt opgelegd.

Christenen maken het er trouwens wel zelf helemaal naar dat ongelovigen de wet zo zouden willen hanteren. Want christenen zitten -als christen- inmiddels zo vast op de stoel van de regering, dat de staat een christelijk aanzien heeft gekregen en zich bemoeit met het leven van niet christelijke inwoners van ons land. En vooral als die christelijke staat zich dan met hoofddoekjes gaat bemoeien, en dat dreigt voortdurend, dan begint alles wel behoorlijk door elkaar te lopen, ja. Je hoeft geen wetenschapper op het gebied van staatsfilosofie te zijn om dat te zien gebeuren.

Ik ben daarom niet bepaald voor een christelijk beroep op de vrijheid van godsdienst; wat qua wetgeving nog iets anders is dan de scheiding van kerk en staat. Christenen doen het meest en het vaakst een beroep op die vrijheid van godsdienst en dan vooral om de discussie daarover te vermijden. Dan moet de staat de winkels zondags dichthouden en liefst ervoor zorgen dat homo’s niet kunnen trouwen en dat soort trivialiteiten. In feite moet de staat een omgeving creëren of in takt laten waarbinnen het christelijk geloof heel vanzelfsprekend en haast “natuurlijk” wordt.

Ik vind dat een oneigenlijk beroep op de welwillendheid van een veelkleurige samenleving. Die de christelijke kerk niet nodig moet willen hebben. Laten de christenen op eigen kracht in de samenleving durven staan, zonder dat de overheid een Corpus Christianum dient te organiseren of overeind te houden waarbinnen ze comfortabel en zonder tegenspraak christelijke kerk kunnen zijn.

Een klein beetje zelfvertrouwen van christenen is toch niet teveel gevraagd? Ze kunnen beter op de Heer vertrouwen dan op support van de staat. Want dat laatste is verwarrend en bedenkelijk. Misschien is daarom wel het beste beroep dat christenen op de godsdienstvrijheid kunnen doen: een openlijk verzet tegen het verbieden van hoofddoekjes. Dat zou misschien ook de motieven in de hoofden van Jeanine Hennis én haar bestrijders beter blootleggen dan het -uit angst voor verlies aan christendommelijke privilége’s- maar liever nergens over willen hebben.

Maar ja, dit zal de tekstzet wel weer niet zijn.
Of dom.
Of beide.

Leave a Reply