Sint in het land

Er is één dag in het jaar die een feestdag voor de PVV moet zijn en dat is 6 december. Nooit gaan er méér allochtonen het land uit dan op 6 december. Duizenden zwarte Pieten verlaten dan -en ook nog vrijwillig en zonder inzet van machtsvertoon- ons brave Nederland.

Maar goed, nu zijn ze er en hebben we te maken met die duivels. Het feest van Sint is een beetje bedenkelijk feest. Oorspronkelijk was het een spel waarbij de onoverwinnelijke blanke kerk, in de persoon van een bisschop compleet met kromstaf, heerst over vele duivels en demonen die, om te benadrukken dat we met kwade geesten te maken hebben, zwart geschminkt zijn en onderdanig aan de kerkse leiding. Sint was dan de christelijke vervanger van Wodan en zijn knecht Eckhard.

De overwinnende kerk laat de gevangen genomen en onderhorige demonen vervolgens rijkelijk strooien met vruchtbaarheidssymbolen, want de taaipoppen en pepernoten hebben alles met seksualiteit te maken. Ook het slaan met de roe houdt verband met de middeleeuwse gedachte dat mannen hun vrouw regelmatig met een eind hout dienden te slaan om haar vruchtbaarheid te vergroten. Was ze zoet, kreeg ze “lekkers”, was ze stout: de roede erover. Ik kan er niets aan doen dat dit er allemaal aan “hangt”.

Of meent u dat Sinterklaas Kapoentje sloeg op een lieveheersbeestje? Een kapoen is een gesneden haan. Wees niet te onnozel met die kinderliedjes. Wat dacht u dat er bezongen werd als kindertjes nietsvermoedend zingen: “Torentje, torentje, bussekruit, want hangt eruit? Een gouden fluit, een gouden fluit met knopen”. Of: “Waar ben je dan geweest? Bij tante op het feest. Wat heb je daar gehad? Een koekje met een gat.” Wat ziet u vóór u bij: “Twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen, meisjes op klompen, die op hun beurt zingen: jongens met een houten been rij maar door mijn straatje heen?”

Nu kan het honderd keer zijn dat onze nationale Sint-acteur, Bram van der Vlugt, in al die jaren in staat is geweest dit christen-erotische spel met duivels en demonen tot een onschuldig kinderfeestje om te acteren, door de roe niet meer te gebruiken bijvoorbeeld en geen kinderen in de zak mee te nemen naar Spanje, de oorsprong ervan is niet zo onschuldig als het lijkt.

Het Sinterklaas-spel is een religieus spel, van christendommelijke origine, met bedenkelijke pedagogische principes, waarvan ik me afvraag waarom Alexander Pechtold daar niet veel meer bezwaar tegen maakt dan tegen de aanhef in de door de koningin ondertekende wetten in Nederland. Ik bedoel: wie leest dat nou? Maar die bisschop te paard, met kromstaf en zak, en legio zwarte demonen aan zijn voeten ziet iedereen. Elk jaar weer.

Goed, het feestje loopt nu op zijn laatste benen. Want onze nationale Flodderfilmproducent, de heer Dick Maas -“O, buurman wat doet u nou?”- heeft een boekje, of beter gezegd rolprent open gedaan over Sint. Horror. Een wit doekje voor heel veel bloeden. En hij probeert zo het kinderfeest te molesteren. De held. Maar de kassa rinkelt. Zíjn kassa.

Iedereen wil blijkbaar wel gebruik dan wel misbruik maken van emoties van kinderen waar je als volwassene mee kunt doen wat je wilt. De kerk, de kinderliedjesschrijvers van weleer, de middenstand van nu, de filmmaker. Fraai stel bij mekaar.

Het moest verboden worden. Wie kinderen misbruikt en ze bewust een volwassen rad voor ogen draait, die mag wat mij betreft mee in de zak.

Naar Spanje.

Voorgoed.

Leave a Reply