Het Draitfestival… en de kerk?

Gisteravond hadden we een bijeenkomst in de Eatcorner van winkelcentrum de Drait in Drachten. We, dat zijn degenen die uitgenodigd waren door de organisatie van het Muziekfestival dDrait, dat dit jaar voor de tweede keer gaat plaatsvinden, nu niet na de zomer, maar ervoor, en wel  op 27, 28 en 29 mei aanstaande. Dat festival is een regelrecht gevolg van het bestaan van DrachtenWilJeMeemaken.nl, eenvoudig omdat de organisatoren elkaar daar hebben ontmoet.

Ik heb in een tweet naar de organisatie voorgesteld dat, als de tent er toch staat op zondag, het de moeite waard zou kunnen zijn om daar een kerkdienst in te houden voor wijkbewoners. Maar kerkdienst vind ik al meteen een lastige aanduiding.

Recent engelstalig onderzoek naar beeldvorming laat zien dat vooral jonge mensen bij de kerk denken aan drie dingen, hypocritical, judgmental en anti-gay. En daarna volgt vooral: boring. De kerk heeft dus een akelige imagopuzzel. Een klein probleempje dat de kerk voor een groot deel zelf veroorzaakt heeft.

Maar ook steeds weer bevestigt. Mensen binnen die kerk zitten zo vast aan bepaalde rituelen en gewoonten. En aan jargon. Dat is gewoon verschrikkelijk. Ik merk dat dagelijks.

Ik sta weleens te kijken bij het steeds weer terugkerende country-line dansen onder het carillon. Die mensen die dat doen zijn daar serieus mee bezig. Ze trainen erop en oefenen, misschien wel wekelijks. Zou zomaar kunnen. En ik zeg er geen kwaad woord van. Maar als ik daarnaar sta te kijken: die kleding, die cowboyhoeden, die laarzen inclusief gemonteerde sporen, die eeuwige eentonige muziek en die koele blik in de ogen, en dan die pasjes, links en rechts, voor en achter en draaien maar weer. Sorry maar het werkt vanwege het volstrekt vervreemdende effect vaak op mijn lachspieren.

Omgekeerd beseft de kerk veel te weinig, zo vrees ik, dat ze zich in zekere zin voordoet als een groep country-line-dancers onder het carillon midden in Drachten.

Er was eens een oude priester die elke dag naar de kapel ging om te bidden. Maar elke keer als hij de kapeldeur opendeed glipte er ook een kat naar binnen. De kat leidde de priester af door te miauwen en langs de benen van de priester te strijken zodat de priester de kat naar buiten bracht en aan een boom voor de kapel vastbond. Na het gebed liet hij de kat weer los. En zo ging het elke dag. Op een dag stierf de priester en de leerling-priester die hem opvolgde bond op zijn beurt ook elke dag de kat vast aan de boom tijdens het gebed. Vervolgens stierf de kat. De priester kocht onmiddellijk een nieuwe kat om aan de boom te kunnen vastbinden. Dat gaat zo generaties door: steeds nieuwe priesters en elke keer nieuwe katten. Tot tijdens een zware storm de boom omwaait. Waarop de priester een nieuwe boom plant om de kat aan vast te kunnen binden. En eeuwen later komen er theologen en die schrijven een diepzinnige studie over de uitzonderlijke betekenis van het vastbinden van katten aan bomen tijdens het gebed.

En dat is dan nog maar het jargon. De uiterlijkheden. Dan heb ik het nog niet eens over het hypocriete, het veroordelende en het homofobe imago dat aan de kerk kleeft. Wie denkt dat dat allemaal wel wat meevalt moet  bijvoorbeeld het rapport UnChristian van David Kinnaman eens doorlezen.

Ik vrees dat het niet meevalt. Ik zie mensen binnen de kerk, die daarbuiten niet veel anders doen dan andere mensen. En dat wordt -terecht lijkt mij- hypocriet gevonden als het alleen op zondag te merken zou zijn. Hoe kan het dat op zondag een dakloze wordt aanbeden en op maandag de daklozen niet meer worden herkend? Ik zie ook cijfers. Ik zie dat méér dan 90% van de uitgaven die een kerk doet, doorgaans niet aan het opheffen van armoede wordt besteed. Ik hoor dat de meerderheid van de morele verontwaardiging in kerkelijke vergaderingen zich niet richt op het aangaan van steeds weer nieuwe oorlog in Afghanistan, maar op morele kwesties als het homo-huwelijk. Dat alleen in de kerk bestaat in die zin: dat het er niet zou mogen zijn, terwijl de burgerlijke stand, die toch huwelijken sluit, zoiets als een homo-huwelijk helemaal niet kent zelfs. Een huwelijk is een contract tussen: twee mensen! Klaar!

De organisatie was in elk geval blij met mijn suggestie. Daar was ik op mijn beurt weer blij mee. Maar ik heb nu ook een probleem. Hoe giet ik het zo in het vat, op de zondag van het festival, dat de beeldvorming waarover ik het hier zo moedig heb, ter plekke niet weer tamelijk laf wordt bevestigd?

Wie het weet mag het zeggen.

Naar mijn idee moet er een manier zijn om je eraan te ontworstelen. Niet hypocriet, niet judgmental en niet anti-gay dus, en niet boring. Niet om me mooier voor te doen dan ik ben, maar omdat ik me niet zo in de vooroordelen uit het onderzoek herken. En vooral: me niet in herkennen wil. Hoewel ik wel eerlijk durf toe te geven dat ik de last van de kerk met me meedraag en niet net kan doen alsof ik daar niets mee te maken heb.

Met plezier op naar eind mei.
De Drait: the place to be.
Met zijn allen.

Leave a Reply