Dankdag

Vandaag is het dankdag.

Wat heeft dat te betekenen? Zal ik het u eens eerlijk zeggen? ik zou het werkelijk niet weten. Een oud gebruik. Uit een tijd dat vissers en boeren nog het idee hadden dat God zorgde voor oogst en vangst. En drúk dat hij het daar mee had! Er was dus wel een reden om hem voor het ooft dank te brengen.

Lastig. Het doet mij altijd denken aan dat meisje dat luid voor de openhaard in de schoorsteen zit te zingen: “Dank u sinterklaasje!” Haar schoentje was namelijk rijk gevuld met marsepein en pop.

Maar even verderop, meer terzijde van de haard, stonden nog zo wat schoentjes. Die had de Sint niet gezien, zeker? Daar was een peen ingestoken maar die had de draagster van het schoentje er de avond tevoren zelf ingedaan. Voor het paard.

Zo ziet het eruit in de wereld. Hier in Holland hebben we massaal obesitas en even verderop in Afrika en grote delen van Azië weten moeders niet wat ze hun kinderen nog te eten moeten geven.

Trouwens, hardwerkende boeren en dito vissers in ons welvarende landje weten heel goed hoe het zit, dacht ik… liep ik laatst langs een boer, in zijn moestuin. “Het gewas ligt er maar weer mooi bij”, zeg ik tegen hem. “Zeker, dominee!” Was het antwoord. Ik denk: grijp je kans, dus ik zeg tegen de agrariër: “Wat laat God dat toch weer allemaal mooi groeien en bloeien”. Weet je wat ‘ie zegt? “Ach dominee, U had het hier moeten zien toen God het allemaal nog zelf moest doen!”

Goed. En toch vind ik danken wel een mooie gedachte, lieve luisteraars. Een een dankdienst best een waardevolle dienst. Laten gelovigen vooral dankbaar zijn. En vooral niet méér willen. Of iets anders. Dank brengen aan God. Dank voor zijn inzet voor mensen en voor de humaniteit. En dan niet op God vooruit lopen maar Hem een beetje proberen te volgen. Achter hem aangaan, waar hij het opneemt voor weduwen en wezen, vreemdelingen en vluchtelingen, randbewoners en outcasts.

Danken, desnoods -als dat helpt- op blote knietjes; danken als tegengif tegen het omgekeerde waar de godsdiensten zo vaak aan lijden, inclusief het christendom, want het christendom is ook niet bepaald brandschoon, mag ik wel zeggen, -waar godsdiensten namelijk te vaak aan lijden en in hun kielzog hele bevolkingsgroepen aan láten lijden is: dat vrome mensen menen dat God dankbaar zou moeten zijn aan hén. De omgekeerde wereld dus. Zij hebben als zijn (of “haar” want God zou best een vrouw kunnen zijn nietwaar?) -zij hebben als gods zaakwaarnemers zo vroom en fraai de samenleving gevormd. Ingericht. Wetten gemaakt. De sharia ingevoerd. Homoseksuele mannen en vrouwen gediscrimineerd. Hier en daar wat bommen gelegd bij gods vijanden. En gods vijanden zijn -wonderlijk- altijd ook de vijanden van de vromen zelf. Heel toevalllig…!

Ik denk dat de wereld naar de Filistijnen gaat als er teveel mensen komen die menen dat de godheid hen dankbaar moet zijn voor bewezen diensten. Dan groeit er weldra geen gras meer, namelijk.

Dankdag als tegengif tegen fundamentalisme kan dus in mijn ogen geen kwaad. En het houd je, voor even tenminste, ook nog van de straat.

Danken voor wát dan precies? Ik zou zeggen: voor het feit dat God geen zelfstandig opererende zaakwaarnemers nodig heeft op aarde, die zijn belangen denken te moeten verdedigen. Of zo’n God bestaat weet ik niet. De bijbel meent van wel. Zou heerlijk zijn!

One thought on “Dankdag

  1. Mooi verhaal Jurgen. Wat zou het mooi zijn dat wij mensen niet voor God willen spelen. Dat brengt veel verdriet teweeg ( ik bedoel voor God spelen).God is m.i zoveel meer.Ik ben het met je eens wanneer we dat eens aan hem over zouden laten was er zoveel meer ruimte!

Leave a Reply