15 mei 2011

 

Waar moet het heen?

U heeft het Onze Vader misschien nog nooit zo gehoord: “Vader, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; geef ons elke dag ons dagelijks brood en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking”.

Wat vindt u ervan? Bij Mattheus is het een stuk langer. Toch is het een raadsel waarom we het Onze Vader van Mattheus wél bidden en dat van Lukas niet. Een bijbeltekst werd bij het overschrijven vrijwel nooit korter, maar altijd langer. Dus het enige echte Onze Vader staat in Lukas en niet in Mattheus.

Er kan maar één echt, authentiek, rechtstreeks uit de mond van Jezus opgeschreven…

Maar goed, zo werkt het dus niet, want Lukas en Mattheus wisten heus wel van elkaar wat ze opschreven en zij hebben er geen probleem in gezien, dus waarom wij dan wel?

En omdat ik wel weet dat dit toch lastige dingen voor ons zijn wil ik het vanmorgen met u hebben over ons geloof. Hoe krijgt dat vorm? Hoe ontstaat christelijk geloof, bij u en bij mij? En welke kant gaat het dan op, of welke kant zou het op moeten gaan? Wat is wenselijk, op dat punt, voor u? Of voor god? Of -niet onbelangrijk- voor de wereld?

En dan maak ik -om het u duidelijk te kunnen maken wat ik bedoel- onderscheid in vier stages, vier fasen.

En elk keer als ik één van die vier fasen beschrijf, mag u denken aan één van de vier foto’s die hier in de kerk hangen en die de vier seizoenen zomer, herfst, winter en lente verbeelden. Prachtige foto’s…

Er zijn vier fasen, vier seizoenen in het christelijk geloof. En misschien ook wel in alle geloof, maar dat weet ik niet. Die vier fasen zijn geen kwestie van prestatie, je komt van de ene fase in de andere door gebeurtenissen in het leven. Maar dan niet alsof je die achtereenvolgens doormaakt, om uiteindelijk het hoogste te bereiken, nee, ze blijven je hele leven alle vier op elkaar inwerken.

Het heeft sterk te maken met wat je overkomt; wat je ervaringen zijn;

waar je woont; wat er met je gebeurt in jouw leven. Zo is het bij mij gegaan en ik zal wel niet uitzonderlijk zijn. Hoop ik…

Laat ik, dan kunt u het wat makkelijker volgen, de fasen even noemen: 1 Eenvoud; 2 Complexiteit; 3 Worsteling; 4 Harmonie.

Anders gezegd: 1 heldere eenvoud; 2 lastige nuance; 3 zoekende worsteling; 4 liefdevolle spiritualiteit.

De meeste mensen trekken in hun leven niet verder dan stage 2.

Maar vooral in plaatsen waar veel mensen reizen of waar immigratie is, of, andere situatie: waar oorlog heerst, of nog weer andere mogelijkheid: waar veel hogere opleiding en scholing bestaan, -in zulke situaties kun je merken dat een aantal mensen bewegen in de derde fase, die van de zoekende worsteling.

En waar naar mijn idee het meest behoefte aan is is aan mensen die in de vierde fase zich bevinden. Harmonie, liefdevolle spiritualiteit.

Laten we de vier fasen proberen wat nader te omschrijven. De eerste fase is die van de heldere eenvoud, dus:

good guys – bad guys
wij – zij
engelen – duivels
licht – duisternis
het leven is een gevecht, onze leiders zijn goddelijke leiders en hun leiders zijn in handen van de duivel.

Deze manier van in de wereld staan wérkt voor een heleboel mensen.

Veel mensen groeien op door zó naar de wereld te leren kijken. Zo groeien ze op en zo worden ze oud en kijken dan nog steeds zo naar de werkelijkheid.

Je kunt je afvragen: Wanneer zij de bijbel lezen: waar zijn ze dan naar op zoek? De regels! Wie heeft er gelijk, wie zit er verkeerd?

En wanneer zij horen dat er binnen de bijbel een discussie bestaat, een gesprek, over en weer, worden ze heel zenuwachtig. We hebben geen discussie nodig. We moeten eenvoudig weten: wie gelijk heeft en wie niet?

Welbeschouwd willen ze niet zozeer horen wat er in de bijbel staat, maar willen ze van hun voorganger horen wat de bijbel zegt. Want ze willen hun voorganger gelukkig maken door hem aan het werk te zetten. Hij moet het maar rechtuit zeggen.

Hij zegt wat zij vinden. En zo maakt die voorganger hen omgekeerd ook gelukkig…?

De eerste fase is erg krachtig voor heel veel mensen. Maar stel nu dat die voorganger aan de haal gaat met een knappe ouderlinge?

Wat gebeurt er wanneer blijkt dat de voorganger een greep uit de collectezak heeft gedaan?

Wat gebeurt er als je merkt dat jouw gemeente tot de good guys behoorde, maar nu ineens een groep blijkt te bevatten die tot de tegenstanders behoort? Dat er verdeeldheid bestaat? Dan ontstaat er een moment waarop je zegt: onze dominee behoort niet meer bij de goeden, we moeten een nieuwe dominee!

Maar wat, als zich dat gewoon blijkt voort te zetten, en die kans is groot? Erg groot. De verdeeldheid blijft, namelijk. Die zit nooit in de dominee op zich maar veelmeer in de gemeente zelf. En je gaat ermee door tot je gedwongen wordt tot de conclusie dat het leven helemaal niet zo simpel is, niet zo eenduidig. Je kunt niet zo naar de wereld blijven kijken. En je schuift op van eenvoud naar: complexiteit. Dan besef je dat het leven gecompliceerd is. Er zijn een heleboel grijstinten tussen wit en zwart. Wij staan aan de goede kant, maar we hebben wel wat problemen en moeilijkheden. Zij staan aan de verkeerde kant, maar ze hebben wel vaak een sterk punt. Dan merk je dat het leven ingewikkeld is.

In plaats van de heldere eenvoud komt nu de lastige nuance.

En wat doe je dan, als je ziet dat het leven ingewikkeld is? Je begint je af te vragen hoe het spel gespeeld moet worden! Het spel en de knikkers, dat wordt het dan.

Dus samengevat, in meer filosofische termen: de eerste fase is dualistisch; de tweede is pragmatisch. Voorgangers en kerkenraden in die tweede fase zijn niet zo bezig met de meest zorgvuldige uitleg van de bijbelse teksten, maar vragen zich af: Wat zorgt voor meer collecte- pbrengst? Hoe krijgen we meer bezoekers in de kerkdiensten? Hoe bewaren we de onderlinge vrede? Hoe houden we het gezellig? Hoe krijgen we meer invloed?

Ik zeg niet dat dat goed is of slecht. Ik zit nu niet in fase 1. Ik probeer aan te duiden hoe het naar mijn idee werkt.

En in kerkelijk Nederland wordt die tweede fase steeds meer gekenmerkt door de vraag: hoe krijgen we een grote kerk? (en dan bedoel ik niet het gebouw met die naam, maar: aantallen mensen).

Dit geeft bovendien een situatie, die wij in Drachten ook wel kennen, waar mensen overgaan naar kerken met een rijke boodschap. Een welvaartsevangelie. Hoe word ik rijk? Hoe word ik een gezegend mens? Wat dan bijna synoniemen zijn geworden.

Hoe word ik succesvol, hoe bereik ik voorspoed, word ik gezond, blakend en welvarend?

En in die succesvolle kerken is de verkondiging vaak opgebouwd rond speciale thema’s als -bij wijze van voorbeeld:
“Vijf stappen naar een gelukkig huwelijk”
“Zeven stappen op weg naar succes”
“De vier principes voor het juiste verstaan van het evangelie”

Veel mensen wijden hun hele leven aan deze tweede fase. Veel kerken doen dat evenzo: méér mensen; méér inkomsten; méér groei.

Maar wat gebeurt er als je een voorganger bent en je preekt regelmatig over de vijf stappen naar een gelukkig huwelijk, maar je vrouw krijgt een zenuwinzinking van jou en je huwelijk gaat maar uiterst moeizaam.

Of: je preekt een preek over de zeven stappen om Gods wil te ontdekken en na de zevende preek word je geschorst of afgezet?

Of: je zet je in voor je politieke partij en steekt er met overtuiging al je energie en passie in en je krijgt een regering die erg leunt op vreemdelingenhaat. Of vreemdelingenangst. Of beide.

Dan word je als het ware gedwongen van fase 2, complexiteit, naar fase drie: de zoekende worsteling.

Dus, om nog even op te halen waar we mee bezig zijn: Fase één is: dualistisch; fase twee is: pragmatisch; fase drie is dan: relativerend, sceptisch: “Ieder heeft zijn eigen opvatting”. “Ik weet niet meer wat ik moet geloven”. “Dat is wat híj zegt… ja.”

Een aantal mensen, niet zo groot, gaat langs fase twee tot in fase drie.

Ook jonge mensen. Want fase drie is bijvoorbeeld bij uitstek de fase van de middelbare school of de voortgezette opleiding. Daar leer door de dingen héén te zien. Je stopt met de vraag: wie heeft het goede antwoord? En je beseft: er zijn een heleboel antwoorden. Ze hebben alemaal wat te bieden, maar geen enkel antwoord is volmaakt.

En nu het belangrijke punt, althans zoals ik dat zie: Het blijkt zo te zijn, in ons land, dat in 1900 90% van de bevolking een kerk bezocht terwijl dat in 2000 was teruggelopen tot minder dan 10 % en nu, tien jaar later, waarschijnlijk nog minder.

Dat is een periode van ongeveer één eeuw. Dat lijkt veel, maar is het niet. Nu heeft het er alle schijn van, maar dat zal wel niet te bewijzen zijn, dat zodra mensen overgaan van fase twee (complexiteit) naar fase drie (worsteling), er vrijwel geen kerk is die hen nog accepteert.

“Geloven doe je in de kérk.” Zo zegt de samenleving het. En die bedoelt dat dan wat schamper. Maar: “Gelóven doe je in de kerk”, zo zegt de kerk het. En die bedoelt het streng. Je moet hier gelóven. Zonder twijfel. Stop dus met vragen stellen!

Maar als je je in de derde fase bevindt dan kún je niet stoppen met vragen stellen. Het probleem met fase drie-mensen is dat zolang je vragen hebt en twijfel. Verbazing, stomme verbazing. -zolang je vol scepsis zit is het onmogelijk om iets te dóen. Je kunt je niet committeren. Verbinden, ergens op vastleggen. Want dan heb je het gevoel dat je van fase drie weer terugzakt naar fase één: Dat je weer terugvalt in het moeten kiezen tussen zwart en wit.

En dan volgt er voor sommigen een belangrijk moment in deze fase. Wat doe je als je sceptisch wordt over je sceptisch zijn? Wat doe je als je beseft dat twijfel goed is, maar het moet geen gewoonte worden, want het leidt ook tot stilstand. Je voelt dat je niet veel verder komt. Wat dan? En je wilt ook niet terug. Hoe kun je dan vooruit komen?

Dan is er de vierde fase. In die fase kun je een nieuw soort éénvoud vinden. Maar niet terug, néé verder. Het is niet dezelfde eenvoud als in fase één, maar een nieuwe eenvoud, die sámen kan bestaan met een mysterie. Een geheim. Het is een eenvoud die het mysterie niet elimineert, niet wegwerkt, niet van tafel wil vegen, maar die in feite het centrum vormt van het geheim, het hart ervan.

Fase vier is de fase die vaak door Jezus wordt aangeduid als: het Koninkrijk. Of als: de Gerechtigheid.

Als Jezus zegt: “Jullie gerechtigheid moet uitgaan boven de gerechtigheid van Schriftgeleerden en Farizeeën”, dan heeft Jezus het over deze dingen. Want Schriftgeleerden en Faizeeën zaten vast in het zwart-witte van goed en slecht. Gelovig en ongelovig, zich aan de wet houdend en niet aan de wet houdend.

Fase vier is dan de fase waarin je durft en kunt zeggen: Ik zie het op deze manier jij ziet het op die manier en we zien het niet hetzelfde maar laten we in liefde verbonden zijn want onze verbondenheid zal ons helpen om van elkaar te leren.

Bij die fase hoort ook een bijzondere taal. Wat wel wordt genoemd: geweldloos communiceren. O, wat zou ik graag met een aantal van u die taal onder de knie willen krijgen: geweldloze communicatie. Daar ben ik nog niet echt goed in, vrees ik, maar ik besef wel dat dat de taal van fase vier is. Van het Koninkrijk.

Deze vierde fase is een prachtige, krachtige fase. Maar hier is tegelijk het probleem: er zijn heel veel mensen in fase drie die nooit iemand ontmoeten in fase vier.

Veel christenen die opgegroeid zijn in fase één-kerken en bemoedigd in fase twee-kerken en ervan weggeraakt in fase drie worden boeddhist in fase vier. Want ze ontmoetten een heleboel boeddhisten in fase vier. En gaan Happinez lezen. Of Ode. Begrijpelijk. Zij zijn aan fase vier toe.

En in de kerk, dat is een belangrijk punt hoor, ontmoetten ze weinig of te weinig fase vier-mensen.

Ik hoorde een collega vertellen van zijn vriend, die was moslim, en groeide op in fase één-Islam. En hij ontmoette geen fase twee-Islam dus belandde vrijwel onmiddellijk in fase drie. En hij kwam in contact met de Dalai Lama. En zei tegen hem: ik wil Boeddhist worden. En de Dalai Lama reageerde bedachtzaam: Waarom?? Hij zei: omdat Boeddhisme de religie van de vrede is; vrede, harmonie, de mogelijkheid om in vrede te leven, ik ben op zoek naar fase vier. De Dalai Lama zei: “geloof me, we hebben een hoop moeilijkheden in het Boeddhisme. Luister,” zei hij, “de wereld heeft veel meer aan een moslim met compassie en vredelievendheid dan dat de wereld er een Boeddhist bij nodig heeft.” Fascinerend…

Nu ben ik ervan overtuigd dat de wereld evengoed verlangt naar meer christenen die in deze nieuwe manier van zijn durven te zijn. Fase vier: liefdevolle spiritualiteit.

En ik denk dat er ook onder ons, hier in de Arke, velen zijn die daarnaar zoeken. En dat brengt niet alleen een bepaalde theologie teweeg maar ook een bepaalde spiritualiteit. Je bent dus niet langer ergens tegen maar ergens vóór.

Een geestelijke verbondenheid met God en met elkaar, en dus met de wereld.

Ik denk ook dat het op deze manier duidelijk in onze missie wordt verwoord de missie van onze wijkgemeente zoals u die op de gemeenteavond onder ogen hebt gekregen.

Nog even, om misverstanden te voorkomen: Fase één is goed. Er is niks mis met fase één. Als fase één gebaseerd is op aantrekken en afstoten, dan is dat een goed ding. Je leert nooit algebra of wiskunde zonder dat je weet wat verzamelen en uit elkaar halen is. Bijeenvoegen en scheiden. Aantrekken en afstoten. Er is veel kwaad in de wereld en het maakt alles uit aan welke kant je staat. In de bijbel kiest God partij. Héél duidelijk. Voor de slaven en tegen de machthebbers. Voor de hongerenden en tegen hen die het brood niet eerlijk willen verdelen.

En fase twee is goed. Dat hóórt erbij. Er zijn technieken die moeten worden gedaan; er zijn regeringen die zich moeten afvragen hoe ze het moeten doen. Dat is echt belangrijk: effectiviteit en productie en vrucht. Hoe vaak heeft de bijbel het niet over: vrucht aan de boom? Die moet er zijn. Of komen.

En dan: fase drie is niet slecht. Je hebt mensen nodig die vragen stellen. Je hebt mensen nodig die niet alles zomaar voor waar aannemen. Zonder dat zou bijvoorbeeld geen echte kunst kunnen bestaan. We zouden geen grote schrijvers hebben, schilders, beeldhouwers.

Marketing komt uit fase twee, maar kunst komt uit fase drie. Het een is niet beter of slechter dan het ander, maar wel anders.

En… ja daar gaan we de diepte in, of de hoogte…. we hebben dus fase vier-christenen nodig. Hard nodig. In het bijzonder in onze huidige wereld.

Er is een fenomeen gaande, elders op de wereld hoor, ik heb het hier in Drachten nog niet echt gemerkt, een bijzonder fenomeen, van protestantse leiders die stiekem ‘s nachts op pad gaan, om een geheime ontmoeting te hebben met een katholieke geestelijk leider. Met een non, of een monnik. Die hem kan introduceren in een fase vier-manier van christen zijn: toewijding, contemplatie, een diepere spiritualiteit.

Dat zijn écht belangrijke dingen. Want als de enige gereedschappen die wij als christenen in de samenleving blijven inzetten de fase één-achtige veroordelingen zouden zijn, dan ziet het er voor de wereld, én voor ons zelf, niet al te best uit.

Daarom moeten we in beweging blijven. Ik hoop dat u er klaar voor bent. We hoeven niet allemaal tegelijk op de juiste plek te komen, als we maar geen standpunten in gaan nemen. Want standpunten, zeker harde, daar ga je op staan en daar kom je niet meer vandaan. Daarom is het goed om in beweging te komen en samen brood te eten en wijn te drinken. Samen.

En dan nu terug naar het Onze Vader in verband met het avondmaal. Dat ‘Onze’, van Onze vader heeft Lukas niet. Lukas bewaart het woordje ons voor het hart van het gebed: geef ons heden ons dagelijks brood. En dat ons, van ons dagelijks brood, is het ons van de wereldbevolking. Fase vier-gebed is een gebed waarin christenen zich verbinden met de wereld en niet voor zichzelf bidden maar voor de samenleving.

En dan beginnen bij het dagelijks brood. Dat is het éérst nodige. Zonder dat komt er van de hele wereld geen sodemieter terecht. En ik heb liever dat u zich niet stoort aan het woordje “sodemieter”, uit de wereld van de bijbel, maar dat u zich stoort aan de situatie dat ons dagelijks brood nog niet ons dagelijks brood is. Dat tweederde van de mensen leeft op de grens of over de grens van de honger.

En dat u dat onverteerbaar vindt… dat.

AMEN

Leave a Reply